Rijke parabel vergt geduld

Regie: Jia Zangke. Met Wang Hong-wei, Zhao Tao...

In Rialto Amsterdam, Lantaren/Venster Rotterdam, 't Hoogt Utrecht.

Zhantai, in het Engels Platform, betekent Perron en is de titel van een liedje dat midden jaren tachtig populair was bij de Chinese jeugd. Het werd gezongen door de Taiwanese Su Rui en gaat over een verloren liefde en iemand die achterblijft op een perron. 'Is het waar dat ik van je weg ga?', luidt de eerste regel; 'Is het dan toch waar dat iedereen ten slotte alleen is?' de laatste. Met als sleutelzin nog: 'We wachten, onze harten wachten voor altijd.'

Zijn tweede film (na Xiao Wu) heeft de onafhankelijke Chinese regisseur Jia Zhangke genoemd naar dit liedje, maar hij begint Platform met een heel ander liedje: De trein, over een trein vol blijde mensen die op weg is naar Shaoshan, de geboortestad van Mao Zedong. Dan is het 1979, aan het eind van de film 1990. In Platform verhaalt Jia van de ontwikkelingen in China door de jaren tachtig heen, via de wederwaardigheiden van een reizende theatergroep.

Het zijn de jaren dat China revolutionaire ontwikkelingen doormaakte richting vrije-markteconomie. Met op de achtergrond de populaire muziek uit die jaren laat Jia zien hoe die politieke en economische veranderingen doorleefd worden binnen deze commune-achtige theatergroep uit Fenyang, waar Jia zelf in 1970 werd geboren.

De groep heet eerst gedegen Theatergroep voor Boeren, aan het eind echter heel hip de Shenzen Rock 'n Breakdance Groep, nadat de commune is geprivatiseerd en twee meisjes inmiddels voor het nieuwe publiek sexy dansjes uitvoeren.

Tussen begin en eind is de groep door het land gereisd (zij het minder dan in de oorspronkelijke versie die ruim een half uur langer duurde dan de 155 minuten nu) en weer terug gekomen thuis, waar ondanks de veranderingen niet veel gebeurd is. Nu ja, de moeder van Cui Mingliang (gespeeld door Wang Hong-wei, dezelfde acteur die de kruimeldief Kleine Wu was in Jia's eerste film) heeft nu televisie, en zijn liefje, dat met hem brak en zich liet uithuwelijken aan een tandarst, heeft zich gecomformeerd, is belastinginspecteur en loopt rond met een klein kind op haar armen, terwijl haar man luierend op een bank ligt.

Cui Mingliang lijkt een alter ego van Jia Zhangke en doet denken aan Jean-Pierre Leaud uit de films van François Truffaut. Er is een moment dat Cui net als Leaud in Les quatre cent coups voor de etalage van een bioscoop staat, want net als de liedjes spelen films ook een rol in Platform. In Fenyang is weinig anders dan de bioscoop. De jongelui gaan naar een oude Indiase film kijken, en later zien we, in de tijd van privatisering, hoe ergens in een stadje een man een seksuele voorlichtingsfilm, zij het in animatie, vertoont. De veranderingen zijn even grondig als klein.

Platform is sterk autobiografisch getint en heeft een haast documentaire strekking. Het 'verhaal' wordt verteld in lange, afstandelijke scènes, waarin de merendeels niet professionele acteurs vrijelijk hun gang lijken te mogen gaan. Jia bekijkt ze en schept ruimte die een comtemplatieve meekijk-houding van zijn publiek vergt. Hij wil graag een actief publiek dat nadenkt en invult, wat het in deze tijd van voorgebakken Hollywoodrecepten niet gemakkelijk maakt.

Het schitterende, maar vaak levenloze landschap staat voor de maatschappelijke ruimte waarin deze jonge individuën de veranderingen tot zich nemen en verwerken. En het zal aan deze indivuduën liggen of de liberalisatie ook leidt tot wezenlijke veranderingen. Na een eerste enthousiasme is het de vraag of ze in tien jaar veel zijn opgeschoten. Het moet allemaal nog gebeuren, lijkt Jia te willen zeggen.

Net als Xiao Wu werd Platform zonder toestemming van de autoriteiten gemaakt en dus in China verboden. Twee jaar heeft Jia Zhangke na Xiao Wu niet mogen filmen, omdat hij die film tegen de regels in niet voor een officiële studio maakte. Door zich aan de censuur te onttrekken en in zijn geboortestad op eigen houtje toch te filmen, bestaat Platform formeel niets eens, hoewel hij intussen wel al vele buitenlandse festivals is afgereisd, en met prijzen overladen.

Jia Zhanke, de kleine Napoleon van de Chinese zesde danwel zevende generatie blijkt opnieuw een van de belangrijkste Chinese regisseurs van dit moment te zijn. Je moet een beetje weten waar het over gaat (zie boven) en niet al te zeer op lui vermaak uit zijn, anders gaat veel van de subtiele en rijk gedetailleerde parabel verloren. Maar met wat geduld en inspanning blijft niemand eenzaam achter op dit perron van de jonge, maar in twee films al zo wonderlijk snel gerijpte meester.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden