Riffijnen blijven geloven in een goede toekomst

Na zijn gruwelijke dood is haar neef het gezicht geworden van de protesten in de Rif voor een menswaardig bestaan. Toch is Samira Fikri niet voor Europese interventie.

Duizenden demonstranten eisen de vrijlating van protestleider Nasser Zefzafi tijdens een demonstratie in de straten van Al-Hoceima, Noord-Marokko. Beeld afp

Achttien maanden gevangenisstraf. Dat kreeg mijn neef Ayman, een 23-jarige student, afgelopen woensdag opgelegd in de rechtbank van Al Hoceima, een kustplaatsje in het Marokkaanse Rif-gebied. Hij en 32 andere Riffijnse demonstranten waren een dag eerder voorgeleid tijdens een politiek gemotiveerd massaproces. De jongemannen werden beschuldigd van geweld tegen autoriteiten, vernieling van publieke eigendommen en van demonstreren zonder toestemming.

Waarvoor mijn neef precies is veroordeeld, is me onduidelijk. Wat ik wel weet, is dat hij heeft gedemonstreerd voor betere zorgvoorzieningen. Mijn neef lijdt aan leukemie en moest voor behandeling zeven uur reizen naar de hoofdstad Rabat. Wat hij wilde, is een oncologisch centrum dichter bij huis. Ayman stond het ene moment nog voor zijn huis op zijn telefoon te kijken, het volgende moment werd hij hardhandig opgepakt. Zijn moeder en broertje, die hier getuige van waren, probeerden zijn arrestatie nog tegen te houden. De rechter had vervolgens minder dan vierentwintig uur nodig om tot een uitspraak te komen.

Bij mijn familie overheerst ongeloof en verdriet sinds we dit slechte nieuws vernamen. Het nieuws komt extra hard aan, omdat we een andere rechterlijke uitspraak nog nauwelijks hebben kunnen verwerken: die van 26 april, waarbij de verantwoordelijken voor de dood van mijn neef Mohsin vrijuit gingen, of slechts acht maanden gevangenisstraf kregen. En dat in een land waar moordenaars normaal gesproken nooit meer het daglicht zien.

Mohsin, in de media en bij het grote publiek bekend als 'de visverkoper', kwam op 28 oktober 2016 op een afschuwelijke manier om het leven voor het politiegebouw in Al Hoceima, toen hij stond te protesteren in een vuilniswagen tegen de corrupte ambtenaren die zijn in beslag genomen vis wilden vernietigen. Terwijl hij daarin stond, werd de vermaler aangezet en werd mijn neef vermorzeld door het mechanisme van de vuilniswagen.

Demonstratie in Al Hoceima Beeld afp

Hiermee werd Mohsin het eerste slachtoffer van de opstand in Al Hoceima en het gezicht van een protestbeweging die zich als een olievlek uitbreidt naar de rest van Marokko. Graag had ik hem een andere rol toebedeeld. Ik had hem nog in leven willen zien, een herkansing willen krijgen van onze gemiste ontmoeting, vorig jaar, toen ik bij familie in Al Hoceima was.

Mohsin stond bekend als een joviale, gulle, hartelijke jongeman, die ondanks de corrupte, verlammende en uitzichtloze omgeving van de Rif toch iets van het leven probeerde te maken. Helaas heeft het lot anders beslist. Sindsdien volg ik nauwgezet vanuit Nederland de ontwikkelingen in het gebied waar mijn ouders vandaan komen. Met familieleden in Nederland, elders in Europa en in Marokko praten we elke dag met elkaar - aan de keukentafel, via chatdiensten en de telefoon. Het is niet te bevatten dat Mohsin zijn protest tegen corruptie met de dood heeft moeten bekopen, en dat bijna acht maanden later mijn andere neef zijn vrijheid moet inleveren omdat hij pleit voor betere zorg in de regio.

Demonstratie in Al Hoceima. Beeld afp

Sinds de laatste ontwikkelingen, prijkt er op mijn Twitter- en Facebookprofiel de vlag van de Rif-republiek (1921-1926) als achtergrond. De vlag domineerde na het overlijden van Mohsin de straten van Al Hoceima en omstreken. Maar nu is de vlag alweer uit het straatbeeld verdwenen. Waarschijnlijk voelen Riffijnen zich geïntimideerd door de zware aantijgingen van de regering over vermeende separatistische elementen bij de volksopstand. Dus laten ze de vlag maar thuis, wanneer ze de straat op gaan om gerechtigheid, een waardig leven en de vrijlating van de gevangen demonstranten te eisen.

Tot mijn verbazing zie ik die associatie met separatisme steeds vaker gemaakt worden. Mogelijk heeft de afwezigheid van de Marokkaanse vlag tijdens de Rif-protesten aan dat beeld bijgedragen. Maar er is een goede reden voor die afwezigheid. Die vlag staat symbool voor alles waar de Riffijnen al maandenlang tegen protesteren: onderdrukking, corruptie en vernedering door de overheid. Die vlag is ontworpen door de Franse bezetter en opgedrongen aan het Marokkaanse volk. Na het bloedig neerslaan van de Rif-opstand in 1958-1959, en de jaren van repressie en intimidatie die daarop volgden in heel Marokko, is het de vlag geworden van de overheid. En niet van de mensen.

Demonstranten met de Rif-vlag. Beeld afp

De Rif-vlag daarentegen heeft heel andere associaties. Het was de officiële vlag van de Rif-republiek in Noord-Marokko, die in 1921 door de Riffijnen werd gesticht nadat het Spaanse koloniale leger was verslagen, en tot 1926 heeft bestaan. Het is een vlag die vertrouwen in eigen kunnen uitstraalt. Die staat voor de strijd voor vrijheid, het opeisen van zelfbeschikkingsrecht en de overwinning op het kolonialisme.

In het licht van de dood van mijn neef, lijkt het misschien een onbelangrijk detail, zo'n vlag. Maar dat is het niet voor de Riffijnen. Voor mij symboliseert de Rif-vlag dat het onmogelijke wel degelijk mogelijk is. Dat zelfs Kleinduimpje een reus kan verslaan. Dat is was ik de afgelopen maanden in Marokko zag gebeuren. Ik zag het onmogelijke mogelijk worden. Duizenden mensen namen het heft in handen, stelden zich teweer tegen de allergrootste misstanden en eisten verbeteringen op het gebied van zorg, onderwijs en werkgelegenheid.

Met veel bewondering keek ik vanuit Nederland naar mijn familieleden en andere broeders en zusters, die de deken van moedeloosheid en afhankelijkheid van zich af schudden en iets van het leven wilden maken. Met opgeheven hoofd ruilden ze hun hoop op een leven als ongewenst vreemdeling in Europa in voor een waardige toekomst in de Rif.

Maar sinds een paar weken zie ik een kentering: met het verdwijnen van de vlaggen uit het straatbeeld, zie ik bij de Riffijnen het geloof in eigen kracht wegglippen. Dat moet iets te maken hebben met de onvoorspelbare houding van de Marokkaanse regering. Die hield zich eerst maandenlang stil, om vervolgens de demonstranten te beschuldigen van separatisme, daarna met een zware delegatie van ministers de Rif te bezoeken en allerlei beloften te doen, om uiteindelijk toch maar weer over te gaan tot massale arrestaties en berechting van demonstranten, die tot op de dag van vandaag voortduren.

Zo'n opstelling boezemt angst in, roept frustraties op, alsook het gevoel niet serieus genomen te worden. We weten niet meer waar we aan toe zijn. Het heeft ertoe geleid dat de aloude gevoelens van moedeloosheid en afhankelijkheid weer naar boven drijven.

Beeld afp

Inmiddels klinkt steeds vaker de roep om hulp uit Europa. Op social media gaan petities rond, geadresseerd aan Spanje en Frankrijk - wrang genoeg de voormalige kolonisatoren van dit gebied. Riffijnen spreken de Europese Unie aan, die met visserijverdragen juist heeft bijgedragen aan de problemen in de Rif. En ook in Nederland zijn Kamervragen over de Rif-protesten gesteld.

Hoewel de Riffijnen alle steun verdienen, zie ik niets in Europese interventie. De Riffijnen hebben op eigen kracht gekozen voor verandering. En ze hebben op eigen kracht de nationale en internationale aandacht op zich weten te vestigen.

Ik hoop dat de Riffijnen blijven geloven in hun eigen kunnen. De Rif-vlag kan daarbij helpen als tastbare herinnering aan wat de Riffijnen in het verleden hebben bereikt. Daarom is het belangrijk dat de Rif-vlaggen weer in het straatbeeld verschijnen.

Als de Marokkaanse overheid wil dat Riffijnen neutrale of zelfs liefdevolle gevoelens gaan koesteren voor de Marokkaanse vlag, dan zal ze drastisch van koers moeten veranderen. Dan zal ze moeten aantonen dat haar onderdanen die vlag met trots kunnen dragen. Te beginnen door de gearresteerde demonstranten vrij te laten, hen te ontslaan van rechtsvervolging en de vonnissen die zijn geveld, te vernietigen. De eisen van de demonstranten moeten serieus worden genomen. En de rechtszaak over de dood van mijn neef Mohsin moet worden heropend.

Wij, de Riffijnen in de diaspora, kunnen hen aanmoedigen in hun strijd voor een menswaardig bestaan. We kunnen ervoor zorgen dat er blijvend internationale aandacht is voor de situatie in Marokko, opdat de koning van Marokko weet dat de wereld meekijkt. De demonstraties in andere delen van Marokko, klein, groot of massaal, zijn hoopgevend. Afgelopen zondag gingen bijvoorbeeld naar schatting 100 duizend mensen de straat op in de hoofdstad Rabat. Het laat zien dat de Rif er niet alleen voor staat en dat het niet alleen een Riffijns probleem is, maar een Marokkaans probleem.

Demonstratie in Al Hoceima Beeld afp

Mohsin en - sinds zijn veroordeling ook - Ayman zijn onvrijwillig het gezicht geworden van het onrecht in de Rif. Voor mij en mijn familie zijn zij meer dan alleen 'het gezicht'. We moeten zien om te gaan met de pijn, de boosheid en de angst die we dagelijks ervaren. Maar we voelen ons gesteund door de volksopstand.

De Riffijnen zijn vastberaden de strijd voort te zetten. Ze blijven geloven in een positieve uitkomst, misschien tegen beter weten in. Riffijnen hebben gekozen voor de weg naar de toekomst. Omkeren is geen optie.

Samira Fikri (40) is psycholoog en woont in Amsterdam.

Lees meer over de protesten in het Rifgebied (en in Nederland)

Het begon met de dood van een visverkoper. Nu zijn er al maandenlang demonstraties, zijn vele tientallen mensen (onder wie de protestleider) opgepakt en zijn er inmiddels ook protesten in Nederland. Wat is er precies aan de hand in het Marokkaanse Rifgebied? Lees hier de artikelen die we er eerder over schreven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.