Ridiculum vitae

k heb ooit een koning gekend die aan dementia praecox leed, waardoor hij ging denken dat hij een koning was.'..

Die gedachte kun je lezen in Jezus Christus Quibus, een literair meesterwerkje van Francis Picabia, dat hij opdroeg 'aan alle jonge meisjes'. Het door Jan H. Mysjkin vertaalde en door Vantilt uitgegeven miniatuur, een tekst vol toeval en onnavolgbare vergelijkingen, is een van de delen uit de schitterende en goed vertaalde Dadaïstische Bibliotheek.

'De Vlaamse vertaler Mysjkin heeft ons benaderd', zegt Marc Beerens van Vantilt. 'In principe geven wij geen fictie uit, maar dit was een heel bijzonder project. Er zijn, bij mijn collega-uitgeverij IJzer, veel teksten van surrealisten verschenen, maar raar genoeg is er weinig dadaïstische literatuur vertaald.

'Over drie weken verschijnt het zesde deel, In den beginne was Dada van Raoul Hausmann, en in september Een avond in Cabaret Voltaire. De Dada-bibliotheek is iets voor fijnproevers, liefhebbers eigenlijk. We drukken vijf- tot zeshonderd exemplaren. Volgend jaar plannen we een tweede Pansaers-deeltje, dat door Rokus Hofstede wordt vertaald, en een door Geert Buelens en Hubert van den Berg samengestelde bloemlezing uit Nederlandse dadaïstische poëzie.'

Hausmann had binnen de Berlijnse Club DADA de titel 'dadasoof' gekregen, vanwege zijn artikelen die getuigden van een gedegen kennis van psychoanalyse en politieke filosofie. 'U zult vast begrijpen, beste lezer, dat het aan de dadasoof toekomt om uit te leggen wat DADA is', luidt de aanhef van In den beginne was Dada. De door Mysjkin vertaalde bloemlezing biedt voor het eerst in het Nederlands een portret van Hausmann, de 'president van de zon, de man en de kleine aarde (binnenkant), dadasoof, dadaraoul, directeur van het circus dada'.

Er is interesse voor de historische avant-garde, voor teksten van Tristan Tzara, Hugo Ball en Clément Pansaers, en voor Holland Dada. Vantilt gaf dit jaar Avantgarde! Voorhoede? uit, een bundel teksten over literaire en artistieke bewegingen uit de vroege twintigste eeuw. Teksten vol niet-logica, 'pretentieloos daar neergeworpen' - zoals Theo van Doesburg ooit schreef -, worden door vaak kleinere uitgeverijen in prachtige edities heruitgegeven, ook teksten van patafysici, van Raymond Roussel of van Raymond Queneau, waar je vaak geen touw aan vast kunt knopen, pure taaloefening en zinsacrobatiek.

De titel boven dit stuk, Ridiculum vitae, is ontleend aan een tientallen pagina's lang gedicht van de Waalse schrijver en 'bricoleur' Jean-Pierre Verheggen. Hij speelt met de taal, met namen en begrippen, Verheggen is meer een taalknutselaar dan een taalkunstenaar. De dichter schrijft, of liever scandeert verzen over Artaud Rimbur of Alcool Lowry, Oreille en Hardy, Vincent Van Gag, Marx Broodthaers, Maurice Moiteurlinge, Orgasmus de Rotterdam en Docteur Clitoris Causa. Het is maar een greep uit de verbasterde eigennamen, woordspelingen en toespelingen, lapsussen en omkeringen. Verheggen hanteert het 'vernaculairheggen'.

Is hij een literaire gek, een kletsmeier, zoals sommige dadasofen en patafysici? De Franse schrijver Queneau heeft jarenlang in de Parijse Bibliothèque Nationale gespeurd naar zulke fous littéraires, naar 'gestoorde teksten'. Er is veel te vinden dat ook in het Nederlands zou kunnen worden vertaald. Hij had na een jaar al een manuscript van zevenhonderd bladzijden bij elkaar geschreven, een werk dat later is voltooid door de vorig jaar overleden André Blavier.

Interessante literaire deliriums zijn zeldzaam. Queneau stelde zich bij het selecteren een dubbele voorwaarde: 'Niet alleen de volstrekte oorspronkelijkheid, maar ook de totale onmogelijkheid voor iemand anders om op dezelfde weg verder te gaan.' Hij schreef voor zijn overzicht, dat hij zelf onpubliceerbaar achtte, wel al een inleiding (althans dat zegt Blavier), Comprendre la folie. Die tekst is, samen met twee andere boekjes, nu uitgegeven door de Parijse Éditions des Cendres.

De uitgeverij heeft een nieuwe collectie, De trois en trois, kleine en fraai geïllusteerde bibliofiele boekjes. Ze kosten slechts zes euro. Ieder jaar wil Les Éditions des Cendres drie van zulke boekjes uitgeven, een kleine bibliotheek bijzondere teksten. Naast dat van Queneau, verschenen André Blaviers À propos des fous littéraires en Bibliographie des fous van Charles Nodier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden