Ritueel slachten

De hele politiek staat op zijn kop over het vermeende kwalijke levenseinde van nog niet één promille van het aantal geslachte dieren in Nederland

Malou van Hintum

Voordat ik iets anders ga zeggen: dieren doden om op te eten vind ik onnodig. Prachtige groenten genoeg. Snij die prei, smoor die spinazie, blancheer de bloemkool, laat de spruiten schrikken, pureer de pastinaak, maak van de tomaten tomatensoep, tomatensaus, tomatensap en tomatenijs. En laat de lammetjes vrolijk springen in de wei, de koeien hun lentedansje doen en de varkens door de modder rollen.|

Maar goed, zo is de realiteit niet. Mensen willen dieren eten. Ze vinden ze lekker. Dieren zijn weerloos. Dus worden ze gedood en gevreten.

Industrie
Een beschaving als de onze heeft slachthuizen en fabrieken en technische methoden ontwikkeld om van het doden een industrie te maken. Het moet snel, efficiënt, en in grote aantallen. En onzichtbaar. Doden gebeurt achter gesloten deuren, en liefst gemechaniseerd.
Doden gebeurt ook met een schaamlap: eerst verdoven, dan doden. Dan is het ‘minder erg’.

Dan hoeft het dier niet te lijden (dat het verdoven in ongeveer tien procent van de gevallen misgaat, wordt even tussen haakjes gezet). Want daar moeten we toch niet aan denken, dat het dier zou lijden voordat het in stukken wordt gesneden, in cellofaan verpakt en naar de schappen van de supermarkt vervoerd.

Er zijn ook slagers die een vlijmscherp mes pakken en met één scherpe haal een einde maken aan het leven van een dier. In Nederland is er één joodse slachter. Hij doodt 2.500 dieren per jaar. Zijn die dieren er slechter aan toe dan de dieren die een al dan niet gelukte verdoving krijgen voorafgaand aan hun dood?

Onthoofd
Wetenschappers zijn het er niet over eens, wat Thieme en de haren ook beweren. In Nijmegen is onderzoek gedaan naar pijn, gevoel en bewustzijn bij ratten die worden onthoofd. Hun hersenactiviteit is gemeten, en op basis daarvan kon worden geconcludeerd dat de ratten vier seconden na hun onthoofding niets meer voelen.

De onderzoekers schatten dat het bij grotere dieren enkele seconden langer zal duren – ‘maar je moet zeker niet denken aan minuten’. Ze willen graag een joods of islamitisch slachthuis bezoeken om te bepalen om hoeveel seconden het precies gaat.

Dat is één. Iets anders is, dat nu wel heel erg wordt gekeken naar het levenseinde van het dier, en niet naar het leven dat het daarvoor heeft gehad. De hele politiek staat op zijn kop over het vermeende kwalijke levenseinde van nog niet één promille van het aantal geslachte dieren in Nederland, en rept met geen woord over de honderdduizenden dieren in de vee-industrie die permanent honger lijden, bot- en maagaandoeningen hebben, en het slachtoffer zijn van bloedarmoede, leverabcessen en maagzweren.

Begin eerst eens bij het begin. En vraag die Nijmeegse wetenschappers als de wiedeweerga met hun meetapparatuur naar het Amsterdamse slachthuis te gaan. Dan hoeft die ingewikkelde discussie over godsdienstvrijheid en grondrechten misschien niet eens te worden gevoerd.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden