Rollende kinderkopjes maken nog steeds veel los

In Zierikzee kreeg het huis van de familie De Spirt de volle laag en stortte in. Moeder en kind spoelden de haven in, vader de andere kant op. Vijftig jaar later treffen de drenkelingen en hun redders elkaar weer.

Die zaterdagnacht gaat de alarmsirene tegen 02.00 uur af. De 37-jarige Aldo De Spirt en zijn 23-jarige vrouw Jacoba vluchten met hun twintig maanden oude zoontje Donato naar zolder van hun huis aan de Hoofdpoortstraat in Zierikzee, vlakbij de haven.

De Spirt staat aan de voorkant van het huis als de achtergevel opensplijt. Hij ziet zijn zeven maanden zwangere vrouw en Donato met vloer en al naar buiten glijden en een meter of vier naar beneden vallen, het kolkende water in. Een moment later begeeft ook de voorgevel het en drijft De Spirt in een metershoge stroom zijn straat uit.

Door de klap op het water verliest Jacoba De Spirt haar greep op Donato. Tastend tussen puin en hout vindt ze hem terug. Terwijl ze rond spartelt in het duister ziet ze een balk op zich afkomen en probeert hem af te weren. Weer glipt het jongetje uit haar armen en weer vindt ze hem terug.

Uiteindelijk spoelt ze aan op de Havendijk met het jongetje onder haar rechterarm. Hij hangt slap voorover. Ergens onderweg is hij opgehouden met spartelen.

De Spirt slaat er geen acht op. Ze probeert naar boven te klimmen, het water uit, maar glijdt terug. Na drie of vier keer weet ze de steile eerste meters te overbruggen. Ze legt kruipend, op haar knieën en één hand, de honderd meter af die haar scheiden van Het Bolwerk, het huis van de familie Krakeel bovenop de dijk. Als hoogste punt van de omgeving zijn dit huis en de naastgelegen molen droog gebleven.

Johan Krakeel treft haar daar aan. Hij neemt Donato van haar over. Het jongetje is overleden, concludeert hij meteen. Hij is stijf, heeft schuim om de mond en op zijn hoofdje is door een gapende hoofdwond zijn schedel te zien. Ga maar naar boven, zegt hij tegen De Spirt. Hij draait zich om om het lichaampje in de kelder te gaan leggen.

Jacoba de Spirt weigert haar zoontje achter te laten. Uiteindelijk draagt Krakeel hem de trap op, de moeder kruipend achter hen aan.

De 29-jarige Janny Bij de Vaate zit bij andere vrouwen in Het Bolwerk te schuilen voor het water als brandweercommandant Berrevoets om hulp komt vragen. Wie heeft er ervaring met eerste hulp? Iemand geeft Bij de Vaate een duw. Meteen meekomen, zegt de commandant, in het dagelijks leven de plaatselijke timmerman.

'Ik schrok erg van die hoofdwond, maar begon te doen wat ik kon', zegt Bij de Vaate vijftig jaar later. 'Ik pakte hem van achteren beet en drukte op zijn maagje. Hij gaf zout water op en begon weer te ademen.'

Waar anderen een zucht hoorden, weet De Spirt zeker dat Donato's eerste teken van leven het woord 'mama' was. Direct op de opluchting volgde wanhoop. 'Ze begon onbedaarlijk om haar man te huilen', zegt Bij de Vaate.

De broers Triest en Wim de Jong genoten begin jaren vijftig een twijfelachtige reputatie in Zierikzee. Wilde jongens waren het. Als er ergens iets mis ging, werd het eerst aan 'die jongens van De Jong' gedacht. 'Mijn moeder werd daar weleens kwaad om. Kwam er iemand over me klagen, terwijl ik gewoon in mijn bed had gelegen', zegt Wim de Jong.

De jongens van De Jong waren die zaterdagavond niet naar bed gegaan. De opwinding over het ongewoon hoge water was te groot. Naast angst voelden ze een onbedwingbare euforie. Actie!

Al uren voor zonsopgang schuimden ze in een jolle, een platte modderschuit, de omgeving af op zoek naar overlevenden. Later op de dag tikten ze bij de visserijpolitie een roeiboot op de kop.

'Die lag daar maar', zegt Wim. 'Die politie deed er niks mee. Dat begrijp ik nóg niet.' In de chaos durfde niemand 'nee' te zeggen tegen de broers.

'Echt een schitterende boot, We vonden dat we enorme mazzel hadden. En we hebben er goed gebruik van gemaakt', zegt Wim. 'Ik wil niet overdrijven, maar zo'n tweehonderd hebben we er toch wel van daken, zolders en vlotten geplukt.'

Halverwege de zondagmiddag zag Wim de Jong door een openstaande deur van de schuur van boer Kloet een man op een dwarsbint hangen. 'Blauw van de kou. Met armen en benen zat hij stijf om die metershoge balk geklemd.'

'Wie ben je', vroeg De Jong. 'Ik ben De Spirt', zei de man. 'Ik ben alles kwijt.'

'De Spirt?', zei De Jong. 'Dan is je vrouw aangespoeld op de Havendijk. Die leeft nog, hoor.'

'Je zag zo weer kleur op zijn gezicht komen', zegt De Jong op een middag in januari 2003, gezeten op de sofa van het echtpaar De Spirt in Prinsenbeek. Vijftig jaar lang heeft hij ze niet gezien. Deze middag wilde hij toch even langs komen om hernieuwd kennis te maken. 'Nou het nog kan', zegt hij zachtjes, met een knikje in de richting van de 87-jarige De Spirt.

'Ik zou u niet meer herkend hebben', zegt De Jong bij binnenkomst. 'Ik weet niet veel meer, hoor', waarschuwt De Spirt meteen. Na een herseninfarct heeft zijn geheugen nogal een klap gehad.

Jacoba De Spirts geheugen blijkt echter voor twee te werken. Al die jaren heeft ze alles over de ramp verslonden en bijgehouden; foto's, boeken, krantenartikelen, alles heeft ze bewaard. Alleen erover praten, dat heeft ze nooit gekund, tot heel kort geleden.

'Met mij hetzelfde', zegt De Jong. 'Maar de laatste tijd: ik weet niet wat er gebeurt. Twee weken geleden ben ik naar die schuur van boer Kloet gegaan. Alles is nog hetzelfde. Ik zag hem daar gewoon nog hangen. Heb ik me toch staan brullen. Gek, hè?'

Bij het vertellen valt De Jong voortdurend stil. Dan staart hij in de verte en worden zijn ogen nat. De avonturen van de jongen van zeventien zijn de verschrikkingen van de man van 67 geworden.

Allerlei vragen over die dagen is hij zichzelf pas de laatste jaren gaan stellen. 'Hoe is het nou met die jongen van u afgelopen?', vraagt hij op een gegeven moment.

'Donato heeft een paar weken in het ziekenhuis in Goes gelegen. Hij heeft alleen een flink litteken overgehouden. Op 19 maart is onze dochter geboren in het ziekenhuis in Vlaardingen. Later hebben we nog twee kinderen gekregen. We hebben acht kleinkinderen.'

De familie De Spirt verhuisde na de ramp naar Prinsenbeek bij Breda. 'Ver weg van het water', zegt Jacoba De Spirt. Ze kan nog steeds niet tegen het geluid van galopperende paarden. Het doet haar denken aan het geluid van rollende kinderkopjes, zoals die in de Hoofdpoortstraat werden losgelagen door het aanstormende water.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden