Rock-'n- roddel

Een nieuwe musical eert Stephen Ward, de match- maker van het Britse establishment in de jaren zestig. Wie was hij echt en wat was ook alweer de Profumo-affaire, waarin hij de hoofdrol speelde?

Een decembermiddag in 1962. De taxi draait Wimpole Mews in, een achterafstraatje in het Londense Marylebone. Halverwege stapt Johnny Edgecombe uit. De Jamaicaanse kruimeldief belt aan op nummer 17, waar de door hem begeerde nachtclubdanseres Christine Keeler verblijft. Keelers boezem-vriendin Mandy Rice-Davies opent het slaapkamerraam en zegt de bezoeker dat ze er niet is. De stalker, die het maar niets vindt dat 'zijn' meisje het bed met een minister deelt, gelooft haar niet. Na een vergeefse poging de woning via de regenpijp te betreden, beschiet hij het raam.


Dit incident was het openingssalvo van wat de geschiedenis is ingegaan als de Profumo-affaire.


Vandaag doet niets in Wimpole Mews meer denken aan dit legendarische seksschandaal. Aan de gevel van nummer 17 hangt zelfs geen blauwe plak om de toenmalige eigenaar van dit pand te herdenken: de mysterieuze osteopaat Stephen Ward, die Keeler op het hoogtepunt van de Koude Oorlog had gekoppeld aan minister van Defensie John Profumo en de Russische marineattaché Eugene Ivanov.


Als makelaar van het schandaal had hij precies die zaken aan de oppervlakte gebracht waar de Engelsen indertijd liever niet openlijk over spraken: seks, spionage en klasse. Na de opening van de Raymond Revuebar, het Lady Chatterley-proces en het Beatles-debuut Please, Please Me waren de swinging sixties met 'Profumo' echt van start gegaan.


De affaire maakte duidelijk dat het establishment zijn greep op de samenleving had verloren. Journalisten gingen verhalen publiceren over de escapades van respectabel geachte bewindslieden. De laatste stuiptrekking van de gevestigde orde was de zoektocht naar een zondebok. Deze werd snel gevonden in de persoon van Ward. In het showproces van de eeuw werd deze hofnar en narcist afgeschilderd als een pooier. Een dag voor de uitspraak nam hij, tot wanhoop gedreven, een fatale dosis slaappillen.


Nu, een halve eeuw later, volgt eindelijk het hoger beroep, in de vorm van Stephen Ward The Musical van Andrew Lloyd Webber. Stephen Ward als de nieuwe Evita.


Bij het overpeinzen van de valse beschuldigingen moet Ward in gedachten zijn teruggegaan naar zijn tijd op de kostschool, waar hij door zijn vader, een geestelijke, heen was gestuurd. Op het statige Canford werd de jonge Stephen gestraft voor een ernstige mishandeling die hij, zo moest de rector later toegeven, niet had begaan. Het was een gebeurtenis die hem tekende.


Na zijn schooltijd werkte hij als tapijtverkoper en vertaler voor Shell, alvorens in Amerika te leren voor osteopaat. Groot was zijn verbittering tijdens de Tweede Wereldoorlog dat de legerleiding zijn kunde in het bottenkraken niet erkende. Zijn bijdrage aan de gewapende strijd bleef beperkt tot het sjouwen van brancards. Deze vernedering vergat hij evenmin.


Na de oorlog opende Ward - gezegend met vlotte babbel, volle stem en knappe kop - een osteopathiepraktijk in Marylebone, waar de Amerikaanse ambassadeur Averell Harriman zijn eerste klant zou worden. Binnen enkele jaren masseerde en kraakte hij onder anderen Churchill, J. Paul Getty, Elizabeth Taylor en Frank Sinatra. De contacten resulteerden ook in een succesrijk bestaan als tekenaar. Tot zijn zitters behoorden prins Philip en diens schoonzus Margaret. Hoofdredacteur van The Daily Telegraph Colin Coote, een andere tevreden massageklant, stuurde hem naar Neurenberg om schetsen te maken bij het Eichmann-proces.


Langzaam ontwikkelde Ward zich van bottenkraker tot zielknijper. Als een obsessieve bemoeial en liefhebber van gossip toonde hij grote interesse in de persoonlijke sores van zijn klanten. Met één man in het bijzonder kreeg hij een hechte relatie: William Astor, persbaron en telg van een beroemde familie waartoe ook de vrouw van David Cameron behoort. Wat begon met het genezen van de rug-pijnen die de burggraaf had overgehouden aan een val tijdens de vossenjacht, eindigde met het lijmen van diens huwelijk. Als dank mocht de kettingrokende raspoetin voortaan vrijelijk gebruikmaken van een boerderijtje op het landgoed Cliveden, aan de oevers van de Theems.


Maar tot de gevestigde orde zou Ward nooit echt behoren, zo zegt zijn neef Michael jaren later. 'Mijn vader behoorde tot het establishment, met zijn rigide rechtzinnigheden, maar zijn broer Stephen was gewoontjes, altijd ontspannen en een beetje louche.'


Dat louche imago heeft te maken met zijn grote hobby. Vanaf de terrasjes van hippe koffietenten joeg hij op alley cats, om ze met zijn witte Jaguar naar zijn appartement te vervoeren. Niet voor de seks, maar voor het gezelschap en de aanblik van rondslingerende rokjes, panty's en lipsticks. De voorkeur van de charmeur, die ooit zes weken getrouwd was met een rijkeluisdochter, ging uit naar meisjes van bescheiden komaf. Keeler, bijvoorbeeld, was opgegroeid in een treinstel langs de Theems, zonder stromend water en elektriciteit.


Het zwembad van Cliveden was de plek waar Ward beide werelden, de patriciërs en zijn popsies, met elkaar in contact wist te brengen. Profumo, getrouwd met een betoverende actrice, liet zich verleiden door de 19-jarige Keeler. Uniek was de situatie niet. Enkele jaren eerder had de Conservatieve politicus Bob Boothby een verhouding met de vrouw van premier Harold Macmillan en tegelijkertijd met de gangster Ronnie Kray. Binnen de hogere kringen was de seksuele revolutie, going continental, reeds in volle gang. In haar memoires Secrets and Lies beweert Keeler getuige te zijn geweest van orgies waar volgens haar zelfs de baas van de geheime dienst bij betrokken was.


Het verfrissende van de Profumo-affaire was dat deze openbaar werd. Linkse politici zagen de kans schoon om de Conservatieve regering te beschadigen en informeerden de pers over de geruchten. De schietpartij op Wimpole Mews zette de zaak uiteindelijk in beweging, zoals de moord op Franz Ferdinand de Eerste Wereldoorlog teweeg had gebracht. Profumo moest aftreden nadat hij het parlement had voorgelogen, Keeler verkocht haar verhaal aan News of the World en Ward werd gearresteerd wegens het verdienen van geld aan prostitutie. Deze stok om mee te slaan werd gehanteerd door aanklager Mervyn Griffith-Jones, de bolhoedmoralist die twee jaar eerder had geprobeerd om Lady Chatterley's Lover te verbieden.


In An English affair: Sex, class and power in the age of Profumo beschrijft Richard Davenport Hines hoe de staat de 50-jarige Ward zwart maakte. De politie stelde valse verklaringen op, onderzoeksrechter Denning nagelde hem aan de schandpaal in een deels geheimgehouden rapport en Griffith-Jones liet liegende hoeren getuigen. Het werk dat de 'sociopaat' verrichtte voor de Britse geheime dienst - en als saloncommunist mogelijk ook voor de Russische - bracht de reactionaire rechter niet ter sprake. Voor het in verlegenheid gebrachte establishment was Ward the man who knew too much. Barbertje moest hangen. Op zijn begrafenis waren zes mensen aanwezig.


Partygirls

Andrew Lloyd Webber is niet de eerste die zich waagt aan het zogeheten Profumoschandaal. In 1989 maakte Michael Caton-Jones de speelfilm Scandal. De cast bestond uit onder anderen John Hurt (Stephen Ward), Ian McKellen en Jeroen Krabbé (Eugene Ivanov). De titelsong (Nothing has been proved) was van Dusty Springfield en de Pet Shop Boys. In het Londense Charing Cross Theatre is momenteel het toneelstuk Keeler te zien, gebaseerd op de memoires van femme fatale Christine Keeler, die dezer dagen, vergezeld door een kat, in een sociale huurwoning in Noord-Londen woont. Mandy Rice-Davies, ook ooit te zien in Absolutely Fabulous, is nog steeds een partygirl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden