Riekje Swart: Onvermoeibare fan van avant-gardekunst

De zaterdag op 85-jarige leeftijd overleden galeriehoudster Riekje Swart (geboren in Georgetown op het Maleisische eiland Penang) was de koningin-moeder van het Nederlandse galeriewezen, de mentor van verzamelaars, de onvermoeibare fan van kunst die voor de horde uitloopt.

Nooit werd ze het zat om te filosoferen en te discussiëren. Vooral in de beginperiode – Swart begon haar galerie in 1964 aan de Keizersgracht in Amsterdam om later te verhuizen naar de Van Breestraat – was haar galerie in de eerste plaats salon en pas daarna verkoopruimte.

Verzamelaar Pieter Onstein herinnert zich in 22 Onderschatte amateurs zelfs dat hij werk van de Tsjech Milan Kunc bij Swart wou kopen, maar omdat hij niet onder woorden kon brengen waarom hij het zo goed vond, kreeg hij aanvankelijk nul op het rekest. Swart verkocht een mentaliteit, geen reputatie. Maar het ontbrak haar ook aan zakelijk instinct.

Ze had al een carrière achter de rug toen ze op 41-jarige leeftijd koos voor de kunst. Ze had rechten en psychologie gestudeerd en was personeelschef geweest bij een bank. In haar vrije tijd bezocht ze tentoonstellingen van De Stijl en van Rietveld, van Cobra en van Zero en ‘toen ging het groeien’: de wens van een eigen galerie, een van de eerste van Nederland.

Ze hing haar plooirok aan de wilgen en stortte zich op tegendraadse en avant-gardistische kunst. Op het moment dat Cobra zegevierde, startte zij haar galerie met het constructivistische werk van Ad Dekkers, Bob Bonies en Peter Struycken en met het conceptuele werk van Ger van Elk en Jan Dibbets.

Ze bracht als een van de eersten buitenlandse kunstenaars als François Morellet en Agnes Martin, Donald Judd en Robert Ryman, schakelde in de jaren tachtig radicaal over op Jonge, Wilde Italianen en bracht in de jaren negentig veel vrouwelijke kunstenaars, die balanceerden op de grens van reclame en fotografie, van design en beeldende kunst, onder wie Cornelie Tollens en Karin Arink.

In navolging van haar idool Willem Sandberg vond Swart dat kunst eigentijds en grensverleggend moest zijn, je uit je vaste patroon moet halen. Ze was noch bang voor seks en geweld, noch voor humor en liet zich 35 jaar lang leiden door persoonlijke fascinatie.

In 2000 stopte Swart met haar galerie. De passie was er nog wel, maar het lijf werd te broos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.