Rijnmond wordt warm van zichzelf

Een half miljoen huizen in Zuid-Holland krijgen de warmte die nu nog door bedrijven in de regio op het water wordt geloosd....

De hoge olieprijs maakt creatief. In het Rotterdamse haven- en industriecomplex gaan ze nu toch echt de verspilling aanpakken en niet zo’n beetje ook.

Vijfhonderdduizend woningen worden tot 2015 aangesloten op afvalwarmte uit kolen- en gascentrales, raffinaderijen, afvalovens, waterzuiveringsinstallaties en de glastuinbouw. Hiervoor wordt een warmtenet aangelegd om vanuit de Botlek huizen in Rotterdam, Dordrecht, Delft en de regio Den Haag van energie te voorzien.

‘We praten al dertig jaar over hoe we ongebruikte warmte, die nu op het water wordt geloosd, nuttig kunnen gebruiken’, zegt mr. drs. George Brouwer, programmamanager duurzame energie in Rijnmond, een samenwerkingsverband van het Havenbedrijf en overheden.

Poetin

‘Maar nu hebben we het tij mee. Doorsluizen van warmte en stoom van plaatsen waar een overschot is naar woningen, is aantrekkelijker geworden. We willen minder afhankelijk zijn van olie uit het Midden-Oosten. En ook de Russische president Poetin heeft ons met de neus op de feiten gedrukt dat de levering van olie en gas niet altijd is verzekerd. Hij sloot eind vorig jaar de energiekranen en daarmee is de leveringszekerheid van energie dubieus geworden. We worden meer op onszelf teruggeworpen’, zegt Brouwer.

Voor deze vorm van industriële ecologie is een semi-overheidsonderneming opgericht: Warmtebedrijf Rotterdam. ‘De multinationale bedrijven in de Botlek en op de Maasvlakte zien het niet als een kerntaak een warmtenet op te zetten. De strategische beslissingen over techniek, productie en vestigingsplaatsen worden ook niet in Rotterdam genomen, maar in Houston, Parijs, Londen, Koeweit of Salt Lake City’, zegt Brouwer.

Elk bedrijf werkt voor zichzelf en kijkt doorgaans niet naar een gemeenschappelijk belang met de buren. Het Havenbedrijf houdt zich echter wel met toekomstvisies bezig. Zoals: moet Rotterdam blijven doordenderen op het traditionele pad van de petrochemie, die gebaseerd is op koolstofproductie, of is de toekomst koolstofloos, vrij van fossiele brandstoffen.

Het Kyoto Protocol, dat landen en sectoren dwingt hun CO2-uitstoot omlaag te brengen om de klimaatverandering tegen te gaan, prikkelt bedrijven om voorbij de fabriekspoort te kijken. Er is ineens een nieuw belang ontstaan. Wie minder uitstoot, houdt zogeheten koolstofrechten over en kan die verkopen, ofwel: de productie uitbreiden. Ineens is er wél animo om restwarmte in een ringsysteem te stoppen en daar de tuinderskassen en huizen mee te verwarmen.

Maar vraag niet aan de bedrijven om dit te organiseren, legt Brouwer uit. Daarom is met hulp van wethouder Van Sluis (Leefbaar Rotterdam) het Warmtebedrijf Rotterdam opgericht. Opmerkelijk fenomeen, beaamt ook Brouwer, in een tijd dat de overheid zich op een afstand houdt.

De prettige kant van het stadsverwarmingsnet is dat het heel goed is uit te breiden. Zo is Delft in beeld gekomen, omdat de daar gevestigde DSM Gist en de afvalzuiveringsinstallatie zoveel warmte over hadden, dat alle woningen in Delft en de glastuinbouw in Midden-Delfland zich aan deze industriewarmte kunnen laven.

Steeds meer aansluitingen op het net is muziek in de oren van staatssecretaris Van Geel van Milieu, die de CO2-verlaging uit het Kyoto Protocol moet zien te regisseren. Vijfhonderdduizend woningen aansluiten op stadsverwarming scheelt een miljoen ton aan kooldioxide-emissies. Normaal gesproken moet een miljard kuub aardgas voor een half miljoen woningen worden ingezet. Hiervoor is duizend megawatt warmte nodig, vergelijkbaar met de productie van een grote energiecentrale.

Schiedam staat ook al voor aansluiting op de kaart; de glasfabriek kan restwarmte leveren. Heel interessant omdat Schiedam een hotspot is van fijnstof langs de autosnelweg A 20, waar mensen meer fijnstof inademen dan goed voor ze is. Het plan is om de nieuwbouw in Schiedam op het nieuwe warmtenet aan te sluiten. Dat scheelt in fijnstof, want deze warmte is een schone energiedrager omdat er geen emissies vrijkomen.

Rijnmond doet onderzoek om restwarmte van bedrijven op te slaan in ondergrondse waterlagen, aquifers, waar pijpen naartoe lopen. De warmte wordt aan de ene kant de pijp ingeduwd en als de pijp vol is, perst die de warmte er aan de andere kant weer uit als gevolg van de ontstane druk.

Warmtesurplus

Het voordeel van de aquifers, – diepte vijfhonderd meter met een warmte van 110 graden celsius – is dat het warmtesurplus van bedrijven en kassen in de zomer kan worden opgeslagen voor stadsverwarming in de winter. Ook de kassen kunnen dan worden voorzien.

De gebufferde warmte van 110 graden in de aquifer verliest aan waarde als ze door het net gaat. Kassen hebben maar 80 tot 90 graden nodig en als de warmte daar is opgesoupeerd, kan ze naar woningen worden gesluisd, die met een temperatuur van 70 graden kunnen volstaan om de verwarmingsbuizen te verhitten. Een soort energiecascade, aldus Brouwer.

Technisch is dit geen hoogstaand proces, maar het organiseren en uitvoeren is knap ingewikkeld. ‘We kregen te maken met een veelheid aan warmtepompen en warmtewisselaars. Bovendien moeten de systemen goed aansluiten van fabriek naar pijpleiding, distributienet en huishoudens, waar de warmte uiteindelijk via een warmtewisselaar de radiotoren en het tapwater verwarmt.’

Burgers zijn niet overal enthousiast over stadsverwarming, onder meer omdat het te duur is. Brouwer bestrijdt dit. ‘In Hoogvliet worden vijfduizend woningen verwarmd tegen een prijs die lager is dan de gasprijs in een commercieel net. Dat kan doordat de warmteprijs gebaseerd wordt op de kosten van het uitkoppelen en transporteren van warmte, terwijl de gasprijs gekoppeld is aan de olieprijs.’

Het warmtenet moet zestig jaar meekunnen. Het is ook geschikt als de energiebedrijven in plaats van kolen, olie of gas op biomassa stoken. Biomassa is duurzamer dan fossiele brandstof omdat het bestaat uit afvalproducten van de voedings-industrie en bieten, soja en koolzaad uit de landbouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden