Rijmen op de golven

ALS JE mooie gedichten leest die voor kinderen zijn bedoeld, denk je al snel: hoezo voor kinderen? Is dit niet gewoon mooi voor iedereen?...

De gedichten van Willem Wilmink in de bundel Het beloofde land zijn prachtig. Afwisselend kort, eenvoudig, bijvoorbeeld over de dood van zijn vader, of nog korter zonder titel: 'In 't Nederlands is iemand dood gegaan,/ over zijn reis wordt nooit meer iets vernomen./ In het Twents is iemand uit de tijd gekomen,/ dus weet je zeker: hij kwam veilig aan.'

Veel melancholie over zijn kinderjaren, verloren vrienden, de oorlog, maar altijd met een vonkje hoop. En ook grappige gedichten, bijvoorbeeld over de big die zo'n leuk huisdier was en zo kon genieten als je hem achter z'n oor kietelde. 'Als big heeft hij ons dikwijls vermaakt/ en als varken heeft hij ons heerlijk gesmaakt', eindigt het. De gedichten zijn gecombineerd met prachtige kleurige (wel donkere, maar toch niet sombere) schilderijen van de Twentse Ton Schulten. 'Ik denk bij menig schilderij van hem:/ is dit Ootmarsum of Jeruzalem?', schrijft Wilmink voorin het boek.

De gedichten van Tom Bezemer in Iets met ief, lijken een beetje op liedjes. Ze lopen goed, zijn grappig, regelmatig opgebouwd en ze rijmen. Er is een gedicht over een meisje dat zichzelf te dun vindt, te lang, te plat en met te schriele knietjes. De illustraties van Petra Lillkvist zijn zwart-wit en uitermate sprekend. 'Het komt wel goed, zegt mamma, wees gerust/ Maar 'k ben al dertien en nog nooit gekust.' De tekening laat een meisje zien met grote flapvoeten, een en al been met knokige knieën. 'Ik kom er rond voor uit: ik pest', begint een ander rijm. 'Mijn mentor zegt: je moet je schamen/ Dat wil ik heus wel maar het lukt niet echt/ Al die bewondering werkt averecht/ Van Vic, Yvon (en Bart met name).' Leuk voor brugklassers, dit boekje.

Honderd keer moet ik dit schrijven is een bloemlezing met honderdtwintig gedichten over school, samengesteld door Frank Eerhart. De titel komt uit een gedicht van hem en gaat over strafwerk. 'Ik moet niet zo lollig zijn/ Ik moet niet zo lollig zijn/ Honderd keer moet ik dit schrijven/ Wat een onzin honderd keer/ Omdat ik een vlieg liet drijven/ in de thee van de meneer.' Onmiddellijk kopen, deze bundel, want hij is aan alle kanten geslaagd. Het bevat de leukste en mooiste gedichten van bekende schrijvers als Annie M.G. Schmidt, Joke van Leeuwen, Willem Wilmink, Hans Dorrestijn, Hans Hagen, John O'Mill, Mieke van Hooft, Cees Buddingh, K. Schippers en de beste van minder bekende schrijvers. Het neusje van de zalm voor kinderen, deze gedichten die schitterend modern, krachtig en kleurig zijn vormgegeven door Saskia Vanderheyden.

Frank Eerhart neemt wel veel van eigen hand op, maar dat misstaat niet. Onder de titel 'Klein beginnen', schrijft hij: 'je leerde kijken/ ogen/ mond/ gezicht/ je leerde spelen/ doosje/ open/ dicht/ je leerde lopen/ lampje/ knopje/ licht/ je leerde lezen/ letter/ woord/ gedicht.' Mooi om mee te beginnen; de rest van de versjes en gedichten gaan echt over school. Of over de vakantie. 'Vakantie!/ De boeken dicht./ De wereld open', schrijft Armand van Assche. Voor kinderen vanaf een jaar of zeven en veel ouder.

Voor grotere kinderen is er ook veel moois. 'Mijn school', schrijft Diet Verschoor. 'Drieduizend keer/ en meer/ heb ik dezelfde weg gefietst/ van school naar huis/ van huis naar school/ heen en weer/ in alle weer.' Gaat dit over de 'lagere school' van vroeger, toen je tussen de middag naar huis ging (zodat je de route achttien keer per week aflegde), of over de middelbare school waarover de schrijfster acht jaar heeft gedaan? Waarschijnlijk de laatste. 'Drieduizend keer/ en meer/ heb ik dezelfde zin gezegd:/ 't was goed en slecht, gewoon/ niks an, een vijf/ rotvent/ stom wij.' Misschien zijn deze gedichten voor de volwassenen nog wel het leukst. Willem Wilmink dicht in 'De bezielde leraar': 'Ik las met de klas een heerlijk gedicht,/ daar stond: 'k vin je zoo lief en zoo licht-/ toen kreeg ik een propje in m'n gezicht./ Het is met de orde dus nooit wat geworden.'

Als de kinderen niet naar de voorgelezen gedichten willen luisteren, kun je ze ook aan het werk zetten. Uitgeverij Divers organiseerde een dichtwedstrijd rond het thema van de Kinderboekenweek 2002: Ay ay kapitein! Een selectie is gebundeld in Vlaggenschip. Gedichten van kinderen afgewisseld met die van volwassenen. Hoe jonger de kinderen, hoe verbazingwekkender het resultaat. Nog geen groot nadenkend brein dat in de weg zit. Wel rake observaties, constateringen en groot gevoel. Omdat de gedichten te maken moesten hebben met water of boten, zijn er verschillende mooie ingezonden over kinderen die in het water vallen.

Denise Smaak van zes jaar schrijft het gedicht met de titel 'Mijn broer Sammie.' 'Heb je het al gehoord?/ Mijn broer Sammie viel overboord./ Heb je het al gezien? /Het was precies half tien./ Mijn papa heeft hem gered./ Nu ligt hij lekker in zijn bed.' De hele veilige kinderwereld samengevat in die laatste twee zinnen. De achtjarige Meta Leyser is bijna in het water gevallen. '. . .Opa trok met zijn grote hand/ de boot naar de kant./ Kom maar hier kleine bengel/ met jouw vishengel./ Ik heb het aan iedereen verteld:/ Opa is mijn grote held.'

De tienjarige Wilma van Loon begint heel poëtisch over een reis die zij eens zal maken, maar ze eindigt heel praktisch: 'Eens op een dag/ dan ga ik het doen. . ./ Over de golven,/ in mijn bootje. Ja eens op een dag./ Als het van mijn mama mag.' Ook hier passen de illustraties van Ida van Berkum wonderwel bij het schrijfwerk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden