Roem kost Kipsang te veel energie

'S-HEERENBERG - Wilson Kipsang is zijn eerste bezoek aan het Achterhoekse 's-Heerenberg, zes jaar geleden, niet vergeten. Hij liep voor het eerst buiten Kenia en mocht meteen zijn krachten meten met die van Haile Gebrselassie, destijds de kersverse wereldrecordhouder op de marathon. 'Het voelde als een voorrecht. Ik werd derde, Haile won. Het was goed voor mijn zelfvertrouwen.'

Kipsang ontwikkelde zich sluipenderwijs tot een topatleet. Sinds september is hij zelfs wereldrecordhouder marathon. Hij bracht het prestigieuze record in Berlijn naar 2.03.23. Daarmee was hij 63 seconden sneller dan Gebrselassie in 2007 op hetzelfde parcours. Net als de befaamde Ethiopiër besloot hij dat de Montferland Run zijn eerst race als wereldrecordhouder moest zijn.

De 31-jarige Keniaan won de Achterhoekse wedstrijd over 15 kilometer niet, zoals Gebrselassie. Kipsang kwam pas als vijfde over de streep, 19 seconden achter zijn landgenoot Patrick Ereng (43.01). Hoewel hij zijn zinnen had gezet op de winst, oordeelde Kipsang dat de roem de afgelopen maanden veel van zijn energie heeft opgeslokt.

Kipsang moet, anders dan de al jaren beroemde Gebrselassie, wennen aan de verwachtingen en verplichtingen die zijn nieuwe status met zich meebrengen. 'Veel mensen zien me als een rolmodel. Ik word verwacht bij recepties, ik moet mensen toespreken, ik moet de jeugd adviseren, mensen vragen me om hulp. Het is niet gemakkelijk.'

De atleet kent het tragische lot van Sammy Wanjiru, de Keniaanse olympisch kampioen van 2010. Hij kon niet omgaan met zijn status en ging ten onder aan drank en vrouwen. Hij overleed twee jaar geleden na een mysterieuze val van zijn balkon.

Kipsang denkt de roem het hoofd te kunnen bieden door goed te luisteren naar de adviezen van 'professionals', zoals zijn Nederlandse managers Gerard van de Veen en Ariën Verkade. Hij vertrouwt ook op Lornah Kiplagat, de Keniaans-Nederlandse oud-wereldkampioene halve marathon. Hij maakt vaak gebruik van de faciliteiten in haar atletenkamp in Iten.

Kipsang luistert ook graag naar de Italiaanse trainer Renato Canova, een van de weinige westerlingen die in Kenia topatleten trainen. De Italiaan spreekt lovend over Kipsangs mentaliteit en discipline. Hij zou een van de weinige Keniaanse topatleten zijn die het belang van krachttraining inzien. Hij bezoekt de sportschool met ijzeren regelmaat.

Kipsang, die met een lengte van 1.82 meter de langste wereldrecordhouder is sinds zijn landgenoot Paul Tergat (2003): 'Ik geloofde er aanvankelijk ook niet in. In het begin verzet je lichaam zich tegen krachttraining. Je voelt je sloom. Maar als je volhoudt, raakt je lichaam eraan gewend. En dan blijkt het uiteindelijk heel nuttig te zijn.'

Ook zijn omgang met trainingspartners typeert zijn professionele instelling. Hij heeft een groep van veertig man om zich heen verzameld die als tempomakers voor hem werken. Hij zorgt dat ze te eten en te drinken krijgen, hij regelt vervoer en neemt ze soms mee naar een restaurant. Soms geeft hij ze voedsel mee naar huis. 'Dat is goed voor de moraal. Sommige van deze atleten hebben thuis niet genoeg te eten, dus ik help ze een beetje.'

Kipsang schat dat hij tussen de 5.000 en 10.000 euro in de trainingspartners heeft geïnvesteerd, in de aanloop naar Berlijn. Het wereldrecord leverde hem meer dan een ton op.

De wereldrecordhouder hoeft niet al zijn trainingsmaten te betalen. Hij loopt wekelijks met twee andere toplopers uit de stal van Gerard van de Veen, onder wie Geoffrey Mutai, vorige maand de winnaar van New York, en Dennis Kimetto, de winnaar van Chicago.

De hegemonie van het trio heeft vragen opgeroepen, helemaal nadat een middelmatige, vrouwelijke atlete uit de stal van Van de Veen onlangs op doping werd betrapt. De Nederlandse manager heeft zich van haar gedistantieerd. In Kenia zijn de afgelopen tijd geregeld tweederangsatleten op doping betrapt.

Het wereldanti-dopingagentschap WADA maakt zich al langer zorgen over de dopingbestrijding in Kenia, dat de problemen aanvankelijk ontkende. Vorige week werd aangekondigd dat er een test- en analysefaciliteit in het land komt.

Kipsang reageert kalm als de dopingproblemen ter sprake komen. Hij schat dat hij jaarlijks twintig maal wordt getest, op bloed en urine, binnen en buiten de competitie. Hij betreurt de argwaan over zijn prestaties en juicht de opening van een dopinglaboratorium in Kenia toe. 'We moeten de sport niet verpesten, maar als je schone sport wilt, moet je het WADA de macht geven om testen te doen. Er moet onophoudelijk en eerlijk worden getest, zodat we een schone sport kunnen hebben.'

Kipsang zegt geen doping nodig te hebben om nog te harder te kunnen lopen. Na zijn record in Berlijn voorspelde hij meteen dat het sneller kan. Hij ziet geen reden om terug te komen op die woorden. Glimlachend: 'Ik denk dat 2.02 mogelijk is.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden