Rijk en arm hebben belang bij duurzame ontwikkeling

Vanaf maandag buigt de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling zich over maatregelen om te voorkomen dat de levensstandaard voor nog meer mensen op aarde verslechtert en het milieu verder wordt aangetast....

AFGELOPEN voorjaar werden de ontwikkelingslanden door de VN-top in Monterrey aangespoord om, in ruil voor de belofte van meer hulp door rijke landen, hun beleid en bestuur te verbeteren en hun markten open te stellen voor handel. De Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling die volgende week in Johannesburg plaatsvindt, geeft ons de gelegenheid om die woorden in daden om te zetten.

Wat heeft de wereld te verwachten van Johannesburg? Die vraag laat zich waarschijnlijk het best beantwoorden wanneer we vooruitkijken en ons proberen voor te stellen wat voor soort wereld we willen, niet alleen nu, voor onszelf, maar ook voor onze kinderen en hun kinderen. Zal ons erfgoed een verarmde planeet zijn, waar meer mensen honger lijden, het klimaat onvoorspelbaar is, er minder bossen zijn en minder diversiteit is in de natuur en waar zelfs de sociale stabiliteit minder is dan vandaag de dag?

Volgens het recente World Development Report 2003 van de Wereldbank, zou de wereldbevolking de komende vijftig jaar wel eens met 50 procent kunnen groeien tot negen miljard en zou het Bruto Wereld Product wel eens kunnen verviervoudigen tot 140 duizend miljard. Tenzij er een beter beleid komt en de instituties beter gaan functioneren, zullen bij de huidige productie- en consumptiepatronen door de overbelasting van milieu en maatschappij de inspanningen op het terrein van ontwikkeling worden ondermijnd en zal de levensstandaard dalen.

Om de enorme kloof met de arme landen die in de laatste vijftig jaar is ontstaan te verkleinen, zal het ontwikkelingsbeleid zich nog meer moeten richten op de bescherming van onze bossen, visgronden en landbouwgebieden en op een productiever gebruik ervan. Ondoordacht beleid en zwak bestuur hebben bijgedragen tot milieurampen, toenemende inkomensongelijkheid, en, in een aantal landen, sociale onrust, wat heeft geleid tot enorme ontberingen, rellen, of mensen die op de vlucht sloegen voor burgeroorlog, of omdat ze eenvoudigweg geen eten meer hadden.

Als we op deze weg blijven voortgaan, is wat ons te wachten staat weinig bemoedigend. Tegen 2050 zal de jaarlijkse uitstoot van koolstofdioxide drie keer zo hoog zijn. Daarnaast zullen veel meer mensen - drie miljard, van wie een groot deel in ontwikkelingslanden - gebruik maken van de toch al onder druk staande watervoorraad in de wereld.

Intussen zal ook de voedselbehoefte meer dan verdubbelen, wat voor Afrika, waar de voedselproductie toch al achterblijft bij het tempo van de bevolkingsgroei, een somber vooruitzicht is. En dit alles vindt plaats in een wereld waar uitroeiing dreigt voor 12 procent van de vogelsoorten en een kwart van de zoogdiersoorten.

Wereldwijd leven er al 1,3 miljard mensen op kwetsbare bodem - droogtegebieden, moerasgronden, bossen - die niet genoeg oplevert om in hun levensbehoeften te kunnen voorzien. Tegen 2050 zullen voor het eerst in de geschiedenis meer mensen in de stad wonen dan op het platteland. Als er geen betere aanpak komt, zal de druk van immigratie en volksverhuizingen, los van grote sociale onrust, wereldwijd leiden tot een harde strijd om toch al schaarse middelen.

Toch bieden deze productie- en consumptiepatronen ook kansen, als de wereldleiders en de beleidsmakers die in Johannesburg samenkomen maar de moed kunnen opbrengen om zich de komende tien, vijftien jaar sterk te maken voor doortastende maatregelen. Het grootste deel van het kapitaal en de infrastructuur - huisvesting, winkels, fabrieken, wegen en nutsbedrijven - die de komende decennia nodig zijn voor de groeiende bevolking is er nog niet.

Met een verbeterd apparaat, waarin de nadruk ligt op een hoger niveau, toenemende efficiëntie en democratischer besluitvorming, zou men deze middelen op een zodanige manier kunnen verschaffen dat er minder druk komt te staan op maatschappij en milieu.

Evenzo zal, wanneer de bevolking minder snel groeit, de economische groei zich makkelijker laten vertalen in minder armoede en een hoger inkomen per hoofd van de bevolking - gesteld dat de aanpak van de ontwikkeling in de komende decennia niet zal leiden tot vernietiging van grondstoffen die nodig zijn voor groei of tot het afkalven van sociale waarden, zoals bijvoorbeeld vertrouwen.

We moeten de Millennium Doelstellingen van de Verenigde Naties, waarin het streven is dat in 2015 de armoede in de wereld met de helft zal zijn teruggebracht, proberen te verwezenlijken, zodat we het fundament kunnen leggen voor een gezonde groeicyclus en een gezonde ontwikkeling in de armere landen van de wereld.

Als de individuele inkomens in de ontwikkelingslanden per jaar gemiddeld met iets meer dan 3 procent zouden toenemen, zouden ze in 2050 een niveau bereiken van ruim zesduizend euro, bijna een derde meer dan nu het geval is in meer welvarende landen. En volgens sommige leiders in de Derde Wereld is een dergelijke groei nog bescheiden. De afgelopen twee decennia zijn in veel Oost-Aziatische landen de inkomens twee keer zo snel gegroeid.

Wat betekent dit voor de gewone man? In de elementaire behoefte aan onderdak, voedsel en kleding kan ruim voorzien worden. De levensverwachting zou toenemen tot 72 jaar, tegenover de 58 jaar nu, in de landen met de laagste inkomens. Het aantal kinderen dat voor het vijfde levensjaar overlijdt, zal aanzienlijk afnemen en het aantal mensen dat kan lezen en schrijven zal toenemen tot bijna 95 procent.

Uiteraard zou deze spectaculaire economische groei grote gevaren met zich mee kunnen brengen voor natuur en milieu, met name in ontwikkelingslanden. Gezien het feit dat de rijke landen de voornaamste gebruikers zijn van onze gemeenschappelijke hulpbronnen, hebben zij de bijzondere verantwoordelijkheid de ontwikkelingslanden te steunen bij het beperken van de risico's. We moeten allemaal onze bossen en visgronden beschermen tegen overbelasting. We moeten de aantasting van de bodem tegengaan en zorgdragen voor efficiënter gebruik van onze watervoorraden. We moeten biologisch diverse ecosystemen beschermen, aangezien zij de basis vormen voor de stroom van goederen en diensten die zo belangrijk zijn voor onze maatschappijen en economieën. We moeten de uitstoot door fabrieken, auto's en huishoudens terugbrengen.

Om al deze redenen is het noodzakelijk duurzame ontwikkeling tot stand te brengen op lokaal, nationaal en mondiaal niveau. Bij het opzetten van de instellingen die nodig zijn om hun middelen te beheren, moeten de ontwikkelingslanden democratische openheid en participatie bevorderen. De rijke landen moeten meer hulp geven, reductie van schulden steunen en hun markten openstellen voor import uit ontwikkelingslanden. Daarnaast moeten zij hulp bieden bij het overdragen van kennis en middelen om ziektes te voorkomen en bovenal moeten zij zuiniger met energie omgaan en de productiviteit in de landbouw verhogen.

De burgermaatschappij kan intussen een stem geven aan uiteenlopende belangen en vanuit een onafhankelijke positie toezicht houden op de daden van privé-ondernemingen, overheden en non-gouvernementele instellingen. Een sociaal verantwoordelijke privé-sector, met steun van een goed functionerende overheid, zou bedrijven door maatregelen moeten stimuleren om niet alleen hun eigen belangen na te streven, maar ook de belangen van milieu en maatschappij in het oog te houden. Bovendien moet de internationale gemeenschap samenwerking tot stand brengen in wereldwijde kwesties als klimaatverandering en biodiversiteit.

Wanneer we verstandig omgaan met onze vitale middelen, met als belangrijkste het milieu en sociale stabiliteit, kunnen we de groeicijfers bereiken die zo wezenlijk zijn voor een duurzame afname van armoede. Het zou al te roekeloos zijn om in 2015 wel de Millennium Doelstellingen te halen, om vervolgens geconfronteerd te worden met chaos in de steden, teruglopende watervoorraden, toenemende uitstoot van gassen en nog minder akkerlanden om ons te voeden dan we nu al hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden