Roestige reus geeft zich gewonnen

Een scheepswrak in het Veerse Meer was jarenlang een geliefd object voor sportduikers. In werkelijkheid gaat het om een Duits oorlogsschip, met mogelijk nog munitie aan boord.

VROUWENPOLDER - Het geluid van twee verschillende ademhalingen klinkt door de speakers van de controlekamer. Het zijn regelmatige, langgerekte, blikkerige zuchten. De controlekamer is versierd met nepsneeuw op het raam, glinsterende goudroden slingers en een klein kunstkerstboompje dat wordt overschaduwd door het flesje water dat ernaast staat.


Plotseling zegt een stem: 'Lengte: 10 meter'. In de controlekamer grist iemand naar een rode stift en krabbelt de boodschap snel op een whiteboard. Naast de aantekening hangen twee stopwatches, met daarboven de namen 'Melvin' en 'Rus'. Hoewel je ze kunt horen ademen, liggen Melvin en Rus een stuk verderop in het water. Ze zijn goed getrainde duikers van Defensie, klaargestoomd voor nieuwe oorlogssituaties in wateren over de hele wereld. Vandaag liggen ze in het Veerse Meer in Zeeland. Melvin en Rus duiken 15 meter diep. En 69 jaar terug in de tijd.


Maandagavond 29 mei 1944. Het is een warme, heldere dag geweest met temperaturen tegen de 30 graden. De Duitse MFP 920-DM vaart over de Zeeuwse wateren om daar de zeemijnen die het aan boord heeft voor de Noordzeekust te leggen. De grote, ronde mijnen met over het hele oppervlak uitsteeksels moeten het de geallieerden onmogelijk maken om met landingsvaartuigen aan de Zeeuwse kust te komen.


Eigenlijk had Adolf Hitler andere plannen met de MFP 920-DM. Oorspronkelijk werd het vijftig meter lange en negen meter brede schip ontworpen als een landingsvaartuig, bedoeld om ingezet te worden bij de invasie van Engeland (Operation Seelöwe). Toen de eerste schepen uit de fabriek kwamen, was die operatie al afgeblazen. De Marinefährprähme type D werd omgebouwd tot mijnenlegger, uitgerust met 54 anti-invasiemijnen en een groot roestvrijstalen boordkanon.


Kwart voor tien. De zon is net onder, het schemert. Dan klinkt er een oorverdovende knal. De MFP 920-DM is op één van de mijnen gevaren die het de dag daarvoor zelf heeft neergelegd. De ontploffing rukt het staal aan de voorkant van de stuurboordzijde van het schip uiteen en laat een groot gat achter. Gruppenführer Junge en matroos Wemjes raken gewond; zeventien mijnen vallen overboord. De kapitein weet het schip ternauwernood op het strand van Walcheren te zetten.


Een dag later wordt de mijnenlegger bezocht door een bouwmeester van de scheepswerf in Vlissingen. Een groot deel van de voorkant van het schip wordt er afgesneden, er worden houten schotten geplaatst en het gat wordt volgestort met beton.


Op 12 juni wordt het schip versleept over de zeearm het Veerse Gat (nu het Veerse Meer). De MFP 920-DM zal nooit zijn bestemming bereiken. Het schip kapseist, zinkt en komt ondersteboven terecht op de zandbodem van de zeearm.


Roestbak

Al sinds de jaren tachtig duiken er sportduikers af naar het wrak. Steeds wordt gedacht dat het een oude roestbak is, die is gezonken bij de aanleg van de afdamming van het Veerse Gat. Op een onstuimige decemberdag in 2004 ontdekken Fred Groen en Andre Ruissen van Wrakduikstichting De Roompot (WDSR) dat ze met een heel ander schip te maken hebben.


In de jaren die volgen doen ze uitgebreid onderzoek naar de mijnenlegger. Ze raadplegen oorlogsdagboeken, komen oude foto's tegen en weten zelfs de hand te leggen op het logboek van het schip. Bij een duik vinden ze bestek met hakenkruizen. In mei dit jaar publiceren de sportduikers van WDSR hun onderzoeksresultaten in Wie Een Kuil Graaft... .


De mijnenlegger is jarenlang een dankbare locatie voor sportduikers en Groen heeft er inmiddels achthonderd duikuren in zitten. Maar Rijkswaterstaat wil van het wrak af. De mijnenlegger ligt in een vaargeul, verboden gebied voor sportduikers. En ondanks drie verkennende duiken door Defensie is het onduidelijk of er nog munitie aan boord is.


Emotionele waarde

'Het duikverbod is niet te handhaven' zegt Gerius van Woudenberg van Rijkswaterstaat. In tegenstelling tot Groen heeft het wrak voor hem geen emotionele waarde. 'Ik ben er niet van onder de indruk, het is gewoon oud schroot.' Vijf weken lang is Van Woudenberg met sergeant-majoor David Groen in touw geweest om de berging van het wrak te begeleiden, een operatie waarbij meer dan vijftig mensen van de landmacht en de marine, twee grote bouwkranen, een paar sleepboten en duizenden liters diesel zijn betrokken. Vanwege de grootte is de mijnenlegger eerst in drie stukken gezaagd. Daarna zijn de delen een voor een naar de kant gebracht.


Het Duitse oorlogsschip geeft zich niet makkelijk gewonnen. Een hijskraan breekt maandag, als het tweede deel van het schip aan de kant wordt getild. Net voordat de mijnenlegger op het droge komt, gaat hij weer kopje onder, waardoor de loop van het kanon loskomt en voor even weer verdwijnt in de zandbodem van het Veerse Meer. Het derde deel, waarmee de duikers Melvin en Rus bezig zijn, komt laat op de donderdagavond naar boven.


Vrijdagmiddag wordt het ponton met daarop de drie delen van de MFP 920-DM versleept naar Vlissingen-Oost. Daar wordt het nu nader onderzocht voordat onderdelen van het schip een plek krijgen in het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp. Wie het toevallig voorbij ziet varen, zal zijn best moeten doen om een oorlogsschip te herkennen in de roodbruine stalen bak met slijk en verwrongen platen. Het ligt nog steeds op zijn kop, uit kiertjes en gaten druppelt water op de houten schotten die het wrak ondersteunen. Uitgeput, als een gebroken, roestige reus die zich na zeventig jaar eindelijk gewonnen heeft gegeven.


Gerius van Woudenberg Rijkswaterstaat

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden