Rocker of the opera

In zijn garage in Oudenbosch maakt Arjen Lucassen rockopera's. Grootheden uit de hele wereld komen naar Brabant om mee te spelen. 'Het zou niet moeten werken, maar het gaat maar door.'

Een pittoresk plaatsje, dat Brabantse Oudenbosch. Er staat een kanjer van een koepelkerk: de Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara. Veel te groot voor het dorp.


Een paar honderd meter ten noordwesten van de basiliek huist nog een enormiteit, maar dat is er een die zich liever níét laat zien. Een kluizenaar, zegt hij zelf. 'Van wie men in het dorp denkt: wie is die lange idioot? Die hippie, die komt aanscheuren in een vette Mercedes en dan uitstapt met een broek vol gaten.'


Nu komt het niet vaak voor dat Arjen Lucassen (54) zich met Mercedes en al onder het publiek begeeft. Lucassen slijt zijn dagen in een riante boerderette en dan het liefst verstopt in de garage naast de oprijlaan. Zijn studio, die in de credits van zijn platen wordt vermeld als Electric Castle. 'Ja, dat valt dan even tegen hè? Dan verwacht je een kasteel vol elektronica. Nee dus. Dit is het. De garage.'


Hier, in die met hightech studioapparatuur volgestouwde overdekte parkeerplaats, trekt Lucassen al jarenlang ten strijde. Tegen zichzelf, soms. En tegen de tijdgeest, tegen de in deplorabele staat verkerende muziekindustrie. Lucassen maakt platen, het liefst dubbel- of driedubbelalbums. Symfonische rockopera's, afgeladen met vernuftige gitaarpartijen en indringend toetsenwerk, die hij uitbrengt onder de projectnaam Ayreon. En het mirakel, dat toch iets te maken moet hebben met de nabijheid van die monsterlijke basiliek vol heiligheid: hij verkoopt die platen als waren het dampende HEMA-worsten op een kille winterdag.


Zijn album met de nogal veelbelovende titel The Theory Of Everything is net uit. Een dubbel-cd, ook verkrijgbaar op vinyl, gestoken in prachtige hoes, inclusief dvd. 'Hij gaat als een speer', zegt Lucassen. 'Hij komt goed binnen in de albumcharts van Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en Italië. En de VS, natuurlijk. In Nederland is hij binnengekomen op 3 in de Album Top 100. Weer net niet op één, dat is me al eerder overkomen. Dit keer heeft Jan Smits, of hoe heet-ie, roet in het eten gegooid.'


Jan Smits. Meent hij dat nou? Gevreesd moet worden van wel. 'Ik weet niets', zegt Lucassen. 'Kijk geen tv, luister niet naar het nieuws op de radio. Ik moest van mijn moeder horen dat we een nieuwe koning hadden.' Let wel: een week nadat de plechtigheden rond de inhuldiging van Willem-Alexander zich hadden voltrokken. 'Het is echt erg.'


De gemiddelde Nederlander - en zelfs Oudenbosschenaar - kent Lucassen misschien niet, in kringen van internationale rockgiganten geniet de Nederlandse gitarist, componist en producer groot aanzien. Laat de blik even mee glijden over de eindeloze creditlijst achter op zijn album, die leest als een 'who-is-who' van de progressieve en symfonische rockgeschiedenis. Gitaar: Steve Hackett, van Genesis. Keyboards: Rick Wakeman (Yes) en Keith Emerson (Emerson, Lake & Palmer). Zangeressen, onder wie de Italiaanse Cristina Scabbia van Lacuna Coil. En ach wat leuk: Jeroen Goossens, fluitist bij die altijd vrolijke middeleeuwse folkband Flairck. Dan de zangers. Tommy Karevik van de Amerikaanse progmetalband Kamelot. Marco Hietala van de grote Finse symfonische gothrockband Nightwish. En niemand minder dan John Wetton, ex-King Crimson.


Rockadel, die aanschuift in een garage te Oudenbosch om met ene Arjen Lucassen een plaatje op te nemen. Dat moet de componist, die in de jaren tachtig gitarist was bij de Nederlandse rockband Vengeance, toch even uitleggen. Graag beginnen bij het begin.


'Ik geef het toe. Ik werd midden jaren negentig, toen ik als Ayreon begon met mijn rockopera's, hard uitgelachen. Ik probeerde ze te slijten aan platenmaatschappijen, wel vijftig, maar het was de tijd van Nirvana en Pearl Jam. Ze dachten: rot op met je progressieve rockopera. Tot een Japanse maatschappij er wel wat in zag en daarna andere labels volgden. Er bleek een publiek voor te zijn. Een onzichtbaar publiek, dat dit soort muziek dus leuk vond. Ze kochten die platen!'


Je moet als liefhebber van rockopera's misschien een beetje uit de kast komen. Echt hip is het genre niet, dat weet Lucassen ook wel. 'Maar ik ben erdoor gegrepen, al sinds Jesus Christ Superstar. Ja, waar zit hem dat in? De extra dimensie die een uitgebreid verhaal vol dialogen toevoegt aan de muziek. Kijk: zo'n stuk uit Jesus Christ Superstar: heysannah, hosannah, sanna sanna ho. Daar zou je normaal gesproken niet naar willen luisteren, toch? Best wazig. Maar in de context van het verhaal, de hele geschiedenis, komt het tot leven. Dan zie ik allerlei beelden. Dan ga ik op de grond liggen luisteren. Dan verdwijn ik helemaal.'


Dat vindt Lucassen dus prachtig. 'Avontuurlijke muziek. Geen AC/DC.' Met Tommy, The Wall ('dat is éígenlijk geen echte rockopera') en Jesus Christ Superstar rondzingend in het achterhoofd bouwde hij sinds midden jarig negentig aan een eigen symfonisch rockopera-oeuvre.


De zonderlinge componist uit Oudenbosch werd wereldwijd opgepikt. De jongensdroom. 'Ik heb écht gedroomd dat ik ging spelen met de toetsenist Rick Wakeman, van Yes. Als 10-jarig jongetje luisterde ik al naar zijn muziek. Hij is een van mijn grote helden. Een jaar of tien geleden kreeg ik in Engeland een prijs voor mijn werk, van de Classic Rock Society. Die werd me uitgereikt door, jawel, Rick Wakeman. Ik zat in hetzelfde hotel als hij en we hebben samen ontbeten. Ik dacht: ik ga hem maar eens uitleggen wat ik zo'n beetje doe, als Ayreon. Zegt hij: 'Joh, dat weet ik allemaal wel, ik heb al je cd's.' Sindsdien ben ik met hem bezig geweest. Ik vroeg hem steeds of hij wat op mijn platen wilde spelen. Steeds kwam er iets tussen. Voor The Theory Of Everything stuurde ik hem drie stukken op waaruit hij kon kiezen. Toen was het raak. Hij heeft op alle stukken solo's ingespeeld. Moet je je voorstellen: de man van het piano-intro van Cat Stevens' Morning Has Broken, die speelt nu toetsen op mijn plaat.'


Zo ongeveer ging het ook met Keith Emerson. 'Die speelt vrijwel nooit als gast op iemands platen. Ik liet hem wat van mijn werk horen, via iemand die contact met hem had. This guy is amazing, zei hij. Nu speelt hij solo's bij mij, op zijn Modular Moog. Waar hij Lucky Man op speelde!'


Lucassen jaagt ook op mindere goden. 'Ik lees veel muziekbladen, kijk veel op YouTube. Zo las ik een recensie over een Australische band, Toehider, die erg op de oude Queen zou lijken. Ik hou van de oude Queen. Dus ik luisterde eens naar die zanger, Michael Mills. Een volkomen onbekende gozer, maar een waanzinnige rockzanger. Ik vroeg hem en hij vond het een superkans. Hij is hier een maand geweest, hij bivakkeerde in een herberg in Amsterdam. Terwijl ik voor zijn zangrol maar drie opnamedagen nodig had. Hij zei: dan kun je me oproepen wanneer je maar wilt. Hij kwam steeds naar Oudenbosch. Loop je ineens door Oudenbosch, vanuit Melbourne. Ik zei nog: wat moet je hier nou verder, man? Voor de actie moet je niet naar Oudenbosch komen. Ontroerend, een prachtfiguur.'


De erkenning van zo veel topmuzikanten voor zijn muziek is een weldaad, zegt Lucassen. Al werkte hij al met grootheden als Bruce Dickinson (Iron Maiden) en Fish (Marillon), het went niet. Lucassen twijfelt voortdurend aan zichzelf. Hij denkt tijdens zijn somberste buien: nu is het gedaan, nu doe ik niet meer mee.


'Als ik met mijn plaat bezig ben, denk ik: ik ben een genie. De wereld ligt aan mijn voeten. Iedereen moet dit horen. Dan is de plaat klaar, gaat hij naar de platenmaatschappij en begint het wachten. De angst slaat toe. Ik ben 54, denk ik dan. Een ouwe lul. Ik laat de plaat vast even aan een bekende horen. Als die bijvoorbeeld zegt: hm, het is wel weer veel informatie hè, op die plaat van jou, ik moet het even verwerken, dan slaat de angst toe. O mijn god, denk ik dan, wat heb ik gedáán? De angst wordt steeds groter. Trillend lees ik de eerste recensies en al zijn ze allemaal lovend, het geringste puntje van kritiek doet vreselijk veel pijn.'


Dan komen de verkoopcijfers binnen en worden de oplaaiende branden in Lucassens binnenwerk geblust. 'Ik heb in mijn huis met een paar fans pakketten zitten maken voor verzending. Met T-shirtjes en zo en een poster. Een paar duizend pakketten, ze waren in twee dagen op. Is het toch weer gelukt, denk ik dan. Ik doe nog mee.'


Hij kan er van leven. Kan er zelfs al die ingehuurde muzikanten van betalen. Arjen Lucassen staat haaks op de ontwikkelingen in de muziekindustrie, die dicteren dat een band vooral live moet spelen omdat er geen cd meer valt te verkopen. 'Dat zit er bij mij dus niet in. Je ziet mij echt niet meer op een podium. Ik heb geen bandje, Ayreon bestaat eigenlijk niet. Je ziet me niet op tv, hoort me niet op de radio. Ik ben die idioot die in zijn garage wat in elkaar draait, heel lange nummers, zonder refreintjes. Helemaal niet catchy. Het zou ook helemaal niet moeten werken, op papier, maar het gaat maar door. Het gaat zelfs steeds beter. Mijn platenlabel, dat bijna uitsluitend symfonische rockmuziek uitbrengt, groeit.' Even zonder dollen: 'Ik denk serieus dat de rockopera helemaal terug komt.'


Theorie van alles


Geen panklare kost, die platen van Arjen Lucassens Ayreon. De fraaie en degelijk opgebouwde liedstukken, van steevast een minuut of twintig, zitten vol dialogen in galmende rockzang en ingenieuze verhaallijnen. Waar gaat The Theory Of Everything eigenlijk over? Lucassen: 'Die theorie bestaat echt, hoorde ik in een documentaire over Stephen Hawking. Een theorie die het kleine, de kwantummechanica, verbindt met het grote: de zwaartekracht, de relativiteitstheorie. Mijn rockopera gaat over de zoektocht naar die allesomvattende theorie, een man die er heel dichtbij is, maar de gaven van zijn autistische zoon nodig heeft voor de uiteindelijke oplossing.'


Ayreons The Theory Of Everything is verschenen bij InsideOut Music/ Century Media Records

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden