Rijen foto's van lichamelijk en stedelijk verval

Waarom hebben de Russische daklozen die Boris Mikhailov (1938) fotografeert geen namen? Waarom vermeldt geen enkel bordje op de tentoonstelling hoe die bomzhes heten, zodat je in elk geval nog zou kunnen zeggen: kijk, die man zonder tanden, dat is Pjotr, en die vrouw met dat litteken op haar schouder,...

Nu hun namen afwezig zijn, verworden de mensen op de foto's tot objecten (nog meer dan ze al waren), verandert de kijker ongewild in een voyeur en de fotograaf in een aasgier die zijn succes bouwt op de puinhoop van een ander. De anonieme ander die hij bovendien betáált om voor hem te poseren, het liefst zonder kleren aan. Wat is die Mikhailov voor een pervers type, dat hij een oude vrouw in de sneeuw haar jas omhoog en haar broek omlaag laat trekken?

Maar zo eenvoudig ligt het niet. Dat blijkt wanneer je Mikhailovs fotoserie Case History (in 1998 ook verschenen als indrukwekkend dik boek) in De Hallen in Haarlem nauwkeurig bestudeerd. Geënsceneerde, voyeuristische en niet zelden shockerende beelden zijn het, op klein of heel groot formaat afgedrukt. Eindeloze rijen foto's van lichamelijk en stedelijk verval, smoezelige, lijmsnuivende kinderen, uitgetelde mannen langs de kant van de weg.

Tegelijkertijd spreekt uit die foto's ook de betrokkenheid van de fotograaf. In scène gezet, dat zeker, maar daarom niet minder geëngageerd. Steeds laat hij die morsige vrouw in al haar rauwheid liefdevol terugkomen, alsof ze familie is. Geen moment ziet ze er onwillig uit, eerder zelfverzekerd. Kijk maar goed, zeggen haar ogen tegen de camera: dit ben ik.

Een verdieping hoger in De Hallen zeggen de ogen van de piepjonge fotomodellen in de video Go-Sees (2001) van modefotograaf Juergen Teller (1964) precies hetzelfde. Teller, uitvinder van de 'junkie look' uit de jaren negentig en wereldberoemd om zijn compromisloze en onopgesmukte manier van fotograferen, zoekt in zijn werk net als Mikhailov de grenzen van het toelaatbare op.

Ook fotomodellen zijn in zekere zin verslaafden. In ruil voor aandacht van de camera en flirterig gedrag van de man erachter wapperen ze verlegen verleidelijk met hun lange wimpers, halen geroutineerd hun slanke vingers door hun haar. 'Wie zou je het liefst willen zijn?', vraagt Teller. 'Mezelf', antwoorden ze lachend.

In tegenstelling tot Mikhailov, die zelf nooit letterlijk in the picture is, maakt Teller niet alleen foto's van modellen en beroemdheden (Kate Moss, Kristen McMenamy, Yves Saint Laurent, Björk), maar ook van zichzelf - naakt en dik, met een lampenkap als hoofd of met een lege blik -, van zijn gezin en hun dagelijks leven.

Toch is Teller niet helemaal eerlijk. Iets van zijn levensverhaal houdt hij achter. De titels van zijn foto's geven weliswaar de namen van de geportretteerden prijs, maar of die beelden de waarheid spreken, valt te betwijfelen. Niet voor niets noemde Teller zijn presentatie Märchenstüberl, een Beierse term die zoveel betekent als sprookjeskamer. 'Het publiek heeft maar tot een bepaalde hoogte toegang tot mijn wereld', zei Teller onlangs in NRC Handelsblad. 'Er zijn veel dingen die je niet te zien krijgt'.

Hoe anders is dat in het werk van Tracey Emin. In de video CV Cunt Vernacular (uit 1997 en onlangs aangekocht door het Frans Halsmuseum), opgesteld in de nok van De Hallen, kom je juist álles te weten over de kunstenaar, misschien wel meer dan je eigenlijk wilt. In ruil voor roem 'verkoopt' Emin haar leven.

Terwijl ze met een videocamera door haar appartement loopt, inzoomt op lege flessen, volle asbakken, stapels cd's en hopen kleren, vertelt ze haar bewogen levensverhaal, beginnend op de dag dat zij en haar tweelingbroer Paul werden geboren in Londen, en eindigend op de dag dat ze haar film maakt. School, destructieve vriendjes, eindeloze vrijpartijen ('shag shag shag'), meerdere abortussen - alles passeert de revue.

In Cunt Vernacular is de geportretteerde niet langer naamloos, zoals de verslaafde daklozen van Boris Mikhailov). Sterker nog: die naam wordt van de daken geschreeuwd. Ik ben Tracey Emin, roept Tracey Emin. Mijn naam ís mijn leven ís mijn kunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden