Rijksmuseum aast op een Rembrandt-duo

Wim Pijbes wil 'serieuze gooi' doen naar Rembrandts

Een 'realistische droom', noemt de directeur van het Rijksmuseum zijn idee om twee bij elkaar horende portretten van Rembrandt te verwerven. Hoe denkt hij aan het geld te komen?

Portret van Oopjen Coppit door Rembrandt, en het bijbehorende portret van Maerten Soolmans. Beeld .

Pas acht weken is Bacchant voor het publiek te zien in de Eregalerij van het Rijksmuseum. Voor een recordbedrag van 22,5 miljoen euro werd het bronzen beeld van Adriaen de Vries (1556-1626) eind vorig jaar op de kop getikt op een veiling in New York. Het Rijks was toen in jubelstemming dat het gelukt was dit 'uitzonderlijke topstuk' te bemachtigen.

Maar wat het museum in Amsterdam nu van plan is, maakt die aankoopprijs tot een fooi. Maandag maakte directeur Wim Pijbes in een gesprek met BNR Nieuwsradio bekend dat hij een 'serieuze gooi' wil doen naar twee Rembrandts die te koop staan. De Franse bankierstelg Éric de Rothschild zou afwillen van de huwelijksportretten die de 17de-eeuwse kunstenaar maakte van het stel Maerten Soolmans en Oopjen Coppit.

Het bod dat Pijbes wil doen voor de twee doeken tezamen: 160 miljoen euro. Volgens de museumdirecteur is het een 'realistische droom' om dat bedrag bij elkaar te krijgen. Het Rijksmuseum zit 'ver in het proces' met 'partijen', onthulde hij. Nadere informatie volgt pas 'zodra wij de boel een beetje rond hebben'.

Geen blufpoker

Pijbes heeft een historie van ferme uitspraken, waarbij hij een aantal keer lelijk het hoofd heeft gestoten. De grootste buil die hij opliep, was zijn mislukte poging om de onderdoorgang van het Rijksmuseum alsnog gesloten te krijgen voor fietsers, zodat er een grotere ingang kon worden gebouwd.

Toch zijn er aanwijzingen dat de directeur nu geen blufpoker speelt. Henk van Os, voormalig directeur van het Rijksmuseum, hoorde al tijdens het etentje ter gelegenheid van de geslaagde aankoop van Bacchant dat Pijbes zijn zinnen op de twee Rembrandts had gezet. Martijn Sanders, voorzitter van Vereniging Rembrandt - de particuliere geldschieter die vaak een cruciale rol speelt bij museale aankopen - vernam hetzelfde tijdens de opening van de Miró-tentoonstelling in de tuinen van het Rijks in juni.

Dat Pijbes openlijk over de benodigde 160 miljoen spreekt, kan erop duiden dat de familie Rothschild genegen is het Rijksmuseum de schilderijen te gunnen. Maar de aankoop zal niet makkelijk zijn.

Lange tijd was de staat een royale bondgenoot. Dankzij een gulle bijdrage van de overheid hangt de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan (1872-1944) - koopprijs 37 miljoen euro - nu in het Gemeentemuseum in Den Haag. En in 1992 had Henk van Os aan één telefoontje met toenmalig premier Ruud Lubbers genoeg om 4 miljoen euro los te peuteren voor het twee keer zo veel kostende portret van Johannes Uytenbogaert, ook van Rembrandt.

Portret van Maerten Soolmans door Rembrandt. Beeld .

Giftenaftrekken

Maar dat was in de tijd dat het geld in Nederland nog tegen de plinten klotste. Inmiddels wordt er op kunst en cultuur zwaar gekort. Ook het bedrijfsleven is geen melkkoe meer: de aanschaf van kunst is in crisistijd moeilijk uit te leggen aan de klant.

Het is ook de vraag of aankoopfondsen een forse duit in het zakje kunnen doen. Martijn Sanders zegt dat het Rijksmuseum nog geen aanvraag voor de twee portretten heeft ingediend. Maar hij geeft nu al te kennen dat zijn vereniging geen doorslaggevende rol zal spelen, zoals bij de aanschaf van de Bacchant in december. De 9 miljoen euro - 40 procent van de aankoopprijs - was 'verreweg de hoogste bijdrage van de vereniging ooit'. Dat bedrag zou, op een totaal van 160 miljoen, nu niet meer dan symbolisch zijn, geeft Sanders toe.

De beste kansen lijkt Pijbes te hebben bij particulieren, temeer daar de Belastingdienst gunstige voorwaarden biedt bij een schenking. 'Nederland heeft een van de ruimste giftenaftrekken van de wereld', zegt Sigrid Hemels, hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Vooral de zogeheten 'periodieke schenking' is volgens haar een krachtig wapen om rijken tot een forse gift te verleiden. Daarbij wordt in een akte vastgelegd dat een gever gedurende vijf jaar elk jaar een vast bedrag schenkt, dat aftrekbaar is voor de belasting. Daarbij gelden niet de beperkingen die bij gewone giften gelden. Hemels: 'Als iemand 20 miljoen euro en drie tientjes jaarinkomen heeft, kan hij dankzij de periodieke gift twintig miljoen wegschenken en wordt hij alleen op die drie tientjes door de Belastingdienst aangeslagen.'

Het bijbehorende portret van Oopjen Coppit. Beeld .

Cashflow-probleem

Probleem is wel dat Pijbes nú geld nodig heeft en niet vijf jaar kan wachten. Maar aan dat cashflow-probleem is iets te doen, stelt de hoogleraar. 'Je kunt ook het hele bedrag nu lenen aan het Rijksmuseum en gedurende vijf jaar jaarlijks aftrekbaar eenvijfde kwijtschelden.'

Ze vermoedt dat het Rijks ook gefortuneerden in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië benadert. Volgens haar kan het museum dankzij bijvoorbeeld het in Amerika ingestelde Rijksmuseum American Fund profiteren van de aldaar geldende belastingvoordelen.

Wat rest is de vraag of de twee portretten wel 160 miljoen waard zijn. Henk van Os vindt ze 'verblindend mooi'. Rembrandt-vorser Ernst van de Wetering ziet de twee portretten als een 'unieke aanvulling' op de collectie van het Rijks. 'Artistiek typeren ze geen nieuwe fase of artistiek avontuur. Maar door het formaat en omdat de twee ten voeten uit zijn geschilderd, zijn ze wel belangrijk.'

Beiden menen dat de schilderijen moeten worden aangekocht. Van de Wetering: 'Je hoopt dat ze niet in handen komen van een snob of in een Chinese kluis belanden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.