Robby Müllers camera is aangenaam overdonderend

Robby Muller was de cameraman (Paris, Texas) die een filmmaker als Wim Wenders echt leerde kijken. EYE toont zijn oeuvre.

Robby Müller in EYE.

Klinkt Wim Wenders nou echt een beetje verliefd, als hij terugdenkt aan zijn eerste ontmoeting met Robby Müller, in de zomer van 1968? Op de set van de film Liebe und so Weiter, waar Wenders mocht opdraven voor de rol van activistische student, was het vooral de 'coole assistent' van cameraman Gérard Vandenberg die indruk maakte. Het jonge Nederlandse cameratalent Robby Müller (Willemstad, 1940) stelde de camera scherp, terwijl hij met zijn andere hand achteloos een sjekkie draaide. Wenders' ogen glinsteren, op de tv aan de muur van de tentoonstellingsruimte van het Amsterdamse filmmuseum EYE. 'Zó cool.'

Doelgerichte duik in het oeuvre

Veertien films maakten de Nederlandse cameraman en zijn Duitse regisseur in de daaropvolgende jaren samen, van hun vroege roadmovie Alice in den Städten (1974) en Patricia Highsmith-verfilming Der Amerikanische Freund (1977) tot hun roadmovie-meesterwerk Paris, Texas (1984) en het sciencefictiondrama Bis ans Ende der Welt (1991). Op een ander televisiescherm in EYE, waar zaterdag de tentoonstelling Master of Light - Robby Müller opende, spreekt Wenders Müller toe: 'Door jou ben ik geworden wie ik ben.'

De expositie biedt een rijke en doelgerichte duik in het oeuvre van een cameraman wiens carrière parallel liep aan de opkomst van de Europese en Amerikaanse auteurscinema. Daar begint het eigenlijk al: deze helder afgebakende blik op het werk van 's lands invloedrijkste cameraman symboliseert tevens een zeldzaam bloeiende periode in de filmgeschiedenis. De expositie is samengesteld uit filmfragmenten, die worden vertoond op doeken waar je onderdoor kunt wandelen, en is aangevuld met polaroids, setfoto's, scripts en op kleine tv'tjes vertoonde videodagboeken, afkomstig uit Müllers persoonlijke archief.

Tekst gaat verder onder de foto.

Polaroids Master of Light - Robby Müller

Tentoonstelling
Tot en met 4 september te zien in EYE, Amsterdam.
De tentoonstelling gaat gepaard met een filmprogramma.

Still uit Down by law (1986), met John Lurie, Roberto Benigni en Tom Waits.

Kleine cadeautjes zijn de recent opgenomen interviews vol interessante details met vier vooraanstaande regisseurs, met wie Müller gedurende vier decennia samenwerkte. Naast Wenders vertellen ook regisseurs Jim Jarmusch, Lars von Trier en Steve McQueen met fijne anekdotes over hun samenwerking met de cameraman. De meeste fragmenten van de tentoonstelling zijn door samenstellers Jaap Guldemond en Marente Bloemheuvel opgehangen aan de films van deze vier, waarmee ze hun blik op het uitgebreide oeuvre van Müller (bijna negentig films) een scherpe focus geven.

Nog een vondst: de vertoonde filmfragmenten van deze makers zijn op twee of drie doeken naast elkaar te zien. Soms tonen ze dezelfde scène in drievoud, dan weer drie verschillende scènes uit dezelfde film tegelijk. Of het licht dooft uit op de andere twee doeken, terwijl het middelste doek nog even doorspeelt en plotseling een driedubbele dosis aandacht krijgt, zoals Roberto Benigni bij een zwartwit-kampvuur in Down by Law (1986), een van de vier films die Müller met de Amerikaan Jim Jarmusch maakte. Johnny Depp als stervende outlaw in Jarmusch' spirituele western Dead Man sterft hier extra gracieus: in elk shot voelt het alsof de omringende natuur hem geruststelt. Door die doekopstelling ga je anders kijken, anders dan in de bioscoop of thuis voor de televis. Meer gericht op de camerabeweging, op verschuivende lijnen in het beeld, de positie van de acteurs en contrasterende of overeenkomende kleuren, en minder op spel, tekst, gebeurtenis en verhaal.

Na exposities over onder anderen Stanley Kubrick, Federico Fellini, David Cronenberg en Michelangelo Antonioni, waar uitgestelde rekwisieten soms even belangrijk of belangrijker waren dan de filmfragmenten, is dit de eerste grote EYE-expositie die zich, heel vanzelfsprekend eigenlijk, vrijwel volledig richt op de kracht van het beeld. Dat kan aangenaam overdonderend zijn. Wie in het midden van de expositieruimte een rondje om zijn as draait - afzetwandjes ontbreken - ziet tot 25 schermen tegelijk.

Tekst gaat verder onder de foto.

Nastassja Kinski in Paris, Texas (1984).

Master of Light is een tentoonstelling die niet alleen inzichtelijk maakt hoe Müller het rusteloze gereis-zonder-einde van zijn personages verfilmde (het shot door de voorruit van de auto werd een handelsmerk), hoe hij hun eenzaamheid verbeeldde (door ze in spiegels te vangen, bijvoorbeeld) en door wie hij zich visueel liet inspireren (Vermeer, Hopper), maar ook leert hoe het zou zijn met de blik van Müller de wereld te beschouwen. Hoe het voelt associatief en zintuiglijk te kijken, om je gevoel open te stellen voor het effect van diverse schakeringen van de kleur rood, zonder aan verhalen te denken.

De drie naast elkaar vertoonde wandelgesprekjes van Rüdiger Vogler in Wim Wenders' Falsche Bewegung (1975) vallen op vanwege hetzelfde bordeauxrode honkbaljasje van de hoofdpersoon, een kleur die vervolgens extra opvalt op de twee schermen een paar meter verder, waarop de rode pet van Harry Dean Stanton en de dieprode trui van Nastassja Kinski in Paris, Texas dubbel zo hard van het doek spatten.

De zoektocht van Müller tijdens het filmen, zijn open vizier en sterke improvisatievermogen, wordt hier de zoektocht van de bezoeker.

Polaroids

Tijdens het filmen schoot Robby Müller duizenden polaroidfoto’s, van auto’s, huizen en parkeerplaatsen, tot hotelkamers, badkamerspiegels, lampen en bloemen: in de vitrinekasten van EYE is een fraaie selectie uitgestald. In het EYE-winkeltje koop je voor 24,80 euro twee kleine, eenvoudig vormgegeven boekjes - de een Interior, de ander Exterior - met een polaroid per pagina.

Geen studiofilm

Müllers doordacht-laconieke, 'coole' houding die zo veel indruk maakte op Wenders, keert in de tentoonstelling geregeld terug. Jim Jarmusch herinnert zich hoe hij Müller ontmoette tijdens het filmfestival van Rotterdam, in 1980, waar de cameraman zijn vaste plek had aan de bar van de festivalboot. Steve McQueen (de installatie Carib's Leap die Müller voor hem filmde is in de kleine tentoonstellingsruimte naast de grote expositievloer te zien) zei de cameraman dat je 'moet filmen zoals een kat op tafel springt: met precies genoeg moeite en inzet'. Lars von Trier, voor wie Müller het met handheldcamera's gefilmde en daarmee sterk met zijn andere werk contrasterende Breaking the Waves en Dancer in the Dark filmde, noemde Müllers vrije filmstijl de inspiratie voor zijn Dogma 95-manifest. Die aanpak, handelend in het moment, zonder vooraf een shot tot in de puntjes uit te denken, maakte Müller ongeschikt voor grote studiofilms. Het aansturen van cameracrews, zoals hij deed voor William Friedkins To Live and Die in L.A. (1985), vond hij oninteressant. Hij weigerde een baan als cameraregisseur voor de derde Harry Potter. Jammer dat juist z'n grotere Amerikaanse films ontbreken in de EYE-tentoonstelling (To Live and Die in L.A. dus, of Mad Dog and Glory), om te kunnen zien waar de grens voor Müller lag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden