Rijk schuift zorgkosten af, maar blijft wel de baas

Het Rijk heeft de kosten van de zorg naar de gemeenten verschoven, maar kan nog wel aan alle touwtjes van de jeugdzorg trekken.

De afgelopen weken is in de Tweede Kamer de nieuwe Jeugdwet behandeld. Het is curieus dat dat nu gebeurt, omdat over de feitelijke invulling van de wet, vooral wat de budgetten voor de gemeenten betreft, nog betrekkelijk weinig bekend is. Het kernpunt van de wet is wel bekend, namelijk dat de jeugdzorg van het Rijk naar de gemeenten wordt overgeheveld.


De gedachte is dat deze decentralisatie de medicalisering van de jeugdzorg kan stoppen. Er komen te veel kinderen met problemen in het medische circuit (van psychologen en psychiaters) terecht en er moet 'ontzorgd' worden. Het kabinet noemt dat de participatiesamenleving. Problemen moeten bij voorkeur achter de huisdeur worden opgelost worden, niet in de dure psychiatrische praktijken.


Gemeenten kunnen daar beter voor zorgen dan het Rijk omdat, zoals bewindsman Plasterk dat onlangs zei 'Dit de bestuurslaag is die het best in staat is bij mensen thuis te komen, mensen in de ogen te kijken' (O&D, 20 september). De gemeenten worden geacht beter dan het Rijk en de regio's, die tot nu toe verantwoordelijk zijn voor de zorg , de medici een halt toe te roepen in de jeugdzorg. Omdat de gemeenten dat beter kunnen dan het Rijk, zo redeneert het kabinet, hebben de gemeenten ook minder geld nodig: het budget wordt met 15 procent gekort.


Een onderdeel van deze filosofie is dat gemeenten autonoom de jeugdzorg uitvoeren zonder al te veel verantwoording aan het Rijk te hoeven afleggen. Er zijn echter nu al tekenen dat dit op weerstand zal stuiten. De Kinderombudsman, Marc Dullaert, heeft al gewaarschuwd voor verschillen in zorgkwaliteit tussen gemeenten. Die kwaliteitsverschillen zullen ongetwijfeld ontstaan, maar dat is ook de bedoeling van decentralisatie: iedere gemeente wordt geacht op zijn eigen manier problemen op te lossen.


Gemeenten zijn er niet gerust op. Zij vrezen dat zij van het wetsvoorstel van de regering te weinig instrumenten krijgen om 'ontzorging' af te dwingen. Ze krijgen een jeugdhulpplicht opgelegd. Weliswaar is een gemeente alleen gehouden een voorziening te treffen als de jeugdige en zijn ouders er op eigen kracht niet uitkomen, maar het zal moeilijk zijn dit objectief vast te stellen. Velen in het veld vrezen dan ook dat zorgvragers of hun familieleden die zich benadeeld voelen naar de rechter stappen om een gemeente te dwingen zorg te leveren. De ervaring wijst uit dat rechters in veel van dit soort gevallen de klagende burgers gelijk geeft.


Ook de Haagse politiek bedreigt het succes van deze decentralisatie. Het zal immers moeilijk zijn voor politici maatschappelijke druk, zoals die van de Kinderombudsman, te negeren. Dat bleek ook uit de behandeling van de jeugdwet in de Tweede Kamer. De ene na de andere geachte afgevaardigde drong er bij staatssecretaris Martin van Rijn van Volksge- zondheid op aan ervoor te zorgen dat de gemeente 'niet op de stoel van de huisarts' kan gaan zitten.


Het is misschien wel de meest fundamentele vraag over deze decentralisatie. Wat is nu echt de beleidsvrijheid van de gemeente om ervoor te zorgen dat er 'ontzorgd' gaat worden. De staatssecretaris beweerde in het debat dat het straks niet de gemeente is die bepaalt welke zorg en medicijnen een kind krijgt, maar de professional. 'Goede zorg wordt bepaald door professionele beroepsstandaarden', zei hij, 'daar kan de gemeente niet op ingrijpen.' De gemeente moet ervoor zorgen dat er passende zorg is ingekocht, zodat aan die professionele beroepsstandaarden kan worden voldaan.


Beter dan dit kon Van Rijn niet zeggen dat het hem en het kabinet helemaal niet gaat om de participatiesamenleving. De professionals moeten autonoom blijven en de gemeenten moeten ervoor zorgen dat die professionals ook daadwerkelijk worden ingehuurd. De regering kan gemeenten die in gebreke blijven zelfs een aanwijzing geven om bepaalde vormen van zorg in te kopen.


Dit is dus geen decentralisatieoperatie, zoals Plasterk beweerde, maar een afschuifoperatie. Van Rijn maakte dat in het debat pijnlijk duidelijk. De Haagse politiek blijft een flinke vinger in de pap houden via de jeugdhulpplicht die gemeenten opgelegd krijgen, via de verplichting 'passende' zorg in te kopen en via de aanwijzing die de regering daarbij kan geven aan gemeenten.


Het Rijk heeft voor zichzelf het bes-te van twee werelden geregeld: de financiële problemen zijn naar de gemeenten verschoven, maar het Rijk kan nog wel aan alle touwtjes van de jeugdzorg trekken. We mogen hopen dat deze oneigenlijke vorm van decentralisatie door de Eerste Kamer wordt geblokkeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden