Rijksvoorlichtingsdienst: Vijftig jaar schipperen De verloofde van de prinses is een man

Als de Rijksvoorlichtingsdient niet had bestaan, was ze onmiddellijk uitgevonden, stelt M. Wagenaar die volgende week har proefschrift over dit instituut verdedigt....

De cabaretier Wim Kan verklaarde de afkorting RVD in de jaren zestig als Rijksverlovingsdienst, vanwege de communiqués bij de verlovingen van de prinsessen van Oranje. Rijksverzwijgingsdienst was ook zo'n bijnaam, bedacht door gefrustreerde journalisten. De oprichters van de RVD - de socialist Schermerhorn, de eerste na-oorlogse minister-president, en zijn geestverwanten - noemden haar de Regeeringsvoorlichtingsdienst. Uiteindelijk werd het Rijksvoorlichtingsdienst. Maar pas in 1952. Minister-president Drees vond het zonde om papier met een nieuw briefhoofd aan te schaffen, zolang het oude postpapier nog niet op was.

Wat Schermerhorn met zijn RVD wilde, werd al op 30 augustus 1945 aan de vaderlandse pers duidelijk gemaakt door Henk Brugmans. Hij was door Schermerhorn, met wie hij in het gijzelaarskamp Sint Michielsgestel had gezeten, benoemd tot regeeringscommissaris voor de voorlichting.

Uit een 'vertrouwelijke samenvatting' van die persbijeenkomst: 'Het is een noodzakelijkheid in een tijd als de onze, dat er direct contact is tusschen overheid en bevolking. Voorlichting is niet alleen een kwestie van publicatie () maar moet er ook toe bijdragen dat het Nederlandsche volk hierbij wordt geïnteresseerd. Daarbij moet ook een zeker iets gebruikt worden van het affectieve element, van het gevoel voor verbeelding.'

Brugmans gaf toe dat er aversie bestaat tegen propaganda en volksopvoeding, maar aan de andere kant: 'de vrijheid van meeningsuiting eindigt niet bij de regeering'. Als dus een overheidsmaatregel door het volk niet wordt begrepen, heeft de RVD een taak, en wel 'het reproduceeren van gedachten van de regering en bijdragen tot de public-spirit en de volksopvoeding, een zeker scheppen van een sfeer van vertrouwen en het uiteenzetten van de bedoelingen van de overheid.'

Een gekozen volksvertegenwoordiging, die namens het volk met de regering kon debatteren, zou er pas in 1946 komen, en het noodparlement (de vooroorlogse Kamerleden, voorzover nog daartoe in staat) kwam pas eind november 1945 bijeen. Papier was schaars, zodat de naoorlogse vrije pers slechts mondjesmaat de bevolking kon informeren. Gelukkig stond de kapitale radiostudie van de NSB-er Max Blokzijl na de oorlog nog ongeschonden aan de Wassenaarscheweg in Den Haag.

Vandaaruit nam de RVD dan ook de volksopvoeding met kracht ter hand. Overigens kon ondanks de papierschaarste wekelijks het regeringsblad Commentaar verschijnen, tot ergernis van de vaderlandse pers, die zuchtte onder de papierdistributie.

De minister-president zelf sprak het volk regelmatig toe in zijn 'praatje op de brug'. Hij pleitte voor het afschaffen van het vooroorlogse, verzuilde radiobestel en hield het naar informatie dorstende volk voor dat de minister-president meer macht moest krijgen. Om de publieke spirit op gang te houden, maakte de overheid in dagelijkse radio-uitzendingen bekend welke brug, weg of fabriek heden weer in bedrijf was gesteld. We zijn nog niet maar we komen er wel was de naam van het dynamische programma.

In sneltreinvaart werden in de elf provincies Bureaus Oog en Oor opgericht, waar de regering kon oppikken wat onder het volk leefde en waar het volk terecht kon voor informatie. Misschien was nog wel belangrijker dat de gezagsgetrouwe burger bij Oog en Oor landgenoten kon aangeven die fout waren geweest in de oorlog. Ook dreigende stakingen werden er gemeld. Oog en Oor speelde dergelijke informatie dan door naar de Nationale Veiligheids Dienst (NVD, de voorganger van de BVD).

'Padvinders waren we', zal Gijs van der Wiel (RVD-directeur tussen 1968 en 1983) later zeggen over de combinatie van geestdrift en politiek amateurisme van de founding fathers. Een van hen was de latere TROS-directeur Joop Landré, toen werkzaam bij Philips en radio Herrijzend Nederland. Hij werd in 1946 directeur, maar zocht het in 1952 hogerop, bij het Polygoon Journaal.

Het noodparlement maakte tot verbijstering van Schermerhorn al in januari 1946 een eind aan de bureaus Oog en Oor, waar inmiddels 88 mensen werkten. De Kamer ergerde zich niet alleen de hoge kosten van de 'buitendienst' (zeshonderdduizend gulden maar liefst), maar vooral aan het 'gezedenmeester en geschoolmeester' (volgens Schermerhorns partijgenoot, het SDAP-kamerlid Van Kuilenburg). De katholiek Schaepman trok nauwelijks verholen een parallel tussen de RVD en het Propagandaministerium van Goebbels: 'In een democratisch geregeerd land past geen Overheidspropagandadienst.'

De RVD kwam eigenlijk 'werkendeweg' tot stand. 'De RVD is zo'n beetje ontstaan, er is nooit een formeel oprichtingsbesluit genomen', is de conclusie van de politicologe Marja Wagenaar, die binnenkort promoveert op vijftig jaar RVD.

In het verzuilde Nederland van vóór de jaren zestig was openbaarheid geen wezenstrek van de RVD. Journalisten haalden hun nieuws over het kabinetsbeleid niet bij de RVD, maar bij de bevriende politieke partijen. Door gegevens uit te wisselen wisten ze uiteindelijk toch een min of meer volledig beeld te geven van wat zich afspeelde achter de gesloten deuren van de politiek. Toen de RVD het in die beginjaren waagde om een levensbeschrijving van minister-president Drees te vervaardigen ten behoeve van buitenlandse journalisten tijdens het Indonesië-conflict, reageerde de voorzitter van de Partij van de Arbeid, Koos Vorrink, onmiddellijk: 'Weg met dat ding, er gaat maar één Drees door het land en hoe die is, maken wij uit.'

De zwijgzaamheid van overheidswege werd, zij het lang niet volledig, doorbroken toen in 1969 de wekelijkse persconferentie van de minister-president werd ingevoerd, het paradepaard van de Nederlandse overheidsvoorlichting. Zonder moeite en weerstanden was dat niet gegaan. Drees gaf in zijn tijd af en toe een communiqué aan het ANP, Cals wilde wel een wekelijks communiqué doen uitgaan, maar dat vonden zijn ministers niet goed: de premier zou daardoor teveel in de schijnwerpers komen te staan.

Cals liet zich wel bellen door journalisten. Maar zijn opvolger De Jong wilde 's avonds rustig kunnen eten. Toen hem ter ore kwam dat de commissie-Biesheuvel in haar advies over heroriëntatie van de overheidsvoorlichting invoering van een wekelijkse persconferentie zou voorstellen, nam hij 'open Barend' in dit opzicht de wind uit de zeilen. Vier maanden vóór het rapport-Biesheuvel verscheen, gaf De Jong zijn eerste persconferentie.

Maar de verhouding tussen premier en vakministers is nog steeds gevoelig: premier Lubbers verraste zijn ministers soms na afloop met de bekendmaking van besluiten die verder gingen dan in het kabinet was afgesproken. Om het publicitair evenwicht tussen de premier en zijn ministers niet teveel te verstoren, mag de vakminister soms een belangrijk onderwerp op zijn of haar terrein zelf komen toelichten. Nadat de premier aan het woord is geweest.

In de loop der jaren ontstond de gewoonte - 'ook daar is nooit iets over vastgelegd', zegt Marja Wagenaar - dat de directeur van de RVD de pers informeert over het verloop van kabinetsformaties. De populaire Gijs van der Wiel ontwikkelde voor die gelegenheden een orakeltaal, die als openheid vermomde zwijgzaamheid mag heten. 'De motten vliegen nog rond de lamp,' zei hij bijvoorbeeld. Of: 'Ik zou het zó willen typeren: de operatie broedende kip is begonnen. Afwachten of het een mooi ei wordt.' Ervaren Binnenhof-watchers kwamen meer te weten door Gijs' gezichtsuitdrukking en zijn grommende geluiden te interpreteren. De openheid bestond er vooral uit dat Van der Wiel journalisten waarschuwde als ze op een verkeerd spoor zaten.

Uiteindelijk is de RVD maar korte tijd opgetreden als onbewimpeld propagandist voor de overheid. De bureaus Oog en Oor werden al begin 1946 opgeheven, de radiopraatjes van Schermerhorn waren evenmin een lang leven beschoren, en mét de papierschaarste verdween ook het overheidsblad Commentaar. Maar de noodzaak van voorlichting aan het publiek is zelden omstreden: in de gedaante van postbus 51 is de RVD ongekend populair. Toch liggen ook op dit terrein enkele mijnen. Er kwam een sponsorcode toen enkele jaren geleden bekend werd dat de overheid omroepen betaalde voor een optreden van een minister. 'Moeten we dan zendtijd vorderen' sprak een verongelijkte voorlichter.

Tijdens het kabinet-Den Uyl dook plotsklaps het bijna vergeten begrippenpaar Oog en Oor weer op in de personen van Henk Beereboom en Willem Breedveld. Ze vormden bij de RVD de afdeling Directe Informatie, die na hun vertrek ook weer verdween. Beereboom en Breedveld meldden de premier wat onder de bevolking leefde (soms ook omgekeerd).

De discussie over de vraag over overheidsvoorlichters - niet alleen van de RVD, maar ook van de afzonderlijke departementen - de functie van Oog en Oor of politiek adviseur mogen vervullen, is nooit helemaal verstomd. Tot de dag van vandaag staan de Rekkelijken tegenover de Preciezen. Dick Houwaart, de gepensioneerde voorlichter van Binnenlandse Zaken, meldt in zijn juist verschenen mémoires met afschuw hoe minister Smit-Kroes van Verkeer en Waterstaat haar voorlichter Postma verving door iemand die haar beleid moest verkopen.

Tot 1965 was over de publiciteit van het Koninklijk Huis niets geregeld. Toen het hof in opspraak kwam wegens de regelmatige bezoeken van de zieneres Greet Hofmans, slaagde de regering er met behulp van de gedweeë vaderlandse pers in, het nieuws buiten de deur te houden. De bemoeienis van de RVD beelf beperkt. 'Ze bedekten het met de mantel der liefde', zegt Marja Wagenaar. 'Toen Koningin Beatrix vorig jaar besloot om Wim Kok tot kabinetsformateur te benoemen, wees de RVD de critic erop dat majesteit haar adviseurs volgde'.

Rijksverlovingsdienst werd de RVD pas nadat de berichtgeving over de verloving van prinses Irene en haar overstap naar de katholieke kerk begin 1964 op een publicitaire catastrofe was uitgelopen. Het secretariaat van het Hof, vriendinnen van de prinses, de minister-president liepen elkaar hinderlijk voor de voeten. Directeur Lammers van de RVD, die het vertrouwen van koningin Juliana genoot, maar nimmer een formele taak had bij de berichtgeving over het Hof, bleek tijdens een nachtelijke persconferentie nauwelijks méér te mogen zeggen dan dat de verloofde van de prinses een man was. De Haagse journalisten dwongen hem daarop premier Marijnen van zijn bed te lichten voor tekst en uiutleg.

Lammers kreeg van de koningin een zilveren sigarettenkoker voor zijn inspanningen, en Marijnens opvolger Cals regelde eind 1965 in een Koninklijk Besluit dat de RVD voortaan de voorlichting betreffende het Koninklijk Huis zou verzorgen. Tegenwoordig is een RVD-functionaris aanwezig bij het wekelijks overleg van koningin Beatrix met haar staf. De verhoudingen waren al eerder genormaliseerd. Na afloop van een zware dag tijdens een staatsbezoek werden RVD-directeur Gijs van der Wiel en enkele andere hoge functionarissen uitgenodigd voor een borreltje in de suite van de koningin. De bijeenkomst werd beëindigd door Van der Wiel: 'Als ik het zo zeggen mag als oudste in dit gezelschap, we gaan naar bed Majesteit, vooral u.'

Marja Wagenaar tot slot: 'Als de RVD niet bestond, zou ie onmiddellijk worden opgericht. En dan zou de discussie van vijftig jaar gleden over de propaganda en de verhouding met de departementen opnieuw worden gevoerd. In de NMderlandse politiek verandert niet zo veel',

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden