Rinkelbel met bergkristal beschermt tegen het kwaad

Oog voor detail

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: rinkelbel.

Portret van een 1-jarig meisje uit het geslacht Van der Burch. Foto Dordrechts Museum

Vorig jaar oktober werd er in Siberië een rammelaartje gevonden van vierduizend jaar oud. Het is een allerschattigst klein berenhoofdje een babyberenhoofdje van klei, met een spits snuitje. In het hoofdje zit iets, misschien steentjes, daardoor wisten de vinders dat het speelgoed is. Als je het schudt, maakt het geluid. Er is één oor afgebroken, wat er in dit geval uitziet als een teddybeer die bij de knuffeldokter is geweest, niet als een beschadigde archeologische vondst.

Binnenkort wordt het hoofdje onder een MRI-scanner gelegd om te zien wat er precies in zit. Een geweldige manier van onderzoek zonder het object te beschadigen, non-invasief onderzoek heet dat. Ik kan me nog herinneren dat er voor het eerst over gesproken werd om deze medische techniek toe te passen op mummies en manuscripten die te fragiel waren om open te vouwen, toen ik studeerde, en dat het voelde als magie.

Rammelaars bestaan dus al millennia. Ze zijn gevonden in de vorm van allerlei dieren en gemaakt van brons, goud, hout of steen. Het idee dat Siberische, Griekse, Romeinse, Egyptische, Maya- en nog meer kinderen ter wereld al zo lang blij worden van het schudden aan een objectje, en ouders blij worden als ze zo'n dingetje aan het kind geven en hele mooie laten maken, maakt ineens de wereld en de tijd kleiner.

Portret van een 1-jarig meisje uit het geslacht Van der Burch. Foto Dordrechts Museum

Dit kind hier, met de familienaam Van der Burch (het wapen staat op het portret), is 1 jaar (staat er ook op), en houdt een prachtige gouden rammelaar of 'rinkelbel' in haar hand. Dat het een meisje is, zie je alleen aan het strikje op haar doek, want kleine jongens droegen toen ook jurkjes. De bel zit met een ketting aan haar rok vast en heeft een stuk geslepen bergkristal om op te bijten, om het doorkomen van de tanden te verzachten. Het is zo'n lief en mooi ding. Als je goed kijkt, zie je ze overal op kinderportretten; in Nederland, maar ook Vélazquez beeldde de kleine prins Filips Prospero op 2-jarige leeftijd uit met gouden kettingen om zijn rokken waaraan mooie bellen en bijtobjecten zaten, die laatste in de vorm van wolfstanden. Het arme kind werd maar 4 jaar.

Net als in Siberië in het Bronzen Tijdperk had de rammelaar ook bij dit Nederlandse kind een dubbele functie: leuk om mee te spelen, en tegelijk werden door het geluid de kwade geesten verjaagd. Het bergkristal hielp daar zelfs ook bij. Sommige van deze rinkelbellen hebben koraal in plaats van kristal, ook een weerder van kwaad, en in Friesland waren ze helemaal van zilver. Het zijn allemaal objecten waar veel aandacht en geld aan is besteed.

Foto Dordrechts Museum

Omdat speelgoed typerend is voor het kind, kan de aandacht voor speelgoed vertaald worden naar aandacht voor kinderen, schrijft Annemarieke Willemsen in haar boek Kinder Delijt (1998), over spelen en speelgoed in de Nederlandse Middeleeuwen. Het is een graadmeter voor de positie van het kind. Ik las het en vroeg me struikelend over de lego af wat ons speelgoed dan zegt over het kind. Zou er nog in zulke bulken plastic speelgoed worden gekocht, over vijftig jaar? Wat geven we kinderen dat dierbaar genoeg is om op een portret te zetten en door te geven?

Mijn eerste kind had als baby zo'n piepgiraffe. Op de zilveren rammelaar die hij van oma voor zijn doop had gekregen, een hondje aan een ring, heb ik hem nooit laten bijten. Die bleef mooi op een plankje staan, om naar te kijken. Zonde, eigenlijk.

Aelbert Cuyp: Portret van een 1-jarig meisje uit het geslacht Van der Burch

Datering onbekend
Oieverf op paneel, 41 x 31,5 cm

Dordrechts Museum (bruikleen uit een particuliere collectie sinds 2015)