Rode Kruis in Colombia: dweilen met de kraan open

Het Internationale Rode Kruis doet in oorlogsgebied, zoals Colombia, meer dan wonden stelpen. De organisatie bevordert op het slagveld een minimum aan menselijkheid....

Een muisstille klas.

Rijen collegestoelen met schrijfplankje. Vijfentwintig mannen luisteren met volle aandacht. Allen hebben pen en notitieblok, er worden aantekeningen gemaakt.

Zijn er vragen? Jazeker. Vingers gaan omhoog. Uitstekende vragen. Inleider Leonardo Escobar wordt te hulp geschoten door zijn chef Pascal Dupont, hoofd van de subdelegatie Bucaramanga van het Internationale Rode Kruis.

Wie zijn deze brave studenten? EHBO'ers in opleiding? Apothekers met opfrisverlof?

Nee, dit zijn de lieden die in Colombia 'moorden, burgers afslachten, terreur uitoefenen', in de woorden van Human Rights Watch. Deze op het oog doodgewone mannen drenken Colombia's imago in bloed. Wat hier bijeen zit, is het topkader van de autodefensas, de rechtse paramilitairen die een perfide burgeroorlog uitvechten met linkse guerrillero's.

Het volgende lesuur is voor hun voetvolk. In de klas zitten nu 34 jongens en één meisje, strijders van de Verenigde Zelfverdedigingsgroepen van Colombia (AUC), in vol gevechtstenue met camouflagedessin. Hun automatische geweren hebben zij op de tafeltjes en op de grond neergevlijd. Geweerlopen wijzen nonchalant in de richting van Escobar en Dupont, die hun gehoor de beginselen van de Geneefse conventies over humanitair oorlogsrecht trachten uiteen te zetten.

De partijen in het Colombiaanse conflict tonen tot nu voor die regels evenveel respect als de Hell's Angels voor de etiquette van Amy Groskamp-ten Have. Het is een oorlog zonder good guys. Moorden en dorpen ontvolken en ontvoeringen voor losgeld en cocaïnewinsten opstrijken - allemaal, links en rechts, maken ze zich eraan schuldig. Het leger kijkt meestal amechtig toe.

Het is op dit gure slagveld dat de werkers van het Internationale Rode Kruis (ICRC) rondrennen met hun bescheiden, maar onmisbare gereedschap. De verbandtrommel. Het voedselpakket. Het opgeheven vingertje.

Trommel en pakket zijn genoegzaam bekend; zij bevatten noodhulp aan burgerslachtoffers. Veel minder zichtbaar zijn twee andere taken van het Internationale Rode Kruis in 's werelds oorlogsgebieden: 'protectie' en 'disseminatie'.

Het eerste is een verzamelterm voor alles wat de menselijkheid in de gevechtszones bevordert. Het bezoeken van gevangenen hoort ertoe. Goede diensten aanbieden bij ontvoeringen. Burgers in veiligheid brengen. Inpraten op strijders om onschuldigen te ontzien.

Maar hier, diep in de jungle van de provincie Bolivar, op uren rijden van de Rio Magdalena, in een idyllisch dorp waarvan de naam niet gemeld mag worden, waar kippen en kinderen rondscharrelen, waar een knaap in camouflagepak aan de ene arm een geweer draagt en aan de andere een vriendin in een roze jurkje, hier is alleen die belerende vinger nodig. Het ICRC doet vandaag aan disseminatie - het uitleggen en aanprijzen van het internationaal humanitair recht.

Dit oorlogsrecht, zoals vervat in de conventies van Genève, is de bijbel van het ICRC. Het was grondlegger Henry Dunant die in de hel van Solferino tot het inzicht kwam: als er per se oorlog moet worden gevoerd, dan liefst zo netjes mogelijk.

Maar in Colombia is het dweilen met de kraan open. Deze burgeroorlog is niét netjes, en is misschien wel per definitie niet netjes. Er woedt geen ouderwetse frontenoorlog, maar een vuil kat-en-muis om dorpen, wegen, cocavelden. Voor de AUC-strijders is de enige goede communist als vanouds een dode communist. En burgers de stuipen op het lijf jagen is vaak de strategie, geen ongelukkig bijverschijnsel.

Bij de Colombiaanse krijgsmacht heeft het ICRC inmiddels ruim onthaal gekregen met haar boodschap. De Geneefse conventies zijn geïntegreerd in de opleiding. Het aantal misdragingen door het leger is gestaag gedaald. Maar dat komt vooral doordat de autodefensas de anti-guerrillastrijd hebben overgenomen. Met een veel steilere curve stéég het aantal door de AUC aangerichte bloedbaden. Zij tekenden voor ruim de helft van de 1800 burgers die vorig jaar stierven in de oorlog. De marxistische guerrillagroepen FARC en ELN voor eenderde.

Kom dan in het enige lokaal van de Escuela Superior de Estudios Politicos Fidel Castaño maar eens aanzetten met je Geneefse ideaal van de schone oorlog.

Vraag van een commandant: wat doet het ICRC als een van ons gewond raakt in de strijd?

'We zullen de partijen verzoeken op te houden met vechten', antwoordt Pascal Dupont. 'Dan halen wij de gewonde op. Daarna kunnen jullie weer doorgaan met vechten.' Gegrinnik in de klas. 'We geven de gewonde eerste hulp en brengen hem naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Misschien wordt hij daar gearresteerd door de politie, maar dat is niet onze zorg.'

Vervolgens is het Dupont die, als was hij gespreksleider in De Achterkant van het Gelijk, militair-ethische kwesties formuleert. 'Stel', zegt hij, 'een guerrillastrijder rust even uit in een dorp en een inwoner geeft hem een kopje koffie. Neemt die burger deel aan het conflict?'

'Nee!', antwoorden de commandanten.

'Akkoord', zegt Dupont. 'Maar nu herken je in het dorp een guerrillastrijder. Hij loopt in burger. Neemt hij deel aan het conflict?'

Welzeker, meent de klas, die subversieveling is natuurlijk informatie aan het verzamelen. 'We maken hem af', geeft een van de mannen toe.

Een onmiskenbare schending van het oorlogsrecht, maar het is amper mogelijk deze rumba-rambo's aan het verstand te brengen welk belang ze erbij zouden hebben het gevecht hoffelijk te voeren. Ja, hébben ze er wel enig belang bij?

'Ze kunnen winnen aan respectabiliteit, ook internationaal', zegt Pascal Dupont later. 'En aan geloofwaardigheid bij de bevolking. Wij proberen hen ervan te overtuigen dat ze hun doel eerder bereiken wanneer ze in de dorpen geen vijanden maken.'

Maar de commandanten keren telkens terug bij hun ultieme argument: 'Wíj willen ons wel aan het recht houden, maar de tegenpartij doet het toch niet. Waarom zouden wij dan nog?'

De gedelegeerde gaat niet echt in debat met de AUC-strijders, pareert niet rechtstreeks de verbale schendingen van de Geneefse conventies. Hij zet de beginselen van het recht naast de krijgshaftige taal van de mannen. De verschillen spreken voor zich.

Het Internationale Rode Kruis is onpartijdig, zo houden Dupont en Escobar de commandanten voor. Neutraal. Het werkt vertrouwelijk. Hangt misstanden niet aan de grote klok.

Was dat anders geweest, dan zouden de autodefensas het ICRC helemaal niet hebben toegelaten tot hun hoofdkwartier van de regio Bolivar/Santander. En dan zou deze bijzondere bijeenkomst niet hebben plaatsgevonden. Voor het eerst is het ICRC in dit uiterst gewelddadige hart van Colombia erin geslaagd zoveel AUC-commandanten (ze komen van heinde en verre) bijeen te krijgen voor een proeve van disseminatie.

Het bezoek vereist zorgvuldige voorbereiding. Weken tevoren is aan de strijdende partijen (ook ELN en FARC zijn actief in het gebied) gemeld dat een disseminatie-team op komst is, met Nederlandse verslaggever en al. De karavaan reist in vol ICRC-ornaat: twee jeeps met grote rode kruizen voor, opzij en achter, Rode Kruis-vlag in top. Het ICRC hecht aan 'volledige transparantie' - de partijen altijd precies laten weten wat je aan het doen bent.

Andere grondregel is neutraliteit. Lange tijd zond het ICRC daarom alleen Zwitsers uit, onderdanen van het neutraalste land ter wereld. Gedelegeerden worden na één jaar in een land overgeplaatst. 'Anders wordt de betrokkenheid te groot', zegt Geert Haghebaert, coördinator noodhulp op het ICRC-hoofdkantoor in Bogota. 'Je kunt een hekel gaan krijgen aan die rechtse zakken van de AUC, of aan de communistische boeven van het FARC.'

De ICRC-gedelegeerden lopen op eieren. De rechtse en linkse guerrillastrijders zijn licht ontvlambare, wantrouwige lieden. Ons beoogde bezoek aan FARC-gebied in het zuiden wordt geschrapt als elders in het land een ernstig incident plaatvindt. Een gewonde FARC-strijdster wordt door AUC-leden uit een ambulance van het ICRC gesleurd en voor de ogen van de Rode Kruis-mensen doodgeschoten.

Alarm bij het hele ICRC in Colombia. Zo'n gebeurtenis, hoe zeldzaam ook, ondergraaft de positie van de organisatie. Kunnen de guerrillastrijders nog wel vertrouwen op toezeggingen van het Rode Kruis? Tijdens crisisoverleg met de FARC-leiding zal flink gemasseerd moeten worden. De marxisten hebben toch al weinig fiducie in de conventies van Genève: recht ván staten vóór staten. Voor disseminatie staat bij ELN en FARC de deur pas op een kiertje.

De strikte neutraliteit en de omzichtige, stille werkwijze leveren het Internationale Rode Kruis soms kritiek op. Moeten ernstige schendingen van de mensenrechten niet aan de kaak worden gesteld?

Bij de ICRC'ers op het Colombiaanse slagveld bestaat geen zweem van twijfel over de koers. 'We zijn géén actiegroep voor de mensenrechten', benadrukt Dupont. 'We laten dat graag over aan anderen. Dat we geen ruchtbaarheid geven aan misstanden, is een absolute voorwaarde voor ons werk. Anders krijgen we geen toegang tot de slachtoffers.'

Het moet gezegd: het Internationale Rode Kruis komt overal in Colombia. Terwijl de overheid faliekant tekortschiet, en terwijl buitenlandse hulporganisaties alleen de noordwestpunt van het land bedienen, bestrijkt het ICRC met haar zestig vestigingen alle uithoeken. Weinig andere landen hebben zo'n grote ICRC-delegatie.

Daarbij heeft het ICRC veel steun - maar soms ook last - van het nationale Rode Kruis van Colombia (CRC), een organisatie met een ervaren staf en tienduizenden vrijwilligers. Het mandaat van het CRC (medische diensten, noodhulp, disseminatie) overlapt deels met dat van het ICRC. Dat leidt nogal eens tot ergernissen.

'Het Colombiaanse Rode Kruis is een oude, grote en heel trotse organisatie', zegt Andreas Lindner, bij het ICRC belast met de contacten met het CRC. Toen het Internationale Rode Kruis begin jaren negentig zijn omvangrijke Colombia-operatie begon, voelden de Colombiaanse collega's zich - met reden - opzij geschoven. Het ICRC speelt, zo is in de Rode-Kruisfamilie nu eenmaal de afspraak, in conflictzones de eerste viool.

Maar tja, Colombia is eigenlijk één grote conflictzone, vooral sinds de autodefensas in 1998 vanuit het noordwesten een opmars door het hele land begonnen. AUC-eenheden bevinden zich al bij de grens met Ecuador.

Laat, zegt het ICRC tegen het CRC, de gesprekken met de militanten over gevoelige zaken maar aan ons over; wij kunnen neutraliteit, onpartijdigheid en veiligheid garanderen. Lindner: 'Voor de AUC en de guerrillero's is het makkelijker de onpartijdigheid van buitenlanders te accepteren dan die van Colombianen. Ze zeggen: een Colombiaan kán niet neutraal zijn.'

'Het simpele feit dat iemand Colombiaan is', bevestigt Julian, AUC-bevelhebber in de provincies Bolivar en Santander, 'betekent al dat hij partij is.'

'Het gaat niet om neutraliteit per se', zegt Georges Comninos, hoofd van het ICRC in Colombia, 'maar om de perceptie ervan.'

Het college internationaal humanitair recht wordt afgesloten met applaus van de cursisten. We wandelen in het van camouflagegroen vergeven dorp naar het kantoor van commandandant Julian, en vragen hem: heeft de disseminatie invloed op jullie gedrag in de strijd?

'Jawel', zegt Julian. 'Ten eerste beschouwen we het Rode Kruis niet langer als vijand. Ten tweede zien we in dat we de burgerbevolking beter moeten behandelen. Maar in het gevecht - nee, daarin is helemaal niets veranderd.'

Andreas Lindner: 'Ze luisteren naar ons. We hebben een perfect contact met alle gewapende groepen, daar zijn we trots op. Maar wat het oplevert is de vraag.'

'We gaan ervan uit', zegt Pascal Dupont, 'dat ze hun gedrag zullen veranderen.'

Ervan uitgaan - betekent dat denken of hopen?

'Hopen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden