Beschouwing

Romantiek? Ach wat. Ik voelde liefde, echte liefde

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: gelukzalig dwalen van kelder tot zolder in Jagtlust en in Foam vallen als een blok voor een meteoriet.

Danielle van Ark: Not Yet Titled (Paracete), 2015.

's-Graveland, 29 maart

Het was Groundhog Day en ik bezocht wederom een tentoonstelling over hedendaagse romantiek. Zal ik vertellen dat het opnieuw goot van de regen en dat de wind huilend..., nee zeg. Ik zou eens in herhaling vallen. Wat is dat toch met die kunstenaars en hun subjectieve gevoelsleven en liefde voor sublieme natuurverschijnselen? 'Het hangt in de lucht', pleegt men dan te zeggen, met zo'n frikkerig vingertje. Ja, wáár dan?

Op het grindpad van landhuis Jagtlust in het Noord-Hollandse 's-Graveland speurde ik het zwerk af voor de broodnodige demystificatie, maar meer dan hemelwater ving ik niet op. Naar binnen dus, alwaar ik werd opgewacht door een kleine honderd kunstwerken, die zich als dartele kinderen hadden verspreid over de vele kamers die het statige Jagtlust, voorheen zorgvilla, rijk is. Ze waren door galerie Ton de Boer uit Amsterdam en kunstenaar Merlijn Bolink bijeengebracht in The Mirror and Lamp Show, naar een boek van literatuurcriticus M. H. Abrams, een doorluchtig meesterwerk over de romantiek naar het schijnt. Ik had het alleen niet gelezen.

Dat bleek goddank niet nodig. In het landhuis, dat samen met het omringende park tot 1992 in het bezit was van de Amsterdamse koopmansfamilie Six (wie waagt zich eens aan een film over die roemruchte kunstverzamelaars, inclusief 17de-eeuwse jonkheren in kuitbroeken?), werd luchthartig en niet-ideologisch met het thema omgesprongen. Ja, je kon in één van de kamers luisteren naar 'Het Romantisch Bewustzijn', een hoorcollege van filosoof Maarten Doorman. Maar het hoefde niet.

Ontdek-je-plekje

Ik dwaalde gelukzalig van kelder tot zolder. Ik bewonderde het behang, het luxe bubbelbad, de bijna bloeiende magnoliaboom in de tuin. Ik onderdrukte de neiging met de stoeltjeslift langs de trapreling te zoeven. En de kunst speelde ontdek-je-plekje.

Danielle van Ark verraste in de oranjerie met opwaaiende tentdoeken waaronder zich een aandoenlijk geheim bevond. Merijn Bolink bracht op de donkere zolder een sprookjesachtige ode aan voornoemde magnoliaboom. Reinier Lagendijk had ficussen en sanseveria's onderhanden genomen met schaar en perforator - bruut, maar wel móói bruut. Dat gold ook voor de film van Annegret Kellner, waarin een ei wordt gewaterboard tot het hartverscheurend fraai breekt.

Halverwege kreeg ik ook nog thee met zoetigheid aangeboden door kunstenaar Caro Bensca, die door het hele huis alledaagse voorwerpen uit verschillende eeuwen (een portemonnee, een koffer, een beautycase) van betekenisvolle bezieling had voorzien. Thee hoorde erbij, vond ze. Wat de regen niet voor elkaar had gekregen, gebeurde hier: ik smolt.

Romantiek? Ach wat. Ik voelde liefde, echte liefde. Morgen ga ik weer.

Amsterdam, 31 maart

De regen bleef hangen, maar mijn goede bui ook. In de bibliotheek van Foam in Amsterdam kwamen meteorieten uit de lucht vallen - over sublieme natuurverschijnselen gesproken - en mijn hart sprong op. Ik herinnerde me het werk van de Duitse Regine Petersen van de afgelopen editie van fotografiebeurs Unseen, waar ze een prijs won.

Een verhalenverteller is Petersen - maar een overtuigende verhalenverteller. Niet het soort dat inferieur spul op een hoop veegt, er een gouden strik omheen bindt en zijn publiek een rad voor ogen draait. Neen.

Petersen weet echt wat ze doet, ook al maakt ze dan gebruik van die modieuze elementen die ik fotografen de laatste jaren al duizend keer zag gebruiken. U weet wel: het alomtegenwoordige 'gevonden materiaal' (is daar een openbare uitleenplek voor of zo, waar kunstenaars lid van kunnen worden?), het 'gelaagde verhaal' (foto's plus tekst in een zinnenprikkelende constellatie aan de muur) en de steeds terugkerende onderwerpen 'Dieren' en 'Stenen'.

Afijn, dat alles dus ook bij Petersen, maar dan anders. Kijkt u er vooral doorheen, dan volgt de bezoldiging rap. Ik viel althans als een blok voor de vallende sterren die ze me bewonderenswaardig beheerst en zelfverzekerd voorschotelde in een - tja: zinnenprikkelende presentatie. Petersen was drie verhalen over meteorieten nagereisd. Eén in Alabama in de jaren vijftig, een ander in het naoorlogse Duitse Ramsfeld en de derde negen jaar geleden nog in Kanwarpura, India.

Regine Petersen: Ann, Stars Fell on Alabama, 2012.

Doodgewoon huis

De Alabama-meteoriet raakte me het hardst. Daar was Ann, een doodgewone witte vrouw in een doodgewoon huis (niet dat ik me al te zeer kon vereenzelvigen) waar op een goede dag een hemelse steen door het dak kwam zeilen. Ann raakte gewond, het viel mee en toch was alles daarna anders. Ze kon niet omgaan met de overweldigende media-aandacht, zij en haar man kregen de vervloekte steen niet verkocht en gingen uiteindelijk verbitterd uit elkaar.

Daardoorheen vlocht Petersen het relaas van meneer McKinney, een arme zwarte boer. Een deel van dezelfde meteoriet was op zijn land terecht gekomen, maar hij zag het ding juist als een zegen van boven. Het bracht hem geld en een nieuwe auto.

De fotograaf legde de symboliek er goddank niet al te dik bovenop. Dat had ze niet nodig, ik begreep de boodschap zo ook wel. Op de stoep van Foam tuurde ik andermaal omhoog. De regen was gestopt, maar wie wist wat de hemel nog in petto had. Misschien was het nu eindelijk tijd voor dat hoorcollege van Maarten Doorman.

The Mirror and Lamp Show, t/m 3/5 in Landhuis Jagtlust, 's-Graveland.

Regine Petersen - Find a Fallen Star, t/m 3/5 in Foam, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.