Rijdende godinnen

De Citroëns van weleer waren geen auto’s, zij waren kunstwerken. Rob en Wouter Jansen dompelden zich diep onder in nostalgie....

Vroeger was alles leuker, het meest van alles autovakanties. Je had toen nog geen brede snelwegen. Via onhandige kronkelweggetjes belandde je op de prachtigste plekken. Doordat je op de wegen niet opschoot, had je veel meer oog voor idyllische landschappen. Auto’s gingen toen makkelijk kapot, zeker. Maar er waren altijd aardige boeren, bakkers of caféhouders die je in zo’n geval met raad en daad bijstonden. Dat resulteerde dan weer in een gratis overnachting op een prachtige boerderij, een kennismaking met een heerlijke rode wijn of een gevaarlijk stinkende kaas – delicatessen die tot dan toe alleen in het gehucht waar je pech kreeg bekendheid genoten.

Wie het bovenstaande niet afdoet als romantisch gezwijmel, zal Un beau voyage – Frankrijkgids voor Citroënrijders 1920-1965 van Rob en Wouter Jansen nauwelijks kunnen weerstaan. Sla dit ongegeneerd nostalgische werkje open en je ziet het meteen: Citroëns waren in die goeie ouwe tijd geen massaproducten, nauwelijks te onderscheiden van Toyota’s of Hyundai’s. De Citroëns van weleer waren persoonlijkheden, rijdende kunstwerken welbeschouwd.

De auteurs spreken van ‘de altijd diep zwarte Traction Avant’, ‘de schier goddelijke DS’ en ‘de even eenvoudige als geniale deux-chevaux’. Voor lezers geboren na 1980: de deux-chevaux was een hobbelend ding met een roldak, het best bekend onder de bijnaam Lelijke Eend. Diverse prachtfoto’s maken in Un beau voyage de genialiteit van de Eend inzichtelijk. Met afgerold dak was het heerlijk door Frankrijk hobbelen. Geen auto nodigde meer uit tot een drie-gangen-picknick. Je haalde de voor- en achterbank eruit en met vier man zat je comfortabel. Bob was in die tijd nog in geen velden of wegen te bekennen. Eend-chauffeurs trokken tijdens lange hobbelreizen rustig flesjes wijn open.

De meest fotogenieke Citroën was de DS, de enige auto die waarschijnlijk terecht het predicaat kunstwerk kreeg opgeplakt. Behalve snoek of strijkijzer werd deze bolide ook vaak déesse, godin genoemd. In een Un beau voyage zien wij haar poseren van Boulogne-sur-Mer tot Nice, en altijd weer weet zij landschappen te verfraaien.

Tussen de prenten van Eenden, Godinnen en Tractions behandelen de auteurs in vogelvlucht Franse toeristische trekpleisters. In Tours is sinds 1300 niets veranderd, concluderen de heren opgelucht aan de hand van een 700 jaar oud citaat van een monnik. ‘De schoonheid van hun vrouwen is ongelofelijk, ze schminken hun gelaat en dragen de mooiste kleren.’ En voor wie zich al tijden afvroeg waar Les Planches, de houten planken van de stranden van Deauville vandaan komen: ‘Om te voorkomen dat de lange jurken van de flanerende dames tijdens een wandeling langs het strand vuil zouden worden.’ Zulke dames konden na zo’n strandwandeling prima in een DS stappen. Reisden ze per Eend, dan konden ze beter even een tuinbroek aantrekken.

Olaf Tempelman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden