Roestige machinekamer van de hel

Vroeger in de acteursbus bij Het Zuidelijk Toneel, noemden zijn collega's hem het Ramsey-kind, vanwege zijn jonge-honden-gedrag. Later schreef hij pittige gedichten en theatermonologen over niets minder dan de Liefde, de Dood en het Verlies van Onschuld....

Net als in zijn succesvolle solovoorstelling Geen Lied vertrekt hij vanuit de mythe over Orpheus die zijn geliefde Eurydike terug mag halen uit de onderwereld, mits hij niet omkijkt naar het rijk van de doden. In Leven in Hel beschouwt Nasr deze levensles vanuit de onderwereld waar Eurydike voor ophef zorgt met haar weerstand tegen de dood. Ze arriveert in de 'personeelsruimte van de hel', een soort roestige machinekamer, waar koningin Persephone met twee 'vuilverbranders' wacht op nieuwe stervenden. Ze doden hun tijd met plakken, knippen, kleien en het drinken van grenadine, terwijl Koning Hades een (ijzeren) deur verderop 'met vuur speelt'.

Pas als de lichte stem van Eurydike (Esmé Bos) de ruimte vult met liefdesliederen, komen de vier in actie. Ze laven zich aan haar levenslust en wulpse verschijning.

De roodbruine omgeving vol piepende hendels en knorrende moertjes zorgt in het begin voor een vreemd afwachtend gevoel. Alle pijlen wijzen richting hel maar de ogen kijken naar de deur waarachter het leven schuilgaat. De karakters blijven lang kaal en karikaturaal. Maar wanneer Annet Malherbe als Persephone zingend al haar verlangens in de strijd gooit, begint Leven in Hel te vibreren. Tussen de zielen ontspint zich een klucht die zwenkt van platvloerse grappen naar poëtische bespiegelingen en terug.

Soms schiet de voorstelling volledig uit de bocht, bijvoorbeeld wanneer Orpheus (Stefaan Degand) onverwacht langskomt en met veel te luide tenorstem iedereen naar de zijkant speelt. Degand maakt iets te enthousiast gebruik van de ruimte die Nasr de acteurs geeft om op de lach te spelen.

Porgy Franssen daarentegen blijft zelfs met zijn broek op zijn knieën overeind als een even hitsige als kindse koning Hades. Malherbe is de perfecte actrice voor Nasrs scherpe scherts over de liefde. En Esmé Bos weet in haar weinig flatteuze jurk toch haar jeugdig elan te behouden.

De smeerolie van deze operette wordt gevormd door het kolderieke commentaar van de 'vuilverbranders' Pim Muda en Jeroen van Koningsbrugge. Ze zijn zowel dienaren en narren als Pietje Bells, die te pas en te onpas zotte woordspelletjes zingen. Hun perfecte timing wordt ondersteund door een achtkoppig ensemble van jonge musici dat fysiek nauwelijks aanwezig lijkt maar muzikaal de uitersten opzoekt.

Zo zorgt deze onevenwichtige voorstelling voor een hartveroverend resultaat, omdat Nasr met zijn grappen en grollen een antwoord zoekt op de eeuwige vraag waarom we toch in godsnaam de liefde leren kennen als we haar ook weer kunnen verliezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden