Rijkswaterstaat voert na 'cultuuromslag' flexibel beheer voor behoud van kustverdediging De natuur krijgt meer ruimte langs de kust van Ameland

'Dit is het meest dynamische stukje kust van Nederland', zegt T. Overdiep, hoofd technische dienst van Rijkswaterstaat, dienstkring Waddeneilanden. De Toyota Landcruiser baant zich een weg door het rulle zand van het noordwestelijke strand van Ameland, dat er door de combinatie van kou en zware windstoten verlaten bij ligt....

WIO JOUSTRA

Van onze verslaggever

Wio Joustra

AMELAND

In oostelijke richting is duidelijk te zien dat het Noordzeestrand van Ballum is opgehoogd en verbreed, vorig jaar nog dankzij een zandsuppletie van anderhalf miljoen kuub. In westelijke richting, bij paal 4, komen we het eerste gat in de stuifdijk tegen. Overdiep: 'Hier batst de zee met storm al sinds de jaren zeventig naar binnen.'

Vierhonderd meter verder, op 'de Kop van Ameland', ligt het tweede smalle gat waardoor bij storm zout water naar binnen dringt in het achterliggende natuurgebied van zo'n 120 hectare. Bij overvloedige neerslag stroomt zoet water met paling en stekelbaars uit dit verwilderde, moerasachtige terrein, 'Lange Duinen Noord' genaamd, de zee in.

Tot eind jaren vijftig was dit een strandvlakte. In de volksmond staat de toenmalige zeereep bekend als de 'steile duinen', wat volgens bioloog J. Krol van het Natuurcentrum Ameland duidt op afslag tijdens storm. Het natuurgebied is man-made: Rijkswaterstaat maakte in 1959 een verbinding tussen de Hollumer en Ballumer Duinen door met behulp van rijshout en stuifschermen een stuifdijk op te trekken. Het was de tijd waarin Rijkswaterstaat langs de kust deed wat het goed dunkte, zonder zich af te vragen of er voor de ingrepen in de natuur een maatschappelijk draagvlak bestond.

Na een storm werd de schade hersteld. In het voorjaar werd op grote schaal helm geplant en werden rietschermen geplaatst om de stormen in najaar en winter het hoofd te kunnen bieden. Op plekken waar de duinen te zwak waren, gaven dijken en strandhoofden bescherming. Gevolg: een strakke duinenrij, beplant met helm, achter prikkeldraad, en geen enkele variatie meer in het landschap. Toch konden al die inspanningen de achteruitgang van de kustwering niet tegenhouden.

Na de stormen van 1990 voltrok zich in Den Haag de cultuuromslag. Er mocht geen kostbaar duingebied meer verloren gaan. Sindsdien wordt de kustlijn op zijn plek gehouden door een 'harde' kustverdediging (dijken, strandhoofden, dammen), maar vooral door een 'zachte' (zandsuppleties). Niet overal meer helm of rietschermen. 'Dynamisch handhaven van de kustlijn' heet dit in de Kustnota van 1990 en de Kustbalans van 1995.

De paradox is dat Rijkswaterstaat zich als 'een staat in de staat' gedroeg toen het ingreep in de kustverdediging, en nu naar een maatschappelijk draagvlak zoekt terwijl men de natuur veel meer haar gang laat gaan. Zo'n draagvlak is er in elk geval voor een flexibel beheer van de Lange Duinen Noord op Ameland, waarover het provinciaal overlegorgaan kustbeleid in Friesland binnenkort een beslissing neemt.

Dat wil zeggen: tot op zekere hoogte. Eilander G.J. Verbeek is een van de sceptici. 'Onbegrijpelijk om zo'n natuurgebied op te offeren. Dood- en doodzonde! Je moet juist houden wat je hebt. Men vergeet wel eens dat we hier leven van het toerisme. Voor de jongens die het jarenlang onderhouden hebben en zich het lazarus hebben gewerkt, is het wel bijzonder wrang. Het is niets anders dan een verkapte bezuinigingsmaatregel. De Betuwelijn en de HSL moeten er komen, en voor het Noorden is de poet op. De mensen die dit bedenken, hebben nooit met een schep op het strand gespeeld.'

Overdiep van Rijkswaterstaat ontkent dat het flexibele beheer van de Kop van Ameland te maken heeft met bezuinigingen. 'Het is een dynamisch gebied, zowel in positieve als negatieve zin. We hebben in de loop van deze eeuw grote terreinwinst geboekt, maar ook veel zand verloren. Vanaf 1988 is het strand hier met gemiddeld honderd meter per jaar eilandwaarts opgerukt. Dan begin je je er toch zorgen over te maken dat de basiskustlijn opnieuw wordt overschreden.

'De Kop van Ameland maakt deel uit van het onderzoek ''Kust 2000'' van het Rijksinstituut voor Kust en Zee. Maar daar kunnen we niet op wachten. Waar mogelijk suppleren we zand uit de Noordzee. Maar voor de Lange Duinen Noord zou je zes miljoen kubieke meter nodig hebben.'

De daaraan verbonden kosten bedragen zestig miljoen gulden. Dat is het jaarbudget voor het gehele Nederlandse kustbeheer. Bestuurlijk onhaalbaar, geeft ook burgemeester R. Cazemier toe. 'Het gebied helemaal loslaten is ongewenst, ook al is de veiligheid van mensen niet in het geding. Woningen en recreatiebungalows liggen binnen de Deltakering. Wat we doen, is het gebied beheren in relatie tot de belangen: natuur, recreatie en water- en gaswinning. Wat de mensen op het eiland het meest aanspreekt, is de verandering die de natuur er zal ondergaan en de vraag in hoeverre die natuur wordt bedreigd door de dynamiek van de kust.'

Cazemier begrijpt de zorg van de Amelanders. Vooral ouderen zijn bang dat het weer een strandvlakte wordt, en van strand heeft Ameland al zo veel. Toch vindt hij de tussenoplossing - de natuur haar gang laten gaan en begeleiden - verantwoord. 'Liever geen basalt en beton, zoals op de Duitse Waddeneilanden. De Nederlandse Waddeneilanden onderscheiden zich door de prachtige duinenrij en brede stranden. Daarom komen met name ook Duitse toeristen hier naar toe. Mocht het strand op de Kop dreigen te verdwijnen, dan zou de gemeente Ameland aandringen op zachte kustverdediging. Wat het ook kost. Dan moet er ook een nationale discussie komen over de vraag wat de handhaving van een uniek stukje natuur waard is en welke middelen we daarvoor bereid zijn in te zetten.'

Ook bioloog Krol van het Natuurcentrum Ameland is niet echt ongerust over de ontwikkeling van de natuur. Hij verrichtte onderzoek naar de flora en fauna van het gebied. Het meest waarschijnlijk acht hij een scenario waarbij het aantal doorbraken in de stuifdijk zal toenemen. Uiteraard zal de zoete vegetatie deels moeten wijken voor zoute vegetatie. Het aantal plantensoorten zal toenemen. En er zal genoeg kalkrijke vegetatie overblijven voor de meest waardevolle van de vijftig soorten vogels, de roerdomp en het baardmannetje, om zich er als broedvogel te kunnen handhaven.

Ook is de kans groot dat broedvogels van zand- en slikplaten, zoals kluut, visdief en bontebekplevier, terugkeren. Bovendien wordt de fourageermogelijkheid voor lepelaars mogelijk verbeterd. Krol: 'Door inspoeling van zand en het onstaan van zandruggen langs slenken wordt de toegang tot het gebied gemakkelijker. Er zal daarom meer aandacht moeten zijn voor de begeleiding van publiek. Door inspoeling van water uit de Noordzee zal ook een afvalprobleem ontstaan dat opgelost moet worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden