Rio blijft een schone belofte

De VN-commissie die onlangs de tussenbalans opmaakte van de grote milieuconferentie in Rio kon nog geen enkel resultaat melden. Ook in Nederland blijft het stil, constateert H....

HENK WECKSELER

TWEE jaar geleden, medio 1992, leek Rio de Janeiro even het middelpunt van de wereld. Van 3 tot 15 juni vond daar toen de VN-milieu- en ontwikkelingsconferentie, de Unced, plaats. De toekomst van de wereld lag, zo leek het, in de handen van de 120 aldaar verzamelde regeringsleiders en staatshoofden. Rio moest het keerpunt worden. Vanaf nu zou de ontwikkeling van de landen in de wereld op duurzame wijze plaatsvinden.

'Rio blijft een belofte', kopte de Volkskrant een jaar geleden een hoofdartikel. Andere landelijke kranten en de tijdschriften volgden. 'Er gebeurt wel degelijk heel veel' en 'het is nu eenmaal een hele hijs de beslissingen van Rio uit te voeren', susten vertegenwoordigers van het Platform voor Duurzame Ontwikkeling en het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Zeker in Nederland, dat als een van de braafste jongetjes van de milieuklas hard had gewerkt aan Rio, waren de verwachtingen hooggespannen.

Ter plekke leverde de Unced weinig concreets op: er werden vooral veel intenties uitgesproken. Waaronder het stabiliseren van de kooldioxyde-uitstoot (Klimaatverdrag), het beschermen van de biodiversiteit, het veranderen van consumptiepatronen en het remmen van de bevolkingsgroei.

Het grote geld, nodig om de plannen te financieren, hadden de leiders van de rijke landen thuis gelaten. Daarover zou later alsnog gepraat kunnen worden, onder andere door de in te stellen VN-commissie voor duurzame ontwikkeling.

Al enkele weken later, op de G7top in München, bleken de leiders van de rijkste landen de duurzaamheid alweer te zijn vergeten. Ruim een week geleden werd bekend dat de eerder genoemde VN-commissie nog geen enkele vooruitgang heeft geboekt met de uitwerking van de besluiten van Rio.

Een tastbaar resultaat van Rio, zij het op geduldig papier, is de zogenoemde Agenda 21, het actieprogramma van de Unced. Deze Agenda 21 zou voor de hele wereldgemeenschap moeten dienen als 'spoorboekje' op de weg naar een duurzame samenleving. Voor Nederland is Agenda 21 integraal vertaald, een lijvig boekwerk van meer dan zevenhonderd pagina's.

Ook in het jargon van de beleidsambtenaren is Rio al doorgedrongen. Zo'n 70 tot 80 procent van de intenties uit Agenda 21 is overgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan. Uit de laatste Nationale Milieuverkenning (1993-2010) kon worden afgeleid dat op vrijwel alle terreinen de milieubelasting wordt teruggedrongen en dat sommige beleidsdoelstellingen binnen bereik lijken te komen. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat in ieder geval Nederland al op de duurzame weg zou zitten. Niets is echter minder waar.

Bij nadere beschouwing van de vele cijfers en -grafieken blijkt vaak dat de toename van de vervuiling minder groot is dan een aantal jaren geleden. Voor veel milieuproblemen houdt de overheid echter nog steeds rekening met een stijging van de milieubelasting. Zo mag de afvalberg de komende jaren nog steeds groeien en mag het aantal autokilometers nog toenemen.

De trendbreuk naar duurzamere vormen van produktie en consumptie is nog ver te zoeken. De Nederlandse route naar duurzaamheid loopt via de uitbreiding van Schiphol en de Betuwelijn.

Kort na Unced werd algemeen beleden dat er meer financiële armslag moest komen om een duurzamere ontwikkelingssamenwerking vorm te geven. Lubbers verklaarde op de Unced: 'De ontwikkelingssamenwerking krijgt door de koppeling met het milieu een nieuwe impuls.' Enkele maanden later kon de jongerenorganisatie van het CDA, het CDJA, ternauwernood een stokje steken voor de plannen van het CDA om de één-procentsnorm te laten vallen.

Rio kende ook een groot belang toe aan non-gouvernementele organisaties (ngo's). Via hen zou in de samenleving het draagvlak moeten worden gecreëerd voor een duurzame ontwikkeling. De Nederlandse duurzaamheidsbeweging lijkt echter ten onder te gaan aan haar eigen succes.

Aan de ene kant groeit de beweging: het aantal leden groeit, de financiën worden ruimer en haar vertegenwoordigers mogen in het buitenland uitleggen hoe Nederland duurzaam wordt. Maar aan de andere kant, de milieukant, worden de successen spaarzamer. Net als het ministerie van Milieubeheer is men tevreden met ieder stapje voorwaarts terwijl de consumptietrein rechts voorbij raast.

In de voorbereiding naar Unced en daarna werd al snel duidelijk dat Nederland er een nieuw vergadercircuit bij had gekregen: 'Voorzet voor Unced', 'Redden we 't met Agenda 21', 'Rio Voorbij'. De agenda's waren voor maanden gevuld.

Met het oog op de verkiezingen werden de programma's van de politieke partijen tegen het licht gehouden. Al deze moeite van de milieubeweging lijkt nauwelijks resultaat op te leveren. GroenLinks, de partij die door het CBS en het RIVM het meest duurzaam werd bevonden, verloor. Paars is nu de kleur.

IN 1972 vond in Stockholm de eerste grote VN-milieuconferentie plaats, de UN Conference on Human Environment. Veel onderdelen van de 26 punten uit de Verklaring van Stockholm zijn terug te vinden in de 27 punten van de Verklaring van Rio de Janeiro. Het tempo waarin op wereldschaal beslissingen worden genomen en de onwil of het onvermogen om in Nederland duidelijke keuzes te maken doet vermoeden dat rond het jaar 2012 punten met een vergelijkbare inhoud uit een soortgelijke VN conferentie zullen rollen.

En aan die conferentie zal Nederland ongetwijfeld ook weer braaf haar steentje hebben bijgedragen.

Henk Weckseler is beleidsmedewerker bij het Centrum voor Landbouw en Milieu en volgde als vertegenwoordiger van de Nederlandse jongerenorganisaties de Unced-conferentie in Rio de Janeiro.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden