Riek Bakker kust Middelburg wakker

Ooit was Middelburg een machtige havenstad, het centrum van levendige handelsstromen. Na die Gouden Eeuw zakte de stad weg in een dommel die vele honderden jaren zou duren....

DE huisvader die samen met zijn luidruchtige kroost tree voor tree de zevenhonderd jaar oude Abdijtoren in Middelburg beklimt, kreunt als een Tour-debutant die zijn eerste Alpen-top scheert. Om de paar meter leunt hij even tegen de muur om naar adem te happen. Terwijl zijn zoontjes hem vooruit snellen, vervolgt hij in steeds trager tempo de helletocht over de smalle trap, die spekglad is van de vele regendruppels die de bezoekers mee naar binnen nemen.

Gelukkig reikt zijn Calvarieberg slechts tot halverwege de negentig meter hoge kerkspits, want vanaf dat punt maken gesloten deuren een verdere bestijging onmogelijk. Maar ook op die hoogte is duidelijk dat de toren, in de volksmond Lange Jan geheten, een formidabel fysionomisch ijkpunt is. Dat viel trouwens ook de schrijver Nescio (1882-1961) al op. 'En daar had je (...) Lange Jan, den toren van Middelburg, de spil van Walcheren, het hart dier wereld', noteerde hij in zijn Natuurdagboek.

De Lange Jan maakt deel uit van een wijds kloostercomplex dat op een donkere stormachtige dag tot berustende introspectie noopt. Zittend op de trappen van het Zeeuws Museum kijk je uit over een lege binnenplaats. De valwind tolt gierend rond, opgesloten als zij is tussen de vier wanden van de Abdij, die slechts ruimte bieden aan twee nauwe doorgangen. De gebouwen bieden onderdak aan honderden ambtenaren van de provincie Zeeland, maar allen verschuilen zij zich in hun bastion.

Een onrustige hond verstoort deze idylle. Het beest trekt grillige sporen door het versteende middeleeuwse landschap. In zijn kielzog volgt een ouder echtpaar dat vermoeid door het dikke bladerdek sloft. Dan breekt een van de muren open. Uit een deur komt een man in stofjas die het tweetal vriendelijk maar beslist maant hun viervoeter aan te lijnen.

Middelburg is een van de fraaiste steden in het land. Als voorhaven van Antwerpen kwam het in het midden van de vijftiende eeuw voor het eerst tot bloei. Tot nog grotere hoogte steeg de stad in het begin van de zeventiende eeuw, toen het na Amsterdam de machtigste handelsplaats was en er van de werven 336 VOC-schepen rolden.

Daarna gebeurde er driehonderd jaar weinig tot niets. 'Er groeit gras op de werf', schrijft een vertwijfelde inwoner in een kroniek uit het begin van de achttiende eeuw. De VOC was opgedoekt, de rijke kooplui achter de horizon verdwenen, de schilders van de Middelburgse School verder getrokken, de stadswallen afgebrokkeld, en de bevolking vervallen tot armoede.

Middelburg, ooit het centrum van de handelsstromen, lag nu in een uithoek. Elke maatschappelijke verandering ging aan de stad voorbij. Herhaalde pogingen van het gemeentebestuur de inertie te doorbreken bleven in goede bedoelingen steken. Om een indicatie te geven: in 1650 had Middelburg dertigduizend inwoners. Nu, zelfs na de annexatie van Arnemuiden, zijn dat er amper 15 duizend meer. Als provinciehoofdstad was het al die tijd een bestuurscentrum, maar verder resteerde alleen de status van een openluchtmuseum met elfhonderd monumenten.

M AAR nu maakt de weggezakte havenstad van weleer zich op om uit de eeuwenlange winterslaap te ontwaken. De bekende stedenbouwkundige Riek Bakker heeft voor het gemeentebestuur de contouren van een nieuw Middelburg geschetst. Haar voorstel behelst onder meer het openleggen van het Veerse Meer tot aan de stadsgrens, zodat Middelburg meer dan driehonderd jaar na dato opnieuw een verbinding met open water krijgt. Dit keer niet om wol en wijn af en aan te voeren, maar om als exclusief woon- en recreatieoord het volgend millennium binnen te stappen.

Wie vanaf de Markt in cirkels door het concentrisch gebouwde Middelburg kuiert, kan niet vermoeden dat deze ingedommelde stad en Rotterdam een gezamenlijk lot dragen. De metropool aan de Maas werd op 10 mei 1940 door de Duitse Luftwaffe in puin gegooid, zeven dagen later volgde Middelburg dat droevige voorbeeld. In de Zeeuwse stad reppen ze over die gebeurtenis als het 'vergeten bombardement', omdat in de geschiedschrijving de meeste aandacht uitgaat naar Rotterdam.

Daar is in zekere zin wat voor te zeggen. In Rotterdam kwamen ongeveer duizend inwoners om het leven, in Middelburg vielen slechts 22 doden, omdat een bevel tot evacuatie was gegeven toen het Franse leger al vechtend zich op Zeeland terugtrok. In materiële zin kwam de klap in de Zeeuwse plaats echter minstens zo hard aan. Zeshonderd monumenten gingen in vlammen op, waaronder vele patriciërshuizen, de Abdij met omliggende kerken, het beroemde stadhuis uit 1452 en het Oostindiëhuis.

Terwijl Rotterdam bij de wederopbouw een brug naar de toekomst sloeg, greep Middelburg terug op zijn verleden. Bij de herbouw vanaf zomer 1940 trok de stad een volstrekt identiek decor op. Dat werd in bestuurskringen gepresenteerd als een daad van verzet; door de beproefde stijlfiguren van de Delftse School ruim baan te geven werd de Duitse bezetter duidelijk gemaakt dat de Hollandse tradities nooit verloren zouden gaan.

Door deze aanpak straalt de Markt anno 1998 nog steeds de claustrofobische knusheid uit van Madurodam. In een monument is niet voorzien, maar in veel panden zit wel een blijvende herinnering verstopt aan het bombardement. Even zoeken, maar dan zie je het: de speciale geglazuurde tegel met daarop het jaartal 1940, enkele lekkende vlammen en de uit de as herrezen adelaar van het stadswapen.

Gelukkig kun je altijd nog doorsteken naar de Abdij en het prachtige stadhuis in gotische sfeer dat de Markt nog enig volume geeft. Als een van de weinige historische stadhuizen in het land is het nog volop in bedrijf. 'Wie sal 't maecken dat niemand 't kan laecken', staat er ter aansporing in de raadszaal op de muur. Vrij vertaald: hoe houden wij hier de kerk in het midden.

Soms worden deze woorden toegeschreven aan Jacob Cats, de kroniekschrijver-staatsman die als pensionaris een tijd in Middelburg vertoefde. Aan de Lange Noordstraat bevindt zich op nummer 31 het pand waar hij van 1603 tot 1621 woonde. Iets verderop woonde Jacob Roggeveen die in 1722 Paaseiland ontdekte. De bovenste verdiepingen van de woning van Cats, die toen al in goeden doen was, hebben nog iets van de grandeur uit Middelburgs Gouden Eeuw. Op de parterre zit een onooglijk zaakje dat handelt in stoffige curiosa. Een bloeiende nering kan het niet zijn, getuige de aankondiging op de gevel dat dit pand 'in 1999 te koop' is. Een ironische knipoog naar de historie van Middelburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden