Rode ton is weer Nederlands fabrikaat

De Oostenrijkse eigenaar voestalpine AG van Flamco vond het bedrijf maar een bijzaak, dus lag verkoop voor de hand.

Niet alleen kaas, klompen en fietsen zijn oer-Hollandse producten. Bij dat rijtje kan ook gerust de Flamco. Het felrode expansievat, dat de druk opvangt van de cv-ketel, is in bijna ieder huishouden terug te vinden.


Na een sluimerende periode binnen een buitenlands imperium is Flamco weer helemaal in Nederlandse handen. Het industriële concern Aalberts Industries koopt de aandelen van de 700 medewerkers tellende producent uit Bunschoten.


Het is kort na WO II als de Hollander Johan Wormmeester het expansievat op de markt brengt. Nederland is in wederopbouw en in de vele nieuwe woningen komen cv-installaties te hangen. Water zet bij verwarming echter uit. Wormmeester sleutelt het allereerste exemplaar in elkaar dat de druk die daarbij vrij komt eindelijk afdoende kan opvangen. Een speciaal rubber vlies scheidt het water en de lucht. Daardoor kan water uitzetten, zonder dat de cv-ketel uit elkaar klapt. In 1956 neemt Flamco zijn uitvinding over.


Later valt het in handen van het grote industriële conglomeraat Internatio-Müller, waar ook de geplaagde technische dienstverlener Imtech en de recentelijk naar de beurs gebrachte chemicaliënhandelaar IMCD van afstammen. De Rotterdammers pompen flink wat geld in het bedrijf. In 1983 bereikt het een mijlpaal. Het 10 miljoenste expansievat gaat over de toonbank.


Flamco vervalt echter langzaam tot het speeltje van eigenaren die er weinig raakvlak mee hebben. Midden jaren tachtig komt het in handen van Polynorm, dat onderdelen maakt voor Duitse autofabrikanten. Die laat het eerst verslonzen om daarna in een nieuwe fabriek met modernere machines te investeren. Het is doel is om Flamco daarna te verkopen. Ook Aalberts Industries komt even kijken, zegt financieel directeur John Eijgendaal van Aalberts. 'Het bedrijf stond er echter niet florissant bij.' Polynorm haalt het bedrijfsonderdeel weer uit de verkoop.


Voortaan bungelen de expansievaten er een beetje bij. In 2002 neemt het Oostenrijkse voestalpine AG heel Polynorm over. Het doet dat vooral voor de activiteiten in de autobranche. Het geld uit de Alpen vindt daardoor vooral zijn weg naar hoofdkantoor Amersfoort en niet naar Bunschoten.


Toch krijgt Flamco de fabriek uit de kosten en ook breidt het zijn assemblagehallen in onder meer Duitsland en Engeland uit. In 2013 is bedrijf gegroeid tot een omzet van 125 miljoen euro. Die komt vooral uit Nederland en de directe buurlanden.


Met de juiste impuls kan het dus nog flink expanderen. Maar voor Oostenrijk blijft Flamco bijzaak. Aalberts Industries, dat onder meer allerlei buizen en systemen voor in woningen levert, slaat alsnog toe. Het wil de verkoop in Polen en andere Oost-Europese landen flink aanzwengelen. 'We kunnen van elkaars distributeurs profiteren', zegt Eijgendaal


Eric van den Outenaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden