AnalyseSpeech dodenherdenking

Rol Wilhelmina in radiotoespraken is sinds de eeuwwisseling een gevoelig thema

Koning Willem-Alexander houdt maandagavond tijdens Dodenherdenking een speech op de Dam in Amsterdam. Beeld ANP

‘Het is iets dat me niet loslaat’, zei koning Willem-Alexander over de geringe aandacht van zijn overgrootmoeder voor de Jodenvervolging. Hij raakte daarmee aan een open zenuw in het historische debat.

Waarom besteedde koningin Wilhelmina tijdens de Tweede Wereldoorlog in 31 toespraken vanuit Londen voor Radio Oranje slechts drie keer aandacht aan de Jodenvervolging? Het is onder historici een veel gestelde vraag waarop geen eenduidig antwoord bestaat.

Tijdens de Nationale Dodenherdenking maandagavond op de Dam verraste koning Willem-Alexander heel televisiekijkend Nederland met de opmerking dat ook hij worstelt met deze kwestie. Ter gelegenheid van de 75ste herdenking van het einde van de oorlog hield voor het eerst het staatshoofd zelf een toespraak bij het Nationaal Monument in Amsterdam.

Dat daarin gevoelige onderwerpen niet uit de weg zouden worden gegaan, lag voor de hand na de speech die premier Rutte begin dit jaar hield bij de Auschwitz-herdenking. Rutte refereerde aan de moed van het verzet en aan de Februaristaking (1941), maar zei ten overstaan van Joods Nederland ook: ‘Toch was het alles bij elkaar te weinig. Te weinig bescherming. Te weinig hulp. Te weinig erkenning.’ Waarop excuses volgden: ‘Nu de laatste overlevenden nog onder ons zijn, bied ik vandaag namens de regering excuses aan voor het overheidshandelen van toen.’

Lees de toespraak van de koning: ‘Sobibor begon in het Vondelpark. Met een bordje: ‘Voor Joden verboden’’

Openhartig

Willem-Alexander stipte op persoonlijke wijze hetzelfde thema aan, door openlijk te verwijzen naar de discussie over de rol van Wilhelmina. Hij zei: ‘Medemensen, medeburgers in nood, voelden zich in de steek gelaten, onvoldoende gehoord, onvoldoende gesteund, al was het maar met woorden. Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder, toch standvastig en fel in haar verzet. Het is iets dat me niet loslaat.’

Voor deze openhartigheid viel de koning meteen lof ten deel. In maart maakte hij al excuses tijdens het staatsbezoek aan Indonesië, over geweldsmisbruik gedurende de koloniale oorlog die volgde op de bevrijding van Nederland. Met beide toespraken bracht hij een verdieping aan in de lijn die zijn moeder, koningin Beatrix, 25 jaar geleden inzette. Zij hield veel besproken speeches op 5 mei 1995 in de Ridderzaal en in augustus van dat jaar in Jakarta.

 Open zenuw

Wilhelmina heeft over de Jodenvervolging gesproken op 28 november 1941 (al heel vroeg dus), op 17 oktober 1942 en op 31 december 1943. Zij was op de hoogte, al is onduidelijk hoe gedetailleerd. Waarom zij er niet vaker aandacht aan besteedde, is een open zenuw in het historische debat.

Dat ervoer haar biograaf Cees Fasseur, nadat hij in 2001 zijn tweedelige Wilhelmina-biografie had afgerond. In een terugblik schreef hij: ‘Geen onderwerp heeft zo veel reacties opgeroepen als haar ogenschijnlijke passiviteit waar het de vervolging van haar Joodse landgenoten door de nazi’s betreft.’

Onder meer Geert Mak (De eeuw van mijn vader), Nanda van der Zee (Om erger te voorkomen) en Ies Vuijsje (Tegen beter weten in) waren kritisch over de afwezigheid van de koningin bij dit onderwerp, terwijl zij wel veel spreektijd besteedde aan toch minder urgente zaken als staatsrechtelijke vernieuwing na de oorlog. Was het passief antisemitisme, laksheid, desinteresse?

 Eén woord

Fasseur geeft een andere verklaring. Hij roept in herinnering dat toen Lou de Jong in 1979 het Londense deel van zijn geschiedschrijving over het Koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog liet verschijnen, niemand de vraag stelde waarom Wilhelmina niet vaker over de Jodenvervolging had gesproken. ‘Dat is nu wel anders’, schrijft Fasseur in 2002. ‘De omslag bewijst hoe sindsdien de Jodenvervolging in onze beleving het allesoverheersende thema van de Tweede Wereldoorlog is geworden. De hele oorlog is tot één woord verengd en dat ene woord is ‘Auschwitz’.’

Onderzoeker Jord Schaap, die de Radio Oranje-toespraken van Wilhelmina minutieus ontleedde in zijn boek Het recht om te waarschuwen (2007), dicht ook een rol toe aan publicaties van Jan Bank, Hans Blom en Chris van der Heijden. Daarin werd de klassieke zwart-witgeschiedschrijving van tinten grijs voorzien. ‘Het verzet, Londen, Radio Oranje, de koningin – de mythes die in de naoorlogse decennia rondom deze instituten werden gebouwd, worden niet langer gespaard.’

Voor Wilhelmina lag de prioriteit bij de bevrijding van Europa. Daarmee was immers iedereen geholpen. Dat die bevrijding voor velen te laat zou komen, is een besef dat pas pijnlijk laat doordrong.

De hand van de speechschrijver

Het was een van de opvallendste benoemingen van koning Willem-Alexander na zijn inhuldiging: hij stelde najaar 2013 in zijn hofhouding een speechschrijver aan. Jan Snoek (57) had al voor diverse ministers en oud-premier Jan Peter Balkenende gewerkt en werd door de koning gevraagd als ‘persoonlijk adviseur’ in het paleis aan de slag te gaan. Het was een duidelijk teken dat Willem-Alexander aan verbetering wilde werken van openbare optredens waar hij ook moet spreken en daarbij een klankbord zocht.

De hand van Snoek is het duidelijkst zicht- en hoorbaar in persoonlijke toespraken, zoals de kerstboodschappen en gelegenheidsspeeches als die op Koningsdag en maandag op de Dam.  In een profiel in het AD uit 2018 vertelden collega-speechschrijvers dat de kracht  van Snoek is dat hij onderwerpen ‘dichtbij en concreet’ maakt. Voorbeelden zijn ‘Nederland is meer dan zeventien miljoen selfies’ uit de kersttoespraak van 2014 en ‘Twitter maakt het debat soms bitter’ (2017). Maandag sprong deze passage eruit: ‘Sobibor begon in het Vondelpark, met een bordje: Voor Joden verboden.’ Anders dan onder koningin Beatrix wordt de kijker en luisteraar nu soms ook getutoyeerd.

Moeilijker zijn de formele toespraken waaraan veel ministeries te pas komen: het staatshoofd als spreekbuis van de regering. Aan de Troonrede op Prinsjesdag is voor een tekstschrijver weinig eer te behalen – alle departementen hebben er een stem in. Ook toespraken bij staatsbezoeken zijn voor een groot deel samengesteld uit bouwstenen die Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken aanleveren. Met zulke niet-doorleefde teksten heeft Willem-Alexander duidelijk meer moeite in zijn voordracht: de retorisch begaafde Snoek kan die minder goed op maat maken voor zijn baas.

Lees ook

‘Niet wegkijken’, zei de koning. Wat staat ons te doen?
Koning Willem-Alexander riep de Nederlandse bevolking op ‘niet weg te kijken’. Waar doelde hij op? ‘Ik denk dat de koning waarschuwt voor discriminatie en haat, maar ook voor andere grote vraagstukken.’

Mijn Bevrijding
Nederland werd 75 jaar geleden bevrijd. Daarom presenteert de Volkskrant 75 verhalen over de mensen die erbij waren.

4 mei-lezing Arnon Grunberg
Als herdenken ook verlangen naar kennis is, dan zijn details belangrijk, zegt Arnon Grunberg in zijn 4 mei-lezing die hij uitsprak in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Want kennis bestaat uit details. Lees zijn lezing hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden