Rokers in hun hok

EN, LEKKER GESTOPT MET ROKEN NA DE JAARWISSELING? HOU VOL, WANT NIET ROKEN IS TEGENWOORDIG DE NORM. HET ROKERSFEEST IS TEN EINDE....

tekst phaedra werkhoven; fotografie martijn steiner lovisa

Toevallig zag ik onlangs tegen de klok van tienen 's ochtends een herhaling van de Stratenmaker op Zeeshow. Daarin stond Joost Prinsen, alias Erik Engerd een gevoelig lied te zingen. Prinsen was nauwelijks te zien, hij was verstopt achter een waas van sigarettenrook. Ik keek nog eens goed, en ja verrek, hij had echt een sigaret in zijn hand. Tussen de coupletten door haalde hij stevig en ongegeneerd aan zijn sigaret. Waarom zou hij ook niet? Roken was geaccepteerd, ook in kinderprogramma's.

Dat was precies het leuke aan roken, het was sociaal geaccepteerd. Je hoorde erbij, je was stoer, daarom waren we er allemaal ooit mee begonnen. Tot voor betrekkelijk kort geleden rookte ik nog weleens op mijn werk. Als iemand er last van had, ging er een raampje open. No big deal. Maar ineens, twee jaar geleden, sloeg dit om. De redactie van het tijdschrift waar ik werkte verhuisde naar een ander pand met strenge rookregels. Er was een 'rookhok' en daar moesten we maar gaan roken. Of buiten, mocht ook. 'Belachelijk', vonden de rokers, en dachten daarmee de algemene mening te verkondigen. Maar plotseling bleken bepaalde collega's heel erg blij te zijn met de nieuwe regels. Wanneer we die weer eens overtraden, kwamen ze op onze schouders tikken en vragen of die sigaret niet uit kon. Natuurlijk deden we dat dan.

Toch begon er iets te knagen. Sinds ik naar dat rookhok werd verbannen, voelde ik me als roker een soort uitschot, asociaal bijna. Maar ook dom. Hoe kon ik, als weldenkende hoogopgeleide vrouw doodleuk door blijven roken terwijl ik wist hoe slecht het is? Een onbezonnen puberdaad was het roken als eind twintiger ook niet echt meer te noemen. Bovendien zat de charme van de sigaret toch in het feit dat die in een asbak naast het toetsenbord lag te roken, terwijl je gestresst het laatste verhaal van die week tikte. In zo'n rokerig hok zitten, of erger, buiten vernikkelen, staat nogal sneu en heeft niets meer met rokersromantiek te maken. Sterker nog, voor het oog van iedereen geef je te kennen dat jij dus verslaafd bent. In plaats van te werken, sta je te paffen. Je geeft min of meer openlijk toe: ja, ik weet dat ik hier dood aan ga, maar ach, ik doe het toch.

'Roken? We lossen het samen wel op', was jarenlang de slogan van postbus 51-spotjes. Maar sinds de rechter in april 2000 besliste dat de ptt moest zorgen voor een rookvrije werkplek van de postbesteller Nanny Rooijen was het gedaan met de softe retoriek. Nanny was een aansteller volgens haar collega's, haar collega's waren asociaal volgens Nanny. Opschudding alom, de stemming werd grimmig.

Inmiddels zijn werkgevers verplicht maatregelen te nemen wanneer er sprake is van gezondheidsklachten bij werknemers. En zij die het rookverbod niet goed handhaven of geen maatregelen voor rookvrije werkplekken nemen, kunnen een boete krijgen: 300 euro voor de eerste overtreding tot 2400 euro bij herhaling.

Er was altijd al sprake van een licht ontmoedigingsbeleid door de overheid. Rookwaar werd steeds duurder, en de waarschuwingsteksten in de kleine zilveren of gouden lettertjes op de pakjes moesten de rokers op andere gedachten brengen. Veel helpen deed dit niet.

De op 16 april vorig jaar door de Eerste Kamer aanvaarde Ta bakswet gaat veel verder. De opvallende en onverbloemde waarschuwingsteksten in rouwrandjes op de pakjes riepen tegenstrijdige reacties op. Tabaksproducenten mogen verder vanaf deze maand geen reclame meer maken in bushokjes, tijdschriften of op gevels.

Rokers lijken staatsvijand nummer één te zijn geworden. Niet alleen rokers voelen overigens de pijn: uitgeverijen lopen miljoenen euro's mis aan advertentie-inkomsten van sigarettenmerken met als onvermijdelijk gevolg dat tijdschriften zullen verdwijnen.

In de culturele sector valt door de inmiddels verboden sponsoractiviteiten het doek voor de Marlboro Flashback-tournees voor Ne der landse bands en ook het Drum Rythmfestival kan zonder de grote sponsor wel inpakken.

Het rokersfeest is ten einde, maar op de achtergrond woeden de discussies door. Probleem is dat met al deze strenge maatregelen de rokers nog niet van hun verslaving zijn genezen.

Gek genoeg zoek je als roker steeds vaker steun bij andere rokers. Het is bijna een opluchting wanneer je nog een leuk iemand treft die zo stom is om te blijven roken. Hè lekker, gezellig. Toen de notoire rookster Carrie in de Amerikaanse tv-serie Sex and the City ineens niet meer rookte was dat voor mij dan ook een grote slag.

Er is ook een soort haatcomponent in de gevoelens jegens rokers. Bij het pand van mijn toenmalige redactie stond namelijk bij weer en wind altijd een enorme kettingroker buiten te paffen. De man had een pakje Brandaris-shag ongeveer standaard aan zijn hand geplakt. Hij ijsbeerde wat heen en weer terwijl hij de rook inhaleerde alsof zijn leven ervan af hing. Het gelaat grauw, mager postuur, dof haar. Ik haatte die man bijna. Ik zou nog liever dood neervallen dan me bij hem vervoegen om een sigaret te roken. Hij prikte door zijn verschijning iedere keer het droomballonnetje kapot waarin roken leuk en gezellig was en heus niet zoveel met je gezondheid deed.

Tsja, de roker rookt, de overheid grijpt in, de werkgever doet wat er van hem wordt verlangd. Dat gaat niet bepaald in goed overleg, meent Ton Wurtz, woordvoerder en penningmeester van de Stichting Rokers Belangen. Op zijn site staat een Meldpunt Ro kersdiscriminatie waar sinds de invoering van de Tabakswet gretig gebruik van wordt gemaakt. 'Ik krijg iedere week honderden e-mails van mensen die zich van de één op de andere dag geconfronteerd zien met een algeheel rookverbod op hun werkplek', zegt hij. 'Zonder overleg, zonder inspraak, de ondernemingsraad van zo'n bedrijf wordt vaak niet eens op de hoogte gebracht.'

Zo kreeg Wurtz een mail van een brandweerman die in een 24-uurs-ploegendienst werkt: 'We eten gezamenlijk, kijken 's avonds tv en slapen op de kazerne. Het gebouw is groot genoeg om een aparte ruimte in te richten voor rokers, maar de bevelvoerders hebben besloten dat er in het hele gebouw niet meer mag worden gerookt.'

Ook de werkplek van een bibliotheekmedewerker moest plots rookvrij zijn: 'Zonder een goed alternatief te bieden voor de ruim dertig rokers van de in totaal honderdvijftig werknemers. We worden geacht buiten te roken en dit op de prikklok te melden', aldus de mail.

Een medewerker in een overheidsgebouw is voor zijn saffie sinds begin dit jaar aangewezen op een fietsenkelder: 'Een ruimte zonder daglicht en met een beperkte ventilatie', mailt hij. 'Bovendien is de ruimte niet verwarmd. Bij de totstandkoming van dit besluit is het personeel niet gehoord. Ook de ondernemingsraad is niet geraadpleegd.' Bij weer een ander bedrijf is een rookruimte wel aangelegd, maar moeten rokers 'een half uur langer doorwerken. De chefs die een eigen kamer hebben mogen wel de hele dag paffen.'

In vrijwel alle e-mails komt de vraag naar voren of een roker nog wel rechten heeft. Wurtz begrijpt dat. 'Als roker word je voornamelijk gewezen op je plichten. Kijk bijvoorbeeld altijd voor je er eentje opsteekt of er ergens asbakken staan en of er mensen roken. Maar dan nog moet je het even in de directe omgeving vragen of iemand het hinderlijk vindt als je een sigaretje rookt.

'Maar de rechten? Ik vind dat bij bedrijven in grote gebouwen best een rookruimte kan worden ingericht. We hebben te maken met zo'n 35 pro cent rokers, waarom zou je die in de kou laten staan met zo'n draconische maatregel als een algemeen rookverbod?'

Trudy Prins is directeur en woordvoerder van Defacto, een stichting die zich inzet voor een ontmoedigingsbeleid voor de roker. Voor haar telt eigenlijk maar een ding: een gezonde werkomgeving. Ze kent de spanningen tussen rokers en niet-rokers op de werkplek, maar vindt die ondergeschikt aan het uiteindelijke doel, die gezonde en prettige werkplek. 'Voor de roker, maar zeker voor de niet-rokers, want die hebben helemaal niet gevraagd om in de tabaksrook te zitten. Het is aan de directie van de verschillende bedrijven om daar op een zorgvuldige manier mee om te gaan, zodat zowel rokers als nietrokers zich in oplossingen kunnen vinden.'

Het zogenoemde Smoke Free Station, een nieuw soort rookhok, zou zo'n oplossing kunnen zijn. In akn-gebouw, waar de redacties van televisieprogramma's van avro, kro en ncrv huizen, is vorige maand een flink aantal van dit soort rookhokken geplaatst. Het is een redelijk succes te noemen. Volgens een poll op intranet van het bedrijf vindt 70 procent van de medewerkers het een goede oplossing.

Het rookhokje lijkt op een bushokje dat is gemaakt door Ikea: blank hout en aan twee zijden glas. Aan de bovenkant steekt er een stekker uit die in een stopcontact aan het plafond zit.

Het uitzicht vanuit een van de hokjes is niet bijster opwekkend: recht vooruit heeft de roker zicht op de keuken, rechts zijn de toiletten en de gardarobe te zien en links hangt het brandblusapparaat, voor het geval iemand per ongeluk het hokje in de fik steekt.

Als een roker het hokje betreedt, gaat een sensor in werking en is een licht gezoem hoorbaar, vergelijkbaar met het geluid van een afzuigkap in de keuken. Er hangt een gebruiksaanwijzing: je moet de sigaret boven tafel houden, binnen het Smoke Station blijven staan, de sigaret ongedoofd op de rand van de asbak neerleggen en de rook uitblazen in de richting van het halogeenlampje dat boven je hoofd hangt. Daar trekken de slierten rook weg in een soort schacht.

Een kro-medewerker vertelt dat het hokje al gekscherend het 'afzuigstation' of het 'hanghok' wordt genoemd. Hij is wel blij met het rookhok, maar heeft een probleem met de grootte. 'Als er twee mensen in staan, sta je zo dicht bij elkaar dat het bijna onbeleefd is om niet even een praatje te maken. Dat vind ik wel jammer. Even een sigaret roken en op je gemak een net geschreven tekst doorlezen is er niet meer bij.'

Trudy Prins van Defacto vindt dergelijke rookhokken een goede oplossing om brandende ogen of irritatie aan de luchtwegen bij niet-rokers in een bedrijf tegen te gaan, maar het haalt de schadelijke stoffen van het roken niet uit de lucht, zegt ze. tno concludeerde in een onderzoek dat die schadelijke stoffen zelfs een etmaal nadat ergens gerookt is, nog worden gemeten. 'Dus die hokjes zijn bij lange na niet ideaal.'

Er zijn Amerikaanse wetenschappers die de schadelijkheid van het meeroken niet bewezen achten. Het zou namelijk pas schadelijk zijn als je in een ruimte van 40 vierkante meter veertig rokers om de vijf minuten een sigaret laat roken. Maar volgens Prins is de discussie over roken en meeroken achterhaald en zijn de Amerikaanse onderzoeken verouderd. 'Verstokte rokers voelen zich in een hoek gedreven en worden steeds feller, maar kom op zeg! Het is naïef te veronderstellen dat actief roken wel schadelijk is en passief rook inademen niet.'

Ook Prins kent de verhalen van 92-jarige oma's die nog steeds iedere dag zonder problemen hun sigaretje roken, maar stelt daar de verhalen van jonge dertigers tegenover die doodgaan door longkanker. 'En niet allemaal omdat ze zelf hebben gerookt, maar ook omdat ze altijd in een rokerige ruimte hebben moeten werken.

Bovendien: de meeste niet-rokers vinden de geur van tabaksrook ook gewoon smerig om in te ademen. Daar is toch ook wat voor te zeggen?'

'Absoluut', vindt ook Ton Wurtz van Stichting Rokersbelangen. 'Dat is voor mij een zeer goede reden om ergens niet te roken.' Maar Wurtz heeft géén begrip voor de rigoureuze aanpak waarmee anti-rookmaatregelen worden ingevoerd. Hij geeft het voorbeeld van de Nederlandse Spoorwegen: 'Wat is er mooier dan een rokerscoupé en een niet-rokerscoupé? Iedereen is dan blij, maar nee, het roken in treinen moet helemaal worden verboden.'

Dat die maatregel mede is genomen omdat volgens de Tabakswet de conducteur niet aan rook bloot mag worden gesteld, noemt hij een drogreden. 'Ik geloof niet dat conducteurs het zo erg vinden dat ze door die rookcoupé moeten. Bovendien lopen ze met koppels door de trein, dus dan is dat toch zo opgelost?'

Wurtz kan nog een waslijst aan maatregelen noemen waardoor de roker langzamerhand in het verdomhoekje is geraakt. 'Antirokers zien het liefst een algeheel rookverbod voor de horeca. Laat cafés dat eekker zelf uitzoeken. De overheid zou op moeten houden met het doordrukken van vervelende regeltjes en betuttelende reclamecampagnes en teksten op de pakjes.'

Hij weet allang dat roken niet goed is, maar laat hem. Hij gaat ook weer op wintersport dit jaar, eet weleens een patatje, rijdt in een auto en rookt dus. 'Allemaal ongezond, maar mag ik zelf beslissen of ik die dingen doe?' En als hij mensen tot last is, wil hij daar iets aan doen, maar wel in het redelijke.

'Ik krijg nu vaak het idee dat de hele wereld astmatisch is, behalve de rokers. Kortademigheid is vreselijk, dat begrijp ik, maar zodra ik een pakje uit mijn zak haal en op tafel leg, beginnen sommige mensen al te hoesten. Maar als ze bij wijze van spreken voor een stoplicht in de uitlaatgassen staan, hebben ze geen probleem.'

'De heer Wurtz voelt zich klaarblijkelijk gediscrimineerd, terwijl wij jarenlang zijn gediscrimineerd', zegt Prins. 'Toen ik op de middelbare school zat, rookte de leraar voor de klas. Dat zouden we nu crimineel vinden. In de afgelopen tien à vijftien jaar is veel bereikt. Vroeger was roken de norm, nu is het tegenovergestelde het geval. Het is minder normaal geworden om een sigaret op te steken.'

Volgens Prins zijn er 160 duizend zogeheten luchtweggehandicapten. 'Voor deze mensen is het onmogelijk met de trein te reizen, ook al zijn er momenteel niet-rokerscoupés.' Luchtwegklachten moet je niet bagatelliseren, bezweert ze. 'Ik ken mensen die zonder problemen veertig kilometer hard kunnen lopen, maar die zodra ze rook ruiken - al is het maar uit de kleding van iemand - een astmatische aanval krijgen.'

Wurtz ziet het hoe dan ook somber in voor de rokers. De nieuwe Tabakswet zal alleen maar leiden tot systematische burgerlijke ongehoorzaamheid. 'Vroeg of laat krijg je te maken met mensen die deze betutteling niet pikken en gewoon hun sigaretje opsteken. Volgens de wet kun je dan een boete krijgen. En die betalen ze dan niet. En dan? Gaan ze diegene opsluiten?'

Misschien ligt hoop verscholen in het feit dat bijna iedere roker wel wil stoppen. Prins: 'Ruim zeventig procent wil er op lange of korte termijn vanaf. Toch zie je dat maar weinigen het echt lukt. Ge mid deld zo'n tien procent van de stoppers per jaar.' Defacto wil bereiken dat dit percentage hoger wordt. 'Hetzij door ondersteuning, hetzij door regelgeving.'

Helaas: als roker ken je de slappe verhalen maar al te goed. Je gaat alleen 's avonds roken, alleen bij een bijzondere gelegenheid, alleen bij een drankje. Er is ook altijd wel weer een gelegenheid om te stoppen met roken. Een nieuwe baan, een nieuw huis, kinderen krijgen. Je spreekt met jezelf af: in mijn nieuwe huis wordt niet gerookt. Al vrij snel blijkt ook die afspraak niet echt stand te houden. Want vervelend genoeg zijn bovenstaande voorbeelden ook weer precies de redenen om juist weer met roken te beginnen. De stress van de nieuwe baan doet je naar sigaretten grijpen, het nieuwe huis blijkt een kat in de zak en de combinatie van zorg en werk noopt je tot een rustgevend sigaretje in de avonduren.

Voor mij stond de sigaret synoniem aan een vrijheidsgevoel. Na twee zwangerschappen en jaren van van zorg en stress, werd de sigaret een moment voor mezelf. Bijna als een soort protest. Het was ook nostalgie, terugverlangen naar die tijd dat ik nog vrij was van echt serieuze zorgen.

Inmiddels is die formule wel uitgewerkt en wil ik, zoals veel andere rokers, stoppen. En laat ik dit zeggen: bij mij werkt het wel, die boodschappen in rouwrandjes en die criminalisering van mij als roker. Ik rook sowieso niet veel en praat mezelf aan dat dat heus minder erg is. Maar nu is het afgelopen. Denk ik. Ik wil geen asociale dommerd meer zijn, geen pakjes Drum meer bij een benzinestation halen omdat ik het in de Albert Heijn amper meer durf. Bovendien heb ik een nieuwe baan en een nieuw huis.

En o ja, het is ook nog een nieuw jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden