Rituele jazz uit Cuba

Jazzfluitist Mark Alban Lotz raakte in de ban van santería-muziek. De Afrikaans georiënteerde muziek uit Cuba is complex en spiritueel....

MARK Alban Lotz was altijd al geïnteresseerd in klanken van buiten het bebop-straatje, maar de Cubaanse santería raakte hem zo sterk dat hij toenadering zocht tot die rituele, sterk Afrikaans getinte muziek. 'Het was de eerste keer dat ik moest huilen om muziek die ik hoorde.'

Lotz, jazzfluitist en leider van de groep Lotz Of Music, is een 'wereldburger' uit Duitsland die inmiddels twaalf jaar in Nederland woont. Hij is verslingerd aan de dwarsfluit in al zijn gedaanten. Zo bezit hij bansuri's, Indiase bamboefluiten, en een contrabasfluit, een bijna manshoog gevaarte dat een kennis van pvc-buizen bouwde omdat een fabrieksmodel van veertigduizend gulden te prijzig was.

Als fervent salsa-danser verdiepte Lotz zich in Latijns-Amerikaans repertoire, en kwam zo ook in aanraking met santería-muziek. Toen hij die voor het eerst live hoorde, bij een bezoek aan Cuba, was hij helemaal verloren. Zijn slagwerker Stefan Kruger nam les bij Javier Campos Martínez, een van de beste drummers uit het genre. Dat resulteerde in de dubbel-cd Le Coq Rouge en die cd was weer aanleiding voor het Cubaanse Percuba Festival om de groep uit te nodigen. In Havana werden opnamen gemaakt voor Blues For Yemayá, dat vorig jaar verscheen.

Santería is - net als candomblé in Brazilië en voodoo in Haïti - een pantheïstische religie van West-Afrikaanse slaven die de Orisha's, de goden van de Yoruba-stam, hebben overgebracht naar hun nieuwe vaderland. De rituele feesten die op de naamdag van de goden vallen, heten tambores. Ze kunnen ook adhoc worden georganiseerd, 'als iemand bijvoorbeeld in de problemen zit'.

Essentieel in de ritmisch complexe muziek zijn de drie batá-trommels, die op een geheime plek worden bewaard en voor de tambor door een priester worden gewijd. De batá-trommels leggen de klankbasis, daar overheen zingen voorzanger en koor bezwerende liederen in een mengsel van Spaans en Yoruba. 'Het is krachtige, introverte muziek die niets te maken heeft met het macho-spektakel van salsa of Latin-jazz. Zelfs veel Latino's kennen het niet.'

Voor elk van de drie trommels is een duidelijke rol weggelegd. De grootste, Iyá, is de 'moeder', zij stelt als het ware de vragen. De middelste, Itótele, beantwoordt die en speelt de melodieën, terwijl Okónkolo, de kleinste, het basisritme aangeeft. Met z'n drieën vlechten ze telkens een andere clave, een combinatie van even en oneven ritmes.

Het is vooral het spirituele aspect dat de fluitist raakt. Op Blues for Yemayá werkt zijn groep Lotz of Music met Cubaanse muzikanten, die door drummer Javier Campos Martínez waren uitgenodigd. Beide partijen kostte het enige moeite de culturele verschillen te overbruggen.

Lotz: 'Samenspelen met een piano was voor hen bijvoorbeeld nieuw. En als je zei: daar moduleren we, daar komt een break en daar moet je weer inzetten, dan zei hen dat niks. Maar wij hadden ook moeite met wat voor hen vanzelfsprekend was. Je weet aanvankelijk niet waar je in moet vallen: waar is de één? Daar sta je dan. Ik schreef die stukken bijvoorbeeld op in zesachtste, terwijl je tegelijkertijd ook in een vierkwartsmaat moest denken.'

Uitgangspunt was de Cubaanse muziek; alle composities zijn gebaseerd op traditionele santería-liederen. 'Wij hebben daar omheen gespeeld. Uit respect voor wat zij doen, maar dus ook uit praktische overwegingen. Als zij met z'n drieën die complexe machine van de batá-ritmes op gang brengen, kunnen ze onmogelijk ook nog eens op andere instrumenten reageren. Wij hebben meer afwisseling in akkoorden en dynamiek toegevoegd, en solo's natuurlijk.'

Het is uiteindelijk een afwisselende cd geworden. Er werken verschillende zangers aan mee. En de goden aan wie de muziek wordt opgedragen, hebben duidelijk eigen karakters: de één agressief en viriel, de ander wijs en vreedzaam.

Lotz heeft zoveel mogelijk geprobeerd de oorspronkelijke sfeer intact te laten. 'We zaten daar onder primitieve omstandigheden, met z'n allen bij een familie in huis. We moesten instrumenten lenen, de airconditioning in de studio viel uit, de piano raakte ontstemd - maar ik heb wel het idee dat we daardoor dicht bij de cultuur zijn gebleven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden