Rob Trippel, onze muis, werd gedoogd en dat wist hij

Peter Buwalda

Even de vuilniszakken wegbrengen, is dat nou zo veel moeite? Ja.

Edoch, we gaan ervoor. Naast ons woont Eus, goeie vent, leuke vent, bovendien houder van de Bannink Cocq-penning van de stad Amsterdam wegens zijn inzet voor oorlogsveteranen. Super. Maar Eus is zelf ook een veteraan. Daar helpt geen penning aan, natuurlijk. Dus wat doen wij, wij maken a. geen helikoptergeluiden, we gebruiken b. geen klappertjespistolen en we parkeren in verband met ontbindingsluchtjes c. geen vuilniszakken tegen de woonstee.

Nu stonden er al een paar dagen wat zakjes. Druk-druk, schrijvie-schrijvie, u kent het wel. Maar geen paniek, daar ging ik al, aan beide vuisten een lekkende vriend, kalm Bruckners Zesde neuriënd. Vanzelfsprekend staat ons huis precies tussen twee vuilpunten in - de wet van Murphy, maar ook een verborgen gebrek.

Halverwege de tocht sprong er iets op mijn linkervuist, een harig beest. Het was uit de vuilniszak komen klimmen. Mijn hersenen gingen met deze informatie aan de slag, en kondigden de noodtoestand af. Hierdoor nam ik de werkelijkheid vertraagd waar, zoals bij sport op tv, maar dan live.

Op mijn hand zat een muis. Ik gaf een trage, donkere brul. In slomo schudde ik het dier eraf, waarna het enige opgerekte seconden lang in de lucht bleef hangen, verwrongen smoelwerkje, kraaloogjes langzaam steeds wijder, rondklauwend als Epke Zonderland die z'n halte heeft gemist. Hij spinde atletisch om zijn as en begon een meter boven de grond alvast te sprinten. Te veel Tom & Jerry gekeken, dacht ik nog. Maar op de straat spoot hij er dus wel mooi pijlsnel tussenuit, feitelijk als een opwindmuis.

Life imitates art, vrienden, ik kan het niet vaak genoeg herhalen. Ondertussen kende ik die muis. Hij mij ook. Het was namelijk Rob Trippel, de precieze muis die zich de afgelopen weken elke avond meteen na het achtuurjournaal in onze huiskamer meldde.

Leuk muisje, vonden we. Voor hem was het 's avonds 's ochtendsvroeg, dat kon je weten omdat hij eerst geeuwend zijn snorharen ging zitten coifferen, en pas daarna op iets vreetbaars afrende. Duidelijk ontbijtachtige dingen: broodkruimels, kaasschaafsel. Hagelslag nog maar even niet. (Voor een muis is een hagelslagje een soort massieve chocoladepaashaas ter grootte van een stoeppaal, en bovendien: naakt.)

Twee jaar geleden hadden we ook een muis. Ik heb hierover twee aangrijpende columns geschreven. Die muis, in principe een prima kereltje, moest dood. Met gifkorrels, gedoopt in pindakaas.

Waarom? Hij had broodkruimels gestolen.

Maar inmiddels heerst hier een ander regime. Rob werd gedoogd. En hij wist het, hoor, hij begon meteen te doen alsof hij thuis was. Lag ik op de kotsgroene chesterfield opzichtig mijn wenkbrauwen te fronsen, kwam hij er toch heel bijdehand aangetrippeld, voorbij de salontafel, helemaal tot aan Jet d'r voet. Heb ik maar niks over gezegd, voor je het weet wordt ter plekke de doodstraf heringevoerd. Ik verheugde me al op de volgende stap: tijdens Ik Vertrek dat muisje op mijn schoot, zodat ik zijn buikje kon strelen met mijn pink.

Maar ineens was hij pleite. 'Zeg', zei ik gisteren nog, 'waar is Rob Trippel eigenlijk?' Nou ja, die had ik dus kennelijk opgesloten in de vuilniszak, waarin hij even zat te chillen. Niet zo mooi van me.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden