Rijkdom aan beelden in Amsterdam

HET BOEK BEGINT mooi plompverloren, zoals elke stadswandeling op een willekeurige plek kan beginnen of eindigen, in dit geval bij een poort aan de Heiligeweg in hartje Amsterdam....

Het poortje dient op het ogenblik nergens toe. Het is dichtgetimmerd, erachter ligt het gapend gat van een immense bouwput. Het poortje symboliseert geen tuchthuis meer, maar - wat het altijd al heeft gedaan - een stad in eeuwige beweging. Na het Rasphuis gaf het toegang tot een Huis van Bewaring, vervolgens tot een zwembad, dat weer in een theater veranderde; in de toekomst wordt het de toegang tot een nieuw winkelcomplex.

Amsterdam is rijk aan beelden, die voor het grootste deel uit de twintigste eeuw dateren. De meeste ervan zijn zelfs van na de oorlog. De Gouden Eeuw bracht de stad zijn grachten, patriciërshuizen en het stadhuis (nu Paleis) van Jacob van Campen, maar vrijwel geen beelden. De trotse eeuw drukte zijn onafhankelijkheid uit in reliëfs en andere geveldecoraties. De jonge republiek was wars van ruiterstandbeelden, en dat zou altijd zo blijven.

Een monumentenbeleid was geen overheidstaak, ook in later eeuwen niet. De grote beelden van de negentiende eeuw - de herdenkingsmonumenten van Rembrandt, Vondel en Thorbecke - kwamen alle door particulier initiatief tot stand. Het veranderde pas met de intrede, in de architectuur, van de Amsterdamse School, die de weg voor het vrije beeld en de overheidsopdracht vrijmaakte. Nog altijd kent de stad weinig beelden die een persoon eren. De herinneringsmonumenten hebben meestal betrekking op de oorlog, niet op beroemde Amsterdammers.

Het Amsterdams beeldenboek - Vier eeuwen buitenbeelden, 1600-heden, ruim voorzien van registers en plattegronden, volgt dat beleid in historische zin, van de Gouden Eeuw tot nu, waardoor je, al lezend, op een prettige manier door de stad huppelt. Het ene moment ben je op de Dam, het volgende dwaal je in de tuinen van Frankendael in de Watersgraafsmeer of vertoef je tussen de Japanse boeddha's van Artis.

In onze tijd in die geschiedenis terechtgekomen zwalkt de lezer helemaal door de stad, van het centrum en de stadsvernieuwingswijken naar de Bijlmer, Noord en de nieuwste uitbreidingen in West. Tussendoor worden in aparte hoofdstukken materialen - brons, gietijzer, steensoorten - behandeld, het zwerven van beelden door de stad en het opdrachtbeleid van de gemeente.

Amsterdam blijkt - in oorspronkelijkheid en kwaliteit - een mooi beeldenpark te bezitten, met af en toe een merkwaardige uitschieter, zoals de periode van stadsbeeldhouwer Hildo Krop ('de communistische koekenbakker' volgens Gerard Reve), die zoveel hakte aan gebouwen, bruggen, viaducten en in het vrije veld dat zijn collega's ertegen in opstand kwamen, want zij wilden ook een graantje meepikken.

Het boek beschrijft al die beelden en hun makers, hun achtergrond en geschiedenis op een heldere, aansprekende manier - van de Gesamtkunst van Cuypers in het Rijksmuseum en de moderne variant daarvan bij Berlage in zijn Beurs tot het stadsvernieuwingsbeleid en de vrije opdrachten van onze dagen. Met als apart hoofdstuk natuurlijk die golf van beelden en monumenten die de verschrikkingen, de vervolging en het verzet van de oorlog herdenken, waarbij ook een aantal beeldhouwers zelf (Gerrit van der Veen) werd herdacht, soms met een postuum geplaatst jeugdwerk.

Amsterdam bezit een schat aan monumenten van bijvoorbeeld Picasso, Zadkine, Constant, Daniel Buren, Henk Visch, Jan Wolkers, Per Kirkeby, Thom Puckey, Peter Struycken, Charlotte van Pallandt, Sigurdur Gudmundsson, Tajiri en Wessel Couzijn, die van een grote, museale kwaliteit zijn. Het bezit ernstige beelden, leuke, grappige, opvallende, en bescheiden in het landschap of de straat wegvallende beelden. Het heeft trotse beelden, overheersende én anonieme. Tot de leukste van de stad hoort een viertal anonieme beelden die er zomaar opeens, in een nacht, bleken te staan, waaronder die ene zich haastig reppende violist zonder gezicht aan de Marnixstraat.

De stad kent beelden die er maar even waren (Oude grond van Herman Makkink op het Spinozahof), omdat ze na klachten van de buurt verwijderd werden. Het heeft beelden gehad die slechts in gedachten hebben bestaan of in de flits van een seconde, vruchten van het conceptuele tijdperk. Er zijn beelden die de stad ooit aan het wankelen hebben gebracht (Het Lieverdje), en beelden die nooit zijn gekomen. Robert Jasper Grootveld, die dat Lieverdje wereldberoemd maakte, wacht nog steeds op antwoord van het stadsdeel Zeeburg over de beloofde voortzetting van zijn plan voor drijvende waterparken in het oostelijk havengebied. En Makkink zal ook wel weer, desnoods in een onbewoond stadsdeel, een nieuw beeld willen maken.

Maar die er zijn, doen alles wat beelden horen te doen: ze maken ernstig of vrolijk, stemmen tot nadenken of dromen, ze maken opvallend deel uit van het stadsbeeld of zijn er ongemerkt in verdwenen. Ze worden gebruikt als zitbank, pispaal of fietsrek, ze worden bemind of vervloekt en dienen, altijd en eeuwig, als rustpunt in het onnavolgbare vluchtplan van stadsduif en meeuw. Ze horen erbij.

Willem Ellenbroek

Het Amsterdams beeldenboek - Vier eeuwen buitenbeelden (1600-heden).

Amsterdams Fonds voor de Kunst -Stadsdrukkerij Amsterdam; ¿ 29,90.

ISBN 90 6274 092 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden