Rijp en groen in de wetenschap

Het zou een aardig experiment met de menselijke herinnering zijn: een jaar lang dagelijks noteren welk wetenschappelijk nieuws de kranten haalt en dat lijstje op oudjaarsavond uit het blote hoofd proberen te reconstrueren....

Waarom, is daarbij de vraag, hebben we onthouden wat we onthouden hebben? Waren dat de brandende kwesties in de wetenschap? Of waren het gewoon de spannendste voorvallen, de spraakmakendste verhalen in de krant, de spectaculairste beelden op televisie?

Chef-redacteur Hans Post van de stichting voor Publieksvoorlichting over Wetenschap en Techniek (PWT) is sinds twee jaar beëdigd chroniqueur van de wetenschap. Voor het onlangs verschenen tweede Radar-jaarboek van Aramith en PWT - Radar 96 - maakt hij in 25 kantjes de balans op van het wetenschappelijke nieuws tussen oktober vorig jaar en dit jaar.

Hij haalt de huilende madonna aan van Civitavecchia - en deze zomer ook Brunssum - en de verguizing van onderzoekers die aantoonden dat de maagd mannenbloed weende, respectievelijk gesmolten kunsthars. De universiteit van Maryland die een eeuw na dato aantoonde dat een in Florida aangespoelde reuzen-octopus een vergaan walviskarkas was. De vondst van nog oudere resten van oermensen in Ethiopië en van een klimmende mensachtige in Zuid-Afrika. De zaadcellen van de fruitvlieg, die groter zijn dan het diertje zelf.

Of de ontdekking van een gen dat vetzucht reguleert. De restauratie van de door een bomaanslag verwoeste discuswerper in het Uffizi-museum in Florence. Het raadsel dat bewaard bloed van de eerste aids-patiënt geen HIV-virus bevatte. De zwart-witte tweeling na een verontreinigde reageerbuisbevruchting in Utrecht. De vaststelling van TNO dat fosfaatvrije wasmiddelen nergens goed voor zijn. Een opzettelijke scheepsramp op het Hollands Diep, een opzettelijke dijkdoorbraak in Het Zwin, een proef-gaswolkramp vanuit Frankrijk, een gen voor de ziekte van Alzheimer.

En ook al heeft het merendeel inderdaad in de kranten gestaan, tien tegen één dat we van deze kwesties en voorvallen ons over een jaar niets meer herinneren. Met uitzondering misschien van de vetzucht- en Alzheimer-genen, want zo vaak komt wetenschap niet nader dan de rok. Maar het kan ook alleen Mururoa zijn (in Radar summier en foutief als bovengrondse kernproef afgebeeld) of de cijfergevechten rond de Brent Spar (helemaal niet genoemd).

Welke wetenschap, welk resultaat in de maalstroom is het herinneren waard? Ook de makers van de nieuwe editie van Radar lijken er niet uit te komen en dus lieten ze stukken schrijven over Rembrandt-restauratie, de zin en onzin van het broeikaseffect, de teloorgang van de Gaia-hypothese, het boefbeeld in de criminologie, nieuwe quantum-elektronica, de crisis in de kosmologie, over celdood, de opgraving van Satricum en de concurrentie tussen Rotterdam en Antwerpen. En portretten van Nationale Ombudsman Marten Oosting, die weinig met wetenschap heeft uit te staan, van Nijenrode-directeur Neelie Kroes, die nog eens mag uitleggen dat management ook wetenschap kan zijn, en van theoloog-fysicus Willem B. Drees, die inderdaad een boeiend boek over God en het universum schreef, maar wel jaren geleden.

Lang niet allemaal onderwerpen die vorig jaar de kranten haalden, maar daarom ook geen tekenen des tijds in de hedendaagse wetenschap? De redactie heeft naar eigen zeggen gestreefd naar actualiteit, zonder dat dat een noodzakelijke voorwaarde was. Trends, daar is het ze om gegaan, maar dan nog blijft de vraag of ze de juiste keuzes hebben gemaakt.

Zo blijkt de verrassend recente geschiedenis van het inzicht dat mannen en vrouwen fysiek zeer verschillen - beschreven aan de hand van het werk van de tweede Nederlandse vrouwelijke arts, Johanna van Tussenbroeck - te moeten aantonen dat vrouwen en mannen andere keuzes maken in historisch onderzoek. Ondanks een van de geleerde frases uit z'n voegen barstende inleiding, blijft onhelder waarom niet net zo goed een man dit onderzoek had kunnen doen. Als er een trend is bij vrouwenstudies, dan is het wel de discussie over de vraag of hun afzondering vruchten afwerpt.

Alleen de geschiedenis kan uitmaken wat een belangrijke trend is in de wetenschap en wat uiteindelijk niet, zo blijkt bijvoorbeeld uit het net verschenen Faber Book of Science van de befaamde Britse criticus John Carey.

In diens bloemlezing zijn teksten verzameld van Leonardo da Vinci tot Antonie van Leeuwenhoek, Jean-Baptist Lamarck, van Charles Darwin tot August Kekulé, James Maxwell, Wilhelm Conrad Röntgen, Sigmund Freud, Mark Twain, Albert Einstein, Primo Levi, Vladimir Nabokov, Carl Sagan, Oliver Sacks, Francis Crick, Paul Davies en nog tientallen andere grote namen uit de geschiedenis van de natuurwetenschappen. Een draagbare ideeëngeschiedenis, kortom.

Al dan niet flink geholpen door Carey, doen de auteurs verslag van hun belangrijkste vondsten, diepste inzichten, scherpste redeneringen en de lezer mag voor deze ene keer over hun schouder meekijken. De spanning is geregeld om te snijden, maar misschien is dat ook geen kunst. Hier heeft de geschiedenis zijn werk al gedaan en zijn rijp en groen gescheiden. Wie bij Carey schrijft, blijft per definitie. Van de stukken in Radar 96 moeten we dat gewoon nog maar even afwachten.

Martijn van Calmthout

Radar 96, stand van zaken in de wetenschap

Aramith Uitgevers; ¿ 35,-

ISBN 90 6834 167 7

John Carey: Faber Book of Science

Faber & Faber, import Nilsson & Lamm; ¿ 55,-

ISBN 0 571 16352 1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden