Rituele familieverhalen

Iedere familie bestaat bij de gratie van de verhalen die de leden ervan elkaar vertellen. Dezelfde verhalen veelal, telkens opnieuw opgerakeld, licht gewijzigd en dan door middel van lawaaiige interrupties weer tot hun oorspronkelijke proporties teruggebracht....

Verhalen hebben een functie, vinden ze bij de familie Joffe, een familie van gemiddelde omvang, zich over drie, vier generaties uitstrekkend, inclusief aanverwanten, ergens in de vlakte van Jizreël in het moderne Israël, en onderwerp van Meir Shalevs nieuwste roman, Fontanel. Ze moeten 'een erfgoed, taal en identiteit creëren', oordeelt een van de meest uitgesproken vertellers en fantasten uit die familie. Zoals Adam de dieren een naam gaf om de chaos rondom hem te bedwingen, zo bouwde het stamhoofd van deze familie, een grootvader van haast mythologische, oudtestamentische proporties, een muur rond het stukje wildernis dat voortaan het domein van hem en de zijnen zou worden. Binnen die muren wordt geleefd en, vooral, verteld – want namen geven, grenzen aanbrengen en verhalen vertellen, het zijn drie manifestaties van eenzelfde behoefte, namelijk orde scheppen en houvast verstrekken. Familie heb je voor het overzicht en voor de veiligheid.

En daar zitten ze dus, die Joffes, allemaal op een kluitje, elkaar in de gaten houdend, gebeurtenissen nog voor ze zich goed en wel voltrokken hebben tot geschiedenis makend, grenzen aanbrengend tussen wie er wel en wie er niet bij horen. Er zijn nogal wat Joffes in het huidige Israël, maar deze Joffes kunnen de demarcatielijnen scherp aangeven: zodra er een half vreemde Joffe aanbelt, krijgt hij een rijtje bizarre vragen voorgelegd – hoe snij je een brood, wat was er met de vis, wie had er liever compote? – en valt hij veelal door de mand. Juist als er veel zijn die op elkaar lijken, komt het op nauwkeurig onderscheid aan.

Op dat kluitje ontgonnen aarde wonen de aartsvader-en moeder, drie van hun vier dochters met hun echtgenoten of de herinneringen daaraan, de kinderen van die dochters en de kinderen van die kinderen. Vier generaties, dat is al zowat een volk, het is in elk geval een volkje met een eigen geschiedenis. Er zitten voldoende eigenaardige figuren en typische gevallen tussen om hun geschiedenis amusant te maken: een manke uitvinder die schuilkelders bouwt, een vrouw zo mooi, dat ze alleen bij donker buiten komt, een belijdend vegetarische moeder ('het is moeilijk samenleven met iemand die er principes op na houdt en het is nog veel moeilijker met iemand die altijd gelijk heeft') en een eenarmige vader die van de weeromstuit alle vlees verorbert, rein of onrein, dood of levend.

Het zijn bijna allemaal prachtige verhalen die in de familie Joffe worden verteld. Doordat het er zoveel zijn en ze allemaal met elkaar samenhangen, krijgen ze iets bedwelmends: ze lezen is als doordrinken, hetzelfde haast ongemerkt wegglijdende goedje, doe nog maar een fles, ja, en nog een. Voor je het weet ben je de tel kwijt of het overzicht over de betrekkingen van die lui en hun lotgevallen. De kroniekschrijver van de familie Joffe, die zich Michael noemt en lid is van de derde generatie, heeft ze bovendien maar oppervlakkig geordend: hij belicht per hoofdstuk de familiegeschiedenis met telkens een ander lid ervan in het centrum en doet daardoor precies wat je met die verhalen moet doen, namelijk ze eindeloos herhalen, iedere keer net een beetje anders.

Zo onderhoudend als dat is, zo link is het echter ook – en dat ligt aan het genre. Die verhalen hebben namelijk primair een ritueel en formeel karakter, ze moeten een identiteit bepalen en een onderscheidingscriterium verstrekken. Zo vrolijk als ze kunnen zijn, ze zijn niet bedoeld om ons te onderhouden; zodra ze 'prachtig' zijn, zijn ze eigenlijk ook al verdacht, want dan verloochenen ze hun herkomst. Zelfs als ze door een literair auteur werden opgeschreven en door hem ongetwijfeld werden geredigeerd en uitgewerkt, zelfs als ze volledig verzonnen zouden zijn en er slechts mee werd beoogd te demonstreren hoe een familie verhalen gebruikt, zullen ze dat primaire karakter niet mogen verliezen zonder tot volslagen willekeurige anekdotes te verworden.

Meir Shalev is een veel te verstandig en ervaren auteur om dat zelf ook niet te begrijpen. En dus heeft hij nogal geraffineerd twee extra lagen in deze kroniek van de familie Joffe ingebouwd: die van het taalspelletje en die van het zelfbewustzijn. De familie heet verzot te zijn op grapjes, taalgrapjes vooral. Dat maakt het Shalev mogelijk om, vaak op het melige af, te dollen met de lezer. Een woord is een woord en daarmee kan gegoocheld worden. Zodra er echter met een woord gespeeld wordt, wordt het belangrijker dan de geschiedenis waarin het iets beweerde. De taal wint het van de gebeurtenis, de formulering triomfeert over het verslag – en dat relativeert de familieperikelen.

Tijdens het schrijven komt de dochter van de chroniqueur zo nu en dan over zijn schouder meekijken en bemoeit zich met de tekst. Haar gaat het om formuleringen, de chroniqueur neemt haar interrupties trouwhartig op – en de lezer wordt weer even buiten het leven in de kraal van de Joffes gezet. Dat is vervreemdend, maar hier is die vervreemding een bevrijding. Ten slotte veinst de auteur voor het eerst een boek op een computer te schrijven. Hij weet dat hij tekstfragmenten kan vervangen, maar hij heeft zoveel haast, dat hij zijn alternatieven vooralsnog handhaaft en ze markeert met een sterretje om er later nog eens naar te kijken. Dat is echter niet gebeurd, zodat we van eenzelfde gebeurtenis verschillende formuleringen krijgen. Ook dat is tegelijkertijd eigenaardig en een hele opluchting.

Zo blijven wij immers buitenstaanders, zelfs ten opzichte van het boek dat we lezen, maar vooral hoeven we ons niet al te veel van die familietoestanden aan te trekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.