Rijk vraagt boer het onmogelijke

Boeren hebben wel degelijk oog voor de ernst van het milieuprobleem, stelt Jos Roemaat, maar de overheid mag van niemand het onmogelijke vragen....

JOS ROEMAAT

HET redactionele commentaar in de Volkskrant van 16 september op de massale demonstratie van boeren tegen het mestbeleid, roept het beeld op dat boeren, hun organisaties en het actiecomité 'Wij zijn het zat', onvoldoende oog hebben voor de ernst van de problematiek en niet bereid zijn noodzakelijke en ingrijpende maatregelen te accepteren.

Met deze voorstelling van zaken ben ik het volstrekt oneens. De veehouderij wil best aanvullende maatregelen accepteren en is bereid daarvoor haar nek ver uit te steken. De voorstellen van de landbouworganisaties tonen dat aan.

Overtollig gebruik van dierlijke mest leidt tot verslechtering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater - daarover bestaat geen verschil van mening. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor het gebruik van dierlijke mest.

Tot op de dag van vandaag voldoen boeren aan deze regels. Als gevolg hiervan is de milieubelasting door de veehouderij de afgelopen jaren sterk verminderd. Omdat deze milieubelasting verder moet en kan worden teruggedrongen, zijn aanvullende maatregelen nodig. Wat mij betreft gaat het dan ook niet om de vraag òf er aanvullende regels nodig zijn, maar om de vraag in welke mate aanscherping nodig èn mogelijk is - èn in welk tempo.

De maatregelen die de overheid tot nu toe heeft genomen, gelden voor alle veehouders, ongeacht de milieubelasting die een bedrijf veroorzaakt. Uit de praktijk is bekend dat tussen bedrijven grote verschillen bestaan. De bedrijfsomvang zegt niets over de feitelijke milieubelasting.

Ik ben dan ook, evenals de overheid, voorstander van een beleid waarbij de verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de individuele veehouder. Iemand die het goed doet, wordt met rust gelaten. Een veehouder die, uit milieu-oogpunt, niet mee kan of wil komen, krijgt de rekening gepresenteerd.

Bij een individuele benadering hoort een mineralenboekhouding. Deze boekhouding verschaft de ondernemer en de overheid inzicht in de feitelijke milieubelasting die een bedrijf veroorzaakt. De belangrijkste posten uit de mineralenbalans zijn fosfor en stikstof. De mineralen fosfor en stikstof zijn elementaire voedingsstoffen voor de plant. Het zijn tevens de belangrijkste bestanddelen van dierlijke mest en van kunstmest.

Het mestprobleem is in wezen dus een mineralenprobleem. Wordt er met de mest of met de kunstmest meer fosfor of stikstof in de bodem gebracht dan het gewas kan opnemen, dan kunnen de overtollige mineralen in het grond- en oppervlaktewater terechtkomen.

Oorspronkelijk leefde bij de overheid de gedachte dat de milieubelasting door mest en kunstmest moest worden opgeheven door invoering van zogenaamde 'evenwichtsbemesting'. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat niet meer mineralen in de bodem mogen worden gebracht dan een gewas eraan onttrekt. Inmiddels staat vast dat landbouw op basis van evenwichtsbemesting een utopie is. Bepaalde verliezen naar het milieu zijn onvermijdbaar - dat geldt voor alle produktieprocessen in de landbouw, en ook daarbuiten.

Dat is ook niet erg. Het milieu kan best een zekere belasting verdragen en verwerken. De discussie spitst zich nu dan ook toe op de vraag wèlke verliezen uit landbouwkundig oogpunt onvermijdbaar zijn, en welke acceptabel uit milieu-hygiënisch oogpunt. De discussie gaat vooral over de verliesnorm voor fosfaat (fosfaat is een meststof waarvan fosfor het bepalende mineraal is). Dit omdat de mestwetgeving daarop is gebaseerd.

Kort voor de zomerperiode heeft de Land -en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) voorstellen gedaan voor deze verliesnormen. Uit diverse studies is duidelijk gebleken dat op dit moment onvoldoende kennis aanwezig is om verantwoorde uitspraken te doen over de eindnormen van het mineralenbeleid. Daarom is de landbouw bereid afspraken te maken voor de periode tot het jaar 2000, maar nog niet voor de periode daarna.

De verliesnormen die LTO-Nederland voorstelt zullen al een maximale inspanning van de veehouderij vragen. Lagere normen zijn in de praktijk niet haalbaar en daarom niet effectief. Regels waaraan een veehouder met de beste bedoelingen niet aan kan voldoen, werken averechts.

De verliesnormen die de overheid een week geleden naar buiten bracht, zijn niet gebaseerd op praktijkervaringen, maar op modelberekeningen en houden geen rekening met de bodemvruchtbaarheid. De overheidsvoorstellen komen neer op een vermindering van de uitstoot met 50 tot 60 procent in twee jaar tijd. Dat is overvragen.

De voorstellen van LTO-Nederland betekenen dat veehouders in de periode 1998-2000 de mineralen-uitstoot met 30 tot 45 procent moeten terugbrengen. Dat betekent een inspanningsverplichting waar de landbouw zich absoluut niet voor hoeft te schamen. Andere sectoren in de economie kunnen daar een voorbeeld aan nemen. Veehouders moeten in korte tijd hun bedrijfsvoering ingrijpend veranderen, tegen aanzienlijke kosten.

Het overheidsvoorstel is afgeleid van de resultaten van goed begeleide proeven op demonstratiebedrijven. Deze resultaten tonen wat op dit moment met zorgvuldig mineralenbeheer maximaal haalbaar is. Het overheidsvoorstel komt er dus op neer dat alle veehouders in twee jaar tijd de verliezen aan mineralen naar het milieu moeten terugbrengen tot het niveau waar nu de voorlopers op zitten.

Een onmogelijke opgave die gedoemd is te mislukken.

DE voorstellen van de overheid roepen dan ook grote weerstanden op, zoals uit de acties blijkt. De bereidheid om milieumaatregelen te nemen, neemt zienderogen af. Daarmee is niemand gebaat. De boer niet, de overheid niet, het milieu niet, kortom de samenleving niet.

De landbouw pleit voor milieubeleid dat stimuleert in plaats van frustreert. Daarmee kunnen mensen worden aangemoedigd te investeren in milieumaatregelen. Voorwaarde is dat de normen waarmee boeren worden geconfronteerd in de praktijk haalbaar zijn. De overheidsvoorstellen zijn dat niet.

Jos Roemaat is woordvoerder van het actiecomité 'Wij zijn het zat'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden