‘Roddelen doen wij ook de hele dag’

Vijf dokters kijken voor Volkskrant Banen naar ziekenhuisserie Grey’s Anatomy. ’Je bloedt niet meer als je dood bent, hallo!’ tekst Ianthe Sahadatfoto Michel Honig..

Een co-assistent die een drieling ter wereld brengt in een vastgelopen lift, een bom in de buik van een patiënt of een tropisch virus dat het hele ziekenhuis besmet. Nee, realistisch is niet het eerste woord dat bij artsen opkomt als ze aan ziekenhuisseries denken.

Ze gaan er eens goed voor zitten, radiotherapeut in opleiding Willemijn Kolff, chirurg i.o. Igande Oñorbe Genovesi, huisarts Sophie Broersen en anesthesiologen i.o. Suzanne Kamminga en Lenie Hulshoff. Vandaag bekijken de vijf artsen een aflevering van de populaire Amerikaanse ziekenhuisserie Grey’s Anatomy, die vanaf 10 maart weer wekelijks te zien is op Net 5.

Het eerste seizoen van Grey’s Anatomy was twee jaar terug een instant succes op de Nederlandse tv. In de microkosmos van Seattle Gray’s Hospital worden vijf jonge (én mooie) pas afgestudeerde artsen opgeleid tot chirurg. Veel gerommel in bezemkasten, intriges en drama: op medisch gebied, maar vooral ook op het relationele front.

‘Al bij de eerste aflevering dacht ik: wat een onzin’, zegt Kolff over de serie. ‘Er was weer eens een arts die in z’n eentje iemand reanimeerde. Normaal doe je dat met een heel team.’

Ook andere ziekenhuisseries zoals ER (de Amerikaanse hitserie met George Clooney als rokkenjagende kinderarts die al ruim tien seizoenen loopt) moeten het ontgelden. Hoewel ER als een stuk realistischer wordt ervaren dan GA. ‘Veel te veel grote ongelukken, maar er gaat tenminste nog wel eens iemand dood’, vatten Hulshoff en Kamminga nuchter samen.

De enige man in het gezelschap, chirurg Oñorbe Genovesi, bekent nog nooit in z’n leven een aflevering van een ziekenhuisserie te hebben gezien.

De vrouwen reageren vol ongeloof. ‘Zelfs niet van Medisch Centrum West?’ roept Kolff uit. Ook deze klassieker van eigen bodem toonde een uiterst gemankeerd beeld van de dagelijkse ziekenhuispraktijk, zo stelt het gezelschap. Broersen: ‘Marc Kleijn Essink onderzocht wel eens een lever aan de verkeerde kant van de buik. En de röntgenfoto’s hingen altijd verkeerd om. Dan denk ik: het is toch niet zo moeilijk om dat op z’n minst goed te doen?’

Al bij de eerste getoonde scène uit Grey’s Anatomy (aflevering 18 van het tweede seizoen) begint Kamminga te lachen. Een van de chirurgen komt thuis na het joggen. Kamminga: ‘Hier begint het al. Zo zweet je dus niet. Kijk nou, z’n oksels zijn droog!’

In een volgende scène bezoekt arts in opleiding Meredith Grey (dé Grey uit de serienaam) haar moeder, die Alzheimer heeft. De demente vrouw herkent haar dochter niet en vertelt – tot gêne van haar kind – giechelend honderduit over haar amoureuze buitenechtelijke escapades uit de tijd dat zij zelf nog arts was. Broersen fronst: ‘Dementen zien er ook altijd veel te goed uit. Alsof dementie grappig en gezellig is, in plaats van dramatisch, zoals in het echt.’

De vijf jonge artsen om wie de serie draait, komen het ziekenhuis binnen en kleden zich om. Kamminga, Kolff en Hulshoff, in koor: ‘Zulke kluisjes hebben wij ook, maar geen gemengde kleedkamer.’ Kamminga wil ook graag opmerken dat de ziekenhuiskleding in series altijd veel eleganter is: ‘Wij hebben van die oncharmante zweetpyjama’s.’ Broersen: ‘Daarom heeft de actrice die in de serie Izzy speelt ook het briljante idee opgevat om een eigen artsenkledinglijn te beginnen.’

‘Chuck Eaton, 54, heeft longkanker in een vergevorderd stadium. Chemotherapie heeft nauwelijks effect gehad. Hij is opgenomen om de tumor te laten verwijderen.’ Terwijl alle assistenten om het bed staan, draagt Grey de patiëntgegevens voor. Hulshoff: ‘Ze praten over de patiënt en niet tegen.’ Oñorbe Genovesi: ‘Dat gaat in het echt precies zo.’

Kamminga: ‘Als iemand vergevorderde longkanker heeft, ga je niet meer snijden. Maar ja, ze moeten natuurlijk levens redden hè.’ Kolff: ‘Yeah, let’s save some lives!’

Kamminga: ‘Moet je trouwens kijken hoe fris hij eruitziet. Als je terminale longkanker hebt, zie je er echt niet zo uit.’ Broersen: ‘Als ik hem was zou ik nog even een second opinion aanvragen.’ Oñorbe Genovesi: ‘Hij kan ook nog gewoon volzinnen uitspreken.’ Kamminga: ‘Oh kijk, hij neemt zelfs een snuifje zuurstof uit het slangetje. Haha, als je dat kan doen, heb je ‘m niet echt nodig, hè.’

In beeld verschijnt patiënt nummer twee: Jack Burton, 15 jaar, heeft een vergevorderde vorm van craniodysplasie. Kolff: ‘Wat is dat?’ Het antwoord volgt direct. De jongen in beeld heeft een door botkanker misvormd gelaat, zijn hoofd lijkt op dat van een leeuw. Vandaar dat zijn aandoening ook wel ‘lionitis’ wordt genoemd, legt een van de tv-chirurgen uit. Kolff: ‘Nooit van gehoord.’ Broersen: ‘Ik heb wel een keer zo’n patiënt gehad.’ Hulshoff: ‘Ik ken het ook, maar dit is veel te symmetrisch, veel te mooi. In het echt ziet het er veel lulliger uit.’

Als de jongen later in de aflevering overlijdt, besluiten de artsen hem alsnog de zo gewenste schoonheidsoperatie te geven. De postmortale operatie zorgt voor veel hilariteit onder het vijftal kijkende artsen. Oñorbe Genovesi: ‘Tuurlijk hebben we tijd om in een overleden patiënt te gaan snijden.’ En, als er een straaltje bloed langs zijn wang loopt: ‘Wat? Je bloedt niet meer als je dood bent, hallo!’

In Grey’s Anatomy worden de chirurgen en de chirurgen in opleiding afgeschilderd als snijbeluste wezens. Is dat in het echt net zo? De enige chirurg in het gezelschap, Oñorbe Genovesi, ontkent onmiddellijk: ‘Orthopeden (botchirurgen, red.) zijn veel erger. Dat zijn de botte slagers.’ Kamminga: ‘Nou, je pikt ze er wel uit. Chirurgen hebben het nooit over patiënten, maar altijd over ‘die buik moet nog op tafel’ of ‘haal jij die heup’. Ze willen wel echt zoveel mogelijk snijden. Jullie zijn gewoon snijgeil.’ Oñorbe Genovesi: ‘Oké, je wilt wel graag snijden.’ Kolff: ‘Ik ken een neurochirurg, die altijd alleen maar roept: het hoofd moet open.’

Anesthesiologen Kamminga en Hulshoff: ‘Over het algemeen komt ons vak er slecht vanaf. Wij zijn ook echt medisch specialisten die een jarenlange opleiding moeten doorlopen, maar dat zie je nooit in series. In series is het altijd de chirurg die roept: 1 milligram epi (epinephrine = adrenaline, red.).’

Hulshoff: ‘Het is natuurlijk een te veilig beroep. Bij ons gaan ze niet dood, dus is het saai voor een serie. In series is het meer van: she’s crashing!’ Broersen: ‘Of: oh, de patient is dood, actie!’ Kamminga: ‘En er moet altijd bloed bij.’

Als er later in de aflevering een MRI-scan van een patiënt moet worden gemaakt komt radiotherapeut Kolff in opstand. ‘Waarom doet zij dit?’ roept ze over dokter Izzy. ‘Dat hoort de assistent van de radioloog te doen, maar ze hebben niet eens een radioloog in dit ziekenhuis.’ Met de MRI in haar hand holt dokter Izzy even later de gang op, op zoek naar een operatiekamer. Broersen: ‘Geen wachttijd, wat een gelul.’

Kamminga: ‘Oh, ze doet ook nog een echootje, wat een multitaskers zijn het toch.’ Hulshoff (lachend): ‘De gynaecoloog is ook kinderarts, geloof ik. Maar ja, ze moeten het een beetje overzichtelijk houden in zo’n serie natuurlijk.’

In de hal van het ziekenhuis vindt een confrontatie plaats tussen twee mannelijke hoofdpersonages van de serie: de artsen McDreamy en McSteamy.

‘Vinden jullie trouwens niet dat hij op McDreamy lijkt?’ vraagt Kamminga, wijzend op Oñorbe Genovesi. Er wordt bevestigend gelachen, ‘McDreamy zit op de bank!’ Broersen: ‘Noemen ze je ook wel eens zo?’ Oñorbe Genovesi: ‘Best vaak, maar ik wist nooit wie het was.’

Als de vrouwen vervolgens een discussie beginnen over de appetijtelijkheid van McSteamy versus McDreamy vraagt Oñorbe Genovesi teleurgesteld: ‘Is die andere ook lekker?’

McDreamy heeft McSteamy geslagen. Dokter Meredith behandelt zijn wond. Hulshoff: ‘Wel een mooie wond.’ Broersen: ‘Maar waarom heeft hij geen blauwe plek?’ Kamminga: ‘En wat doet ze met die depper?’ Broersen: ‘Ze denkt: hier zitten nog wat bacteriën die ik kan verspreiden, haha!’ Meredith wil de wond gaan hechten. Broersen: ‘Dat is niet steriel, ze houdt gewoon dezelfde handschoenen aan.’

Maar dan pakt McSteamy naald en draad uit haar handen en begint zichzelf te hechten, met een handspiegeltje. ‘Wat? Oh, hij gaat het zelf doen, wat een held!’ roept Kamminga.

Alle artsen staan achter een glazen ruit ongegeneerd toe te kijken. Kolff: ‘Kijk, dat is dus wel heel realistisch, dat loeren. En dan over elkaar praten en roddelen, dat doen wij ook de hele dag.’ Kamminga: ‘Je moet wel kunnen ventileren, hè.’

Een luid kreunende vrouw wordt vervolgens de Eerste Hulp binnengebracht. Niet omdat ze pijn lijdt, blijkt even later, maar omdat ze spontaan klaarkomt. De vrouw heeft een orgasmereflex bij te veel stress.

Kamminga, lachend: ‘Nog nooit van gehoord, dit syndroom, maar het heeft wel een hoge amusementswaarde.’ Dokter Izzy boekt een OK. Kamminga: ‘Altijd maar snijden, wat heeft ze dan?’ Broersen: ‘Waarschijnlijk hebben ze een hele goede anti-orgastische chirurg in huis.’

Tijdens de operatie van de vrouw gaat de conversatie over een kroegavondje en niet over de patiënt. Is dat normaal? Oñorbe Genovesi: ‘Ja, dat gaat zeker zo.’

Tot er iets mis gaat. Hulshoff: ‘Uiteraard, geef haar maar een zak bloed.’

Aan het einde van de werkdag druppelen de artsen een voor een het café aan de overkant binnen. Hulshoff: ‘Wij hebben ook een ‘café aan de overkant’.’ Kamminga: ‘Ja, maar die mensen hebben belachelijk veel energie.’ Broersen: ‘Na je werk plof je uitgeblust op de bank en eet je afhaalchinees.’ Kamminga: ‘Nou, die ene scène was wel realistisch, daar at ze afhaaleten en maakte ze ruzie met haar vriend.’

Broersen: ‘Ze lijken niet meer dan 3 uur per nacht te slapen. Maar dat schijnt in de VS wel normaal te zijn, van die mensen die nog even 20 seconden in de lift dutten.’

Na 40 minuten is de aflevering voorbij en is het tijd om de balans op te maken. De artsen hoeven niet lang na te denken over een cijfer van 1 tot 10 op de realiteitsladder. Kolff: ‘Zonder meer een 1.’ Hulshoff: ‘Nou, dat is wel heel streng, ik geef een 5.’ Oñorbe Genovesi: ‘In elk geval laag, een 3.’ Broersen: ‘Vooruit, een 4.’ Kamminga geeft een 5: ‘Vanwege de sfeer, die is wel aardig getroffen, met dat geroddel enzo.’

Wat er samenvattend niet klopt? De chirurgen zijn te jong om al een opleiding afgerond te hebben, in het echt is een OK nooit zomaar vrij (‘daar zijn enorme wachtlijsten voor’) en een operatie bestaat zelden uit een eenmalige sessie (‘operaties gaan niet in één keer, maar in 10, 12 keer’).

Hulshoff: ‘Uitzonderingen zijn vaak dagelijkse kost.’ Broersen: ‘ In het echt heb je veel meer drama. Maar dat is niet leuk om naar te kijken, als iedereen maar doodgaat.’

Wat wel klopt? Kolff: ‘Dat we lange uren maken.’ Kamminga: ‘En romances in het ziekenhuis, dat is ook waar. Dat is ook wel logisch: veel en onregelmatig stressvol werk, nachten doorwerken, omgaan met leven en dood, het is bijna inherent intiem. Tja, daar ontstaan relaties.’

Hulshoff: ‘Wat ik ook realistisch vond: die allereerste aflevering, dat ze naar de kroeg gaat, dronken wordt en een man mee naar huis neemt die dan de volgende dag haar baas blijkt te zijn.’

Kamminga en Broersen, in koor: ‘Ja, heel realistisch!’ *

Dit is de eerste aflevering van een tweewekelijkse reeks waarin Volkskrant Banen samen met professionals kijkt naar een bekende tv-serie over hun beroep. Wat klopt en wat niet?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden