Roeren in een pot vol spanning

In zijn werk zit de controverse ingebakken. Hans van Houwelingen maakt beelden voor de openbare ruimte en die zijn daarmee per definitie politiek. Vorige week kreeg hij de Wilhelminaring, de tweejaarlijkse oeuvreprijs voor beeldhouwkunst.

DOOR NELL WESTERLAKEN FOTO JULIUS SCHRANK

Kunstenaars zouden zich meer moeten bekommeren om de eigenschappen van de openbare ruimte. De opdracht voor een beeld dat op straat komt te staan, is nu eenmaal niet ook de legitimering van dat kunstwerk. 'Een beeld moet een eigen cultuur kunnen genereren, kunnen omgaan met de tijd en met het meedogenloze contact dat het krijgt met zijn omgeving. Dat is de reden dat ik een opdracht voor een beeld of een monument vrijwel altijd opnieuw formuleer. Als je dat goed doet, kan zo'n opdrachtgever, vaak een overheid denken: verrek, dat is het! Je moet een politicus of een ambtenaar niet toestaan dat hij de kunstenaar uithangt, je moet hem overtuigen. Ik vergelijk mezelf in die zin weleens met een Jehova's getuige: voet tussen de deur en niet meer loslaten.'

Hij heeft een missie als beeldend kunstenaar, Hans van Houwelingen. Altijd gehad ook. Al een kwart eeuw maakt hij veelbesproken beelden en monumenten voor de openbare ruimte. In een nieuwe migrantenwijk liet hij een groot plein bestraten in het patroon van een Perzisch tapijt. Rondom een Leninbeeld in Groningen liet hij tonnen aardappels storten: voorbijgangers konden ofwel het beeld bekogelen ofwel hun fietstas volstoppen met piepers.

Beelden die laag op laag zijn doortrokken van reflectie. Beelden met een noodzaak, want in tegenstelling tot museale kunst zijn kunstwerken op straat per definitie politiek, zegt hij. 'Als een beeld in een museum staat, koop je een kaartje omdat je het wilt zien. Zet je het op straat, dan vraagt niemand daar om, dan vindt de ene partij dat de andere iets moet denken. Een kunstwerk in de openbare ruimte is daarom per definitie politiek - het is propaganda voor iets, anders stond het er niet.' Een even vreemd als prachtig verschijnsel, meent hij. 'Je bent als beeldhouwer zodoende altijd aan het roeren in een pot die bol staat van spanning.'

Deze maand reikte de Apeldoornse Stichting Wilhelminaring de tweejaarlijkse oeuvreprijs voor Nederlandse beeldhouwkunst uit aan Hans van Houwelingen. De ring werd dit jaar gemaakt door de kunstenares Truike Verdegaal. Ze verwerkte twee doorgezaagde verstandskiezen van Van Houwelingen in de ring die is 'verpakt' in een zekeringendoosje uit 1957, zijn geboortejaar. Op haar website verklaart Verdegaal: 'Hans is een sterke persoonlijkheid. Hij zet zijn tanden in zijn werk, schuwt de discussie niet en gebruikt zijn intelligentie in de onderhandelingen met zijn opdrachtgevers om het beste resultaat te behalen. Daarbij slaan de stoppen soms door.'

Aan de prijs zit de opdracht vast een werk te maken waarin hij reflecteert op de Nederlandse beeldhouwkunst. En daarover is het een en ander te zeggen, meent Van Houwelingen, want te vaak stellen beeldhouwers zich op als schilders. 'In de schilderkunst speelt het onderwerp, het verhaal, zich af binnen het kader van een lijst. Maar voor beeldhouwkunst is de omgeving het kader. Die beweegt voortdurend, kan mooi of verrot zijn, kwaad en daarna weer vriendelijk, en dat bepaalt mede hoe er naar zo'n werk gekeken wordt. Veel beeldhouwers beoordelen hun werk vanuit een statisch perspectief; het voldoet volgens hen als het past in een esthetische traditie. Maar daarin ontbreekt de maatschappelijke dynamiek. Het inzicht ontbreekt nog weleens dat zo'n beeld ook een culturele, economische en politieke context heeft.'

De controverse is hiermee ingebakken in zijn werk. Hij stelt vragen bij zijn opdrachten en zoekt zijn eigen antwoorden. Waarom vraagt Den Haag hem om een monument voor Thorbecke als er al eentje in Amsterdam staat dat ooit is gemaakt voor Den Haag? Zou die Thorbecke niet alsnog beter op zijn plaats zijn in de stad waar de nationale macht zetelt? Na grondig historisch onderzoek liet hij 'Thorbecke' omruilen met een Haags monument voor Spinoza dat volgens hem beter paste in een Amsterdamse context.

In Lelystad plaatste hij een beeld van Cornelis Lely, dat Mari Andriessen in 1953 maakte, op een 36 meter hoge classicistische sokkel van basaltsteen, het materiaal waarmee de Afsluitdijk is gebouwd. Vanaf zijn absurd hoge voetstuk kijkt de ingenieur hoog over een stad die weliswaar bestaat dankzij zijn dijk, maar die er niet in slaagt zichzelf te handhaven als utopisch modernistisch model. 'Daar waren wel wat gesprekken met de wethouder voor nodig.'

Voor een park in München maakte Van Houwelingen een madonna, Maria, Quelle des Lebens, een oer-conservatieve voorstelling in een oer-conservatieve stad. Het was een contrapunt in het progressieve krachtenveld van de kunsten. Collega's keken hem er aanvankelijk op aan, maar 'ik wilde dat spanningsveld duidelijk maken'.

Een prototype van de weisse Madonna kijkt sereen uit over zijn Amsterdamse atelier, waar opgezette dieren, kruisbeelden, botten en schedels staan opgesteld in kasten, evenals een aantal Afrikaanse beelden. 'Mijn grote hobby, net als André Breton, Picasso of Reinier Lucassen: het verzamelen van etnografische kunst.' Niet dat hij de vormen rechtstreeks vertaalt naar zijn werk, maar er is een parallel. 'Etnische kunst is altijd geladen met betekenis. Ik vind dat je alleen iets kunt maken als je overtuigd bent van de ziel die erin moet komen. Je kunt geen beeld maken van een god als je niet in die god gelooft.

'Etnografische kunst heeft bovendien een ander idioom dan wat wij kennen. Onze cultuur hanteert de Griekse canon - maten, verhoudingen hoeken, afrondingen, een beeldtaal waar we al eeuwen mee werken. Op het eerste gezicht lijkt bijvoorbeeld Afrikaanse kunst te bestaan uit vreemde vormen, maar als je er eens goed voor gaat zitten, opent zich een andere beeldtaal. Dat is een openbaring.

'Steeds meer kunstenaars werken met materiaal van wat wij voorheen primitieve volkeren noemen, maar ze missen vaak het stuk waar het naar mijn idee echt spannend wordt en dat is de kracht van die kunst. Ik zag op Documenta een installatie van westerse en niet-westerse beelden. Die laatste dingen waren vals: het was toeristenkitsch. De magie is dan weg en dan blijft er alleen een intellectueel, retorisch babbeltje over. Ik vind: als je je bemoeit met andere culturen moet je de geest die erachter schuilt niet overslaan. Het werk moet zich kunnen invreten in iets wat je diep in je donder voelt.'

Is zijn engagement noodzakelijk om een goed beeld te kunnen maken? 'Ik kan me niet voorstellen dat het er niet is. Waar het vandaan komt? Als je de wereld ziet als een soort continue dynamiek, dus dat er iedere dag wat moet gebeuren ook al is het onzin, dan ben ik graag een van degenen die de boel een beetje aan de praat houden. Ik ben altijd wel enigszins bemoeizuchtig geweest. Als een straatmuzikant besluit op een bepaalde straathoek te gaan spelen, is dat ook bemoeizucht - op die manier.

'Het moet ook wel, vind ik, want er blijven te veel mogelijkheden voor kunst en cultuur onbenut. Ik heb wel-eens met politici gesproken over hoe je een straat inricht. Er is iemand die uitrekent wat het kost, en iemand die uitrekent hoeveel fietsen erdoor moeten, er is een projectontwikkelaar, maar meestal is er geen kunstenaar bij om te kijken hoe je met andere aspecten van een stad rekening kunt houden. Ik vind het de taak van ons, kunstenaars, om ons daartussen te wurmen. Je hoort vaak: 'In Den Haag worden de regels gemaakt voor de cultuursector.' Dat is eigenlijk een hele rare redenering. Ik vind dat de cultuursector zelf moet aangeven wat zijn potentie is, zodat ze dat in Den Haag ook gaan zien.'

Hij kreeg het culturele engagement niet mee van thuis. 'Ik denk niet dat mijn ouders ooit een museum van binnen hebben gezien.' Hij groeide op in Harlingen en de belangstelling voor beeldende kunst ontwikkelde zich in de loop der jaren. 'Hoe dat ontstaat weet ik niet, ik had als kind wel veel vriendjes, maar ik had ook een eigen cocon van denken en doen. Ik had iets met gemaakte dingen. In Harlingen woonde één kunstenaar. Bij hem heb ik weleens aangebeld met de vraag of ik mocht rondkijken in zijn atelier.'

Een halve eeuw later is hij een van de invloedrijkste beeldhouwers van het land, onontkoombaar op steeds meer plekken in de openbare ruimte. 'Ik werk nu aan een monument voor Arie de Froe in opdracht van de Vrije Universteit en de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. De Froe was een antropoloog die in de Tweede Wereldoorlog hoog wetenschappelijk aanzien had bij de nazi's. Hij pleegde wetenschapsfraude om een groep Portugese Joden als niet-Joden te bestempelen om daarmee hun levens te redden. Er zijn de laatste tijd veel gevallen van wetenschapsfraude, neem de Stapel-affaire, en in die wereld ontwikkelt zich de notie dat ethiek en wetenschap zich dynamisch tot elkaar verhouden. een interessante kwestie, mede gegeven het feit dat De Froe zijn data vooral verkreeg op basis van schedelmeting, een in zijn tijd legitieme wetenschappelijke methode die nu moreel verworpen wordt. Een monument is een prachtige gelegenheid om de continue nervositeit te laten zien waarmee wetenschap, ethiek en tijd zich verhouden.

Met alle dubbele betekenislagen een echte Van Houwelingen-klus, maar het hoeft niet altijd zo. 'Een ander werk komt in een vinexwijk in Zoetermeer. Toen ik me daar ging oriënteren, viel het me op dat er zo veel kinderwagens rondreden, het leek ook wel of alle vrouwen zwanger waren. Ik wilde een verbinding maken tussen de geboorte van die wijk en de geboorte van mensen in die wijk. Ik plaats er een metalen constructie van 11 meter hoog waarin iedereen die een kind krijgt een hangslotje kan vastmaken. Zo groeit dat werk samen met die wijk.' Het is, geeft hij toe, afgekeken van de rage van verliefde stellen die slotjes met hun namen erop bevestigen aan bruggen. 'Noem het maar Van Houwelingen-light.'

Ramen voor Paradiso

Poptempel Paradiso in Amsterdam werd in de jaren tachtig van de 19de eeuw ontworpen als verenigingsgebouw van De Vrije Gemeente Amsterdam. In de jaren zestig van de vorige eeuw kreeg het zijn huidige bestemming. In de jaren zeventig gingen de oorspronkelijke glas-in-loodramen verloren. Hans van Houwelingen en Berend Strik werd gevraagd nieuwe ramen te ontwerpen. Ze kozen voor het thema De Moderne Moraal en vertaalden onderwerpen zoals schepping, liefde, leven en dood naar een actueel onderwerp.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden