InterviewJaap van Delden en Hans van Vliet (RIVM)

RIVM-vaccinatiebazen verwachten dat Nederland pas na de zomer zonder angst de straat op kan

Van Polen tot Italië: heel Europa is aan het vaccineren geslagen, behalve Nederland. Vanwege de trage start, op 8 januari, ligt de Nederlandse aanpak van de coronavaccinaties onder vuur. De verantwoordelijken voor deze campagne bij het rijksinstituut RIVM, Jaap van Delden en Hans van Vliet, voelen de ogen op zich gericht.

Jaap van Delden, RIVM-programmadirecteur van de coronavaccinaties: ‘We hebben nog nooit zo’n groot programma in zo’n korte tijd opgezet. Ongetwijfeld gaan er dingen mis.’ Beeld Jiri Büller
Jaap van Delden, RIVM-programmadirecteur van de coronavaccinaties: ‘We hebben nog nooit zo’n groot programma in zo’n korte tijd opgezet. Ongetwijfeld gaan er dingen mis.’Beeld Jiri Büller

‘Vervelend maar ook begrijpelijk dat die onrust er is’, zegt Jaap van Delden, RIVM-programmadirecteur van de coronavaccinaties. ‘Wij waren ook liever vroeger gestart. Maar het belang daarvan wordt nu een beetje overschat.’

Hans van Vliet, medisch programmamanager covid-19-vaccinaties, ligt niet wakker van de kritiek. ‘Ik maak me meer druk of de binnenkomende vaccins wel zo snel mogelijk bij de juiste groepen terechtkomen. Om maximale gezondheidswinst te behalen. Wat daaromheen gebeurt, het mediagedoe, het politieke gedoe en het ict-gedoe, dat doet me dan niets.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

De conclusie van een reconstructie in de Volkskrant was anders niet mals. Nederland heeft zich onvoldoende voorbereid op de mogelijke scenario’s. Dat wreekt zich, nu het eerste beschikbare vaccin, dat van Pfizer, per duizend doses wordt geleverd. En daardoor ongeschikt is voor kleinschalige toediening in bijvoorbeeld verpleeghuizen.

‘Moet je jezelf evalueren terwijl je nog bezig bent?’ reageert Hans van Vliet. ‘We hebben wel degelijk in scenario’s gedacht. Maar in deze campagne veranderen de zaken per dag. Welke zes vaccins er zijn ingekocht, dat is zo’n beetje het enige dat we zeker weten. Onduidelijk is bij de meeste van die middelen wanneer ze toegelaten worden, en wanneer en in welke hoeveelheden ze worden geleverd.’

Andere landen lukte het wel, met dezelfde omstandigheden. Hoe ervoer u de afgelopen dagen, met de mediabeelden van al die landen die zijn begonnen met vaccineren?

Van Vliet: ‘Ik zie liever de bredere context. Alle Europese landen krijgen naar rato hun deel van de gezamenlijk ingekochte vaccins. Waarschijnlijk zullen veel mensen eind 2021 terugkijkend denken: waar ging dit over, een weekje eerder of later beginnen? Uiteindelijk telt: hoeveel mensen vaccineer je, hoe voorkom je sterfte en ziekte? De aanloop en de aanpak zullen iets verschillen per land, maar grosso modo zal de uitkomst dezelfde zijn.’

Voor de zorg, die het nu zwaar heeft, zou eerder beginnen wel uitmaken. Het gevoel leeft dat Nederland er wat achteraan hobbelt. Had Nederland niet, zoals Duitsland, meteen grote vaccinatiehallen moeten opzetten?

Van Delden: ‘Sommige landen beginnen inderdaad sneller, andere beginnen relatief symbolisch, met kleine hoeveelheden.’

Van Vliet: ‘In Duitsland hebben ze niet het Nederlandse systeem van de griepvaccinatie. Zij moesten daar een nieuwe infrastructuur opzetten, waarvan ze nu profiteren.’

Van Delden: ‘Voor ons komt het gewoon heel slecht uit dat het eerst geleverde vaccin slecht aansluit bij de structuur die we klaar hebben staan. Bij een ander vaccin hadden we dat soepeltjes kunnen uitrollen. Nu moesten we in een relatief korte tijd een draai maken.’

Had u dan niet eerder die switch kunnen maken naar het plan B dat nu werkelijkheid is: dat de GGD’s de zorgmedewerkers van verpleeghuizen in grootschalige locaties gaan vaccineren?

Van Delden: ‘Achteraf gezien misschien wel. We dachten eerst dat de huisartsen Pfizer wel zouden kunnen toedienen. Toen we erachter kwamen dat dat niet kon, hebben we de draai gemaakt.’

Vooraf was ook duidelijk dat er een ict-systeem nodig zou zijn waarin alle vaccinaties worden geregistreerd. Hoe staat het daarmee?

Van Delden: ‘Het ict-systeem is bijna klaar, naar verwachting werkt het op 8 januari. Ook zullen de externe systemen van de GGD’s en de verschillende huisartseninformatiesystemen op tijd informatie kunnen uitwisselen met het centrale RIVM-registratiesysteem. In het rijksvaccinatie-ict-programma Praeventis is in 2019 een losse module ingebouwd die nu goed inzetbaar is voor een nieuw vaccinatieprogramma. Die gebruiken we nu voor de covid-vaccinatieregistratie.’

Van Vliet: ‘Sowieso hoef je niet te wachten met vaccineren tot de ict klaar is. Dan begin je desnoods met registraties op papier.’

GGD’s zetten op de vaccinatielocaties printers klaar, om elke gevaccineerde een vaccinatiebewijs mee te geven. Staat dan toch nog niet alles in het systeem?

Van Delden: ‘De gegevens op die zogenaamde vaccinatiebevestiging komen juist uit het registratiesysteem. Gevaccineerden krijgen een kaartje mee met daarop welk vaccin uit welke partij ze wanneer hebben gehad.’

Van Vliet: ‘De gegevens op die uitdraai kunnen mensen bijvoorbeeld doorgeven als ze bijwerkingen ervaren. Dan moet je weten welk vaccin ze wanneer gehad hebben. Wat wel een hobbel is: gevaccineerden moeten toestemming geven of die informatie uit het GGD-systeem naar het RIVM-systeem mag worden gestuurd. Het gaat om minimale persoonsgegevens en gegevens over het verstrekte vaccin. Maar medische gegevens mogen alleen worden doorgegeven als het wettelijk geregeld is of met persoonlijke toestemming. Dit volgt uit de wet op de geneeskundige behandelovereenkomst.’

Hans van Vliet, medisch programmamanager covid-19-vaccinaties: ‘We kunnen wel van alles willen, soms moeten we ons aanpassen aan de wereld waarin we leven. Misschien kan zomervakantie vieren een jaartje niet.’ Beeld Jiri Büller
Hans van Vliet, medisch programmamanager covid-19-vaccinaties: ‘We kunnen wel van alles willen, soms moeten we ons aanpassen aan de wereld waarin we leven. Misschien kan zomervakantie vieren een jaartje niet.’Beeld Jiri Büller

Dat staat een complete database in de weg?

Van Vliet: ‘We hopen inderdaad dat zoveel mogelijk mensen toestemming geven. Dan kunnen wij exact zien hoe het gaat met vaccineren, hoe effectief de vaccins zijn en wat de vaccinatiegraad is.’

De interviewafspraak is al een keer afgezegd, vanwege hun drukke agenda. Toch maakt Hans van Vliet (57) via de videoverbinding een ontspannen indruk. Zijn uitstraling is er een van: ik laat me door niemand gek maken. Soms schemert er een lichte korzeligheid door in zijn betoog, als het gesprek wederom op de vertraagde Nederlandse vaccinatiestart komt. Jaap van Delden (42) reageert duidelijk feller op die kritiek. Maar ook hij formuleert meestal rustig en bedachtzaam.

Wat vindt u van het advies van de Gezondheidsraad om het vaccin Pfizer primair in te zetten voor de ouderen, ook in de verpleeghuizen? Terwijl u begint met de zorgmedewerkers?

Van Vliet: ‘Wij vinden het uitermate belangrijk om de bewoners van de verpleeghuizen zo snel mogelijk te vaccineren. Maar het is een relatief kleine groep (150 duizend personen, red.). Als het vergelijkbare vaccin van Moderna er is, kun je binnen de Nederlandse infrastructuur de bewoners van verpleeghuizen razendsnel vaccineren. ’

Coronaminister Hugo de Jonge schreef vorige week aan de Kamer dat dat mogelijk al eind januari zou kunnen beginnen. Als het Europees Geneesmiddelenbureau EMA het Moderna-vaccin 6 januari toelaat.

Van Vliet: ‘Wij verwachten dat die Europese goedkeuring soepel gaat. Maar over de levering van het Moderna-vaccin is nog veel onduidelijk. Eigenlijk zijn alleen bij het inmiddels toegelaten Pfizer-vaccin duidelijke afspraken over de leveringen. Ondertussen onderzoeken we ook of we de verpleeghuisbewoners eventueel toch met Pfizer kunnen vaccineren.’

En het AstraZeneca-vaccin, oftewel het Oxford-vaccin, waarvan er volgens dat schema van Hugo de Jonge het eerste kwartaal 4,5 miljoen doses geleverd gaan worden? Voor wie wilt u dat inzetten?

Van Vliet: ‘Het eerlijke antwoord is: dat weten we niet. AstraZeneca was aanvankelijk de koploper. Maar de vaccins die gebruikmaken van de nieuwe techniek met messenger-rna, zoals Pfizer en Moderna, zijn tot ieders verrassing veel sneller klaar. En ze werken als een tierelier, ook bij ouderen.

‘Mogelijk duurt het nog langer voor het EMA AstraZeneca goedkeurt, omdat de studies naar het middel verschillende uitkomsten hebben. Voor Nederland zijn de gevolgen van een vertraging nog te overzien. Maar voor een groot deel van de wereld is dit slecht nieuws. Dit is verreweg het goedkoopste vaccin. Wij gaan niet wachten op AstraZeneca. Voor de vaccinatie van de 60-plussers die thuis wonen, overwegen we het Pfizer-vaccin te gaan inzetten.’

Dus dan gaan ook thuiswonende ouderen naar die regionale GGD-locaties voor een prik met het Pfizer-vaccin? En niet naar de huisarts, zoals eerder was bedacht?

Van Delden: ‘Dat scenario zijn we nu aan het onderzoeken. Er is daarvoor voldoende Pfizer-vaccin. We hebben van alle vaccins bij elkaar veel meer besteld dan nodig, rekening houdend met de mogelijkheid dat sommige de eindstreep niet halen.

‘Het is een ingewikkelde puzzel. Alsof je met enige spoed een huis moet bouwen waarvoor je van zes leveranciers bakstenen met verschillende eigenschappen krijgt aangeleverd. Je weet alleen niet wanneer die komen. En dan blijkt de eerst geleverde baksteen niet zo gemakkelijk geschikt om er de onderste laag mee te bouwen.’

Mensen willen vooral weten: wanneer kunnen ze weer zonder angst naar buiten?

Van Vliet: ‘We verwachten in het derde kwartaal van dit jaar het grootste deel van de bevolking te hebben gevaccineerd.’

Dat duurt nog tot na de zomervakantie?

Van Vliet: ‘Niet eerder is een pandemie zo snel bestreden. We kunnen wel van alles willen, soms moeten we ons aanpassen aan de wereld waarin we leven. Misschien kan zomervakantie vieren een jaartje niet.’

Wat zou het meest gunstige scenario zijn?

Van Delden: ‘Dat alle vaccins worden goedgekeurd, geschikt zijn voor brede doelgroepen en snel worden geleverd en toegediend.’

Van Vliet: ‘Net na de zomer klaar zijn is volgens mij het meest optimistische scenario. Maar er zijn veel onzekerheden, noem bijvoorbeeld de mogelijke gevolgen van de komst van die nieuwe coronavariant uit Engeland.’

Van Delden: ‘We weten nog niet hoe lang de bescherming van de vaccinaties duurt.’

Van Vliet: ‘We verwachten dat dit virus nooit meer weggaat. Het stopt niet na de zomer.’

Heeft het RIVM voldoende slagkracht om deze vaccinatiecampagne te organiseren?

Van Delden: ‘We werken al samen met onder meer de GGD’s, de huisartsen, werkgevers, zorginstellingen en met Defensie op het logistieke vlak. Ook staan commerciële bureaus ons bij met capaciteit en denkkracht.’

Van Vliet: ‘Dit is een gezamenlijke inspanning, met ook het ministerie en de farmaceuten. Het is niet een RIVM-alleendingetje.’

Is die typisch Nederlandse overlegcultuur een voordeel of een nadeel?

Van Vliet: ‘Beide. Dat je ontzettend veel moet overleggen, is een extra nadeel in deze coronatijd, met al die video-verbindingen. Het grote voordeel is dat het draagvlak en de betrokkenheid bij je programma heel groot is. En dat verdient zich terug.’

In Duitsland gingen ook dingen mis. Een deel van de vaccins zou niet koud genoeg zijn vervoerd, enkele zorgmedewerkers kregen per ongeluk een te hoge dosis van het vaccin toegediend. Kan dat ook in Nederland gebeuren?

Van Delden: ‘We krijgen geheid ellende in de uitvoering. We hebben nog nooit zo’n groot programma in zo’n korte tijd opgezet. Ongetwijfeld gaan er dingen mis. Valt er ergens een doos met vaccins op de grond.’

En die twee weken achterstand loopt u zo in?

Van Delden: ‘De media lijken een soort wedstrijdgevoel te ervaren, maar dit is niet het WK covidvaccinatie. De opdracht is om zo snel mogelijk de schade die corona aanricht te beperken. En zoveel mogelijk gezondheidswinst te realiseren. Druk zijn met hoe snel andere landen dat aan het doen zijn, laat ik met veel liefde aan de pers.’

Van Vliet: ‘Wij zijn bezig met de inhoud. Bij zo’n incident in Duitsland denken wij: zou dat ook bij ons kunnen gebeuren? Hebben wij de juiste voorzorgsmaatregelen getroffen?’

Maar nu liggen er sinds vorige week Pfizer-vaccins opgeslagen in Oss, tot 8 januari ongebruikt.

Van Vliet: ‘Er ligt niet zo veel hoor. We hebben in eerste instantie een kerstpakket van Pfizer gekregen.’

Wanneer is uw opdracht geslaagd?

Van Vliet: ‘Als de risicogroepen allemaal gevaccineerd zijn. Wanneer we kunnen beginnen met de gezonde mensen, ben ik al wat gerustgesteld. Tot die tijd voel ik wel: we moeten zo snel mogelijk het goede doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden