Riddertje spelen

Het ridderschap in Nederland valt ten prooi aan devaluatie. Ook ondernemers zonder adellijk bloed geven zich over aan middeleeuwse rituelen....

Het is zorgwekkend, zegt jonkheer Pieter de Savornin Lohman, hoe een clubje niet-adellijke ondernemers in Nederland riddertje speelt. Ze hullen zich in middeleeuwse kledij, zwaaien met zwaarden en doen hun best ridderlijk over te komen. 'Maar', zegt de voorman ad interim van de protestantse, grotendeels adellijke Johanniter orde, 'wat de ondernemers doen is in feite kwalijk na-apen.'

In de hal van het hoofdkwartier van de 'echte', protestantse ridderlijke orde, het Johanniter-huis aan het Haagse Lange Voorhout hangt een foto waarop is te zien hoe het wel moet. De foto toont koningin Beatrix, gehuld in een zwarte riddermantel met een wit kruis. Naast haar kroonprins Willem-Alexander, in een zelfde mantel. Ook op de afbeelding: prins Bernhard, die zojuist met een groot zwaard zijn kleinzoon tot ridder heeft geslagen. De prins was vanaf 1954 tot zijn overlijden in 2004 de Landcommandeur van de Johanniters en heeft in die functie honderden protestantse adellijken tot ridder geslagen.

Bij afwezigheid van de landcommandeur - de post is vacant sinds het overlijden van Bernhard - waakt De Savornin Lohman als coadjutor over de Johanniters. Het exclusieve gezelschap telt nu 630 notabelen, die zichzelf ridder of dame noemen. Ridders (niet te verwarren met vrijmetselaars of leden van andere publiciteitsschuwe genootschappen) zijn in de regel adellijk, in ieder geval gelovig en in bezit van een groot, ridderlijk hart. De ballotage bij de Johanniters is streng. Nieuwe leden moeten aantoonbaar van adel, protestant en van onbesproken gedrag zijn.

Het Johanniter-huis hangt vol met de wapens van de protestantse Nederlandse adel. Op de jaarlijkse ridderdag trekken de honderdzestig Rechtsridders van de orde - ridders die wegens speciale verdiensten extra onderscheiden zijn - hun zwarte mantels aan. Een mantel die ook Willem-Alexander mag dragen.

Het mag poppenkast lijken, de rituelen van de protestantse ridders stammen uit de Middeleeuwen. De Savornin Lohman: 'De buitenwacht moet kijken naar de goede werken die wij verrichten. De rituelen moeten niet al te serieus worden genomen.'

Smetjes

De stichting Johanniter-hulpverlening heeft een officieel keurmerk als charitatieve organisatie. De protestantse ridders leggen in een jaarverslag verantwoording af over hun goede werken.

Datzelfde geldt voor de katholieke tegenhanger van de Johanniters, de Souvereine Militaire Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta (kortweg: de Maltezer ridder-orde). Ook die ridderclub met 125 leden is echt, zegt Lohman. Als er een verschil is tussen beide ordes, dan is het dat de katholieke club meer gesteld is op het uiterlijk vertoon.

De Savornin Lohman maakt zich zorgen over de devaluatie van het ridderschap in Nederland. Die zorgen deelt hij met zijn katholieke evenknie, Berend Jan baron van Voorst tot Voorst, ooit gouverneur van Limburg, nu de hoogste man bij de Maltezer orde.

De ridderleiders maken zich vooral zorgen over de activiteiten van de Souvereine Orde van Sint Jan van Jeruzalem en Malta. Die is wat naam betreft nauwelijks te onderscheiden van de katholieke orde, maar qua statuur en samenstelling van de ridderpopulatie des te meer. Zo zijn de ridders van deze orde niet van adel en vaak a-religieus. De kopstukken zijn werkzaam in de vastgoedsector, een branche die de afgelopen jaren nogal wat smetjes heeft opgelopen. Volgens Lohman is het kwalijk, dat een 'valse orde van vastgoedridders' de rituelen van de adellijke ridders imiteert. Het ergert hem dat er klaarblijkelijk aan diverse bestuursleden van deze orde een 'smet kleeft', terwijl ook zij zich laten voorstaan op hun goede daden.

Kruistochten

De katholieke ridders uit de stal van Van Voorst tot Voorst mogen zich als enigen officieel 'Maltezer ridders' noemen, omdat zij worden erkend door de paus. In Rome hebben de Maltezers een stuk land en een gebouw dat net als het Vaticaan de rechten heeft van een land. De Maltezers mogen postzegels en paspoorten uitgeven. Honderd landen erkennen het ridderlandje als een soevereine staat.

De Maltezer ridders zijn een religieuze orde van de rooms-katholieke kerk. Zij ontlenen hun naam en faam aan de kruistochten naar Jeruzalem in de Middeleeuwen. De Johanniters hebben zich later tijdens de Reformatie (om geloofsredenen) afgescheiden van de Maltezers.

Tijdens de jaarlijkse ridderdag komen Maltezers samen voor een grote ceremonie, waarin onder meer nieuwe ridders worden verwelkomd. Eind september werden in de Sint-Jan in Den Bosch nog vijf personen in middeleeuwse sfeer tot ridder geslagen. Een van hen is de 42-jarige advocaat in loondienst Patrick F.F. ridder de van der Schueren. Hij is de zevende nog levende De van der Schueren ('de enige familie in Nederland met drie voorvoegsels in de familienaam') die zich ridder van eer en devotie van de Maltezer ridders mag noemen.

'Ik wil een signaal afgeven aan anderen met een vergelijkbare achtergrond en leeftijd. Het is goed om de idealen van de orde, het katholieke geloof en naastenliefde uit te stralen', zegt hij. 'Ik speelde al langer met het idee om toe te treden, maar ik heb het gevoel dat ik pas nu de benodigde geestelijke rijpheid heb bereikt. Adel verplicht - noblesse oblige - was het adagium van mijn vader. Zo zie ik dat ook. Als je van adel bent, dien je bepaalde normen en waarden uit te dragen en moet je opkomen voor degenen in onze samenleving die het moeilijker hebben.'

Ridder worden is volgens De van der Schueren geen sinecure: 'Ik heb mij twee jaar voorbereid. In mijn omgeving heb ik goede werken gedaan, zoals het begeleiden van een rechtenstudent bij zijn tentamens. Ook probeer ik mensen te helpen met allerlei praktische zaken. Het ridderschap betekent voor mij een stimulans om mij actiever in te zetten voor mijn naasten.'

Miss India

Hoe de circa dertig niet-erkende ridders hun naastenliefde inhoud geven, willen zij niet vertellen. E. Stracke, de voormalige Grand Prior (hoogste baas) van de Benelux zegt: 'Nee, hoor met

de Volkskrant praat ik niet. Dat is niet mijn kleur.'

'Wij maken onze goede daden niet bekend', zegt Guus Marinus, de iets openhartiger secretaris van de orde. 'Wij opereren liever in de luwte.' Helemaal waar is dat niet. Leden van zijn orde strooien in het dagelijks verkeer lustig met visitekaartje waarop staat dat zij ridder of - op zijn Frans - chevalier zijn. De kaartjes moeten zakenpartners kennelijk overtuigen van de nobele inborst van de ridders.

Ook deze orde heeft rituelen. Nieuwkomers worden tot ridder geslagen op het kasteel van Joris Buijs, de huidige Grand Prior, in Belgi' of samen met buitenlandse ridders van dezelfde orde in een kasteel in Hongarije. Op cd-rom vastgelegde foto's van deze plechtigheden, die in bezit zijn van de Volkskrant maar niet gepubliceerd mogen worden, tonen beelden die vergelijkbaar zijn met de optocht en de mis in Den Bosch. Voor de buitenstaander is het een curieuze verkleedpartij voor devoot kijkende heren en dames, die in de weer zijn met mantels, kruizen, zwaarden en medailles.

De kasteelheer en Grand Prior Joris Buijs heeft zijn sporen in het vastgoed verdiend. Zoals meer vastgoedondernemers is hij in het verleden met smoezelige zaken geassocieerd. Ooit deed het accountantskantoor KPMG onderzoek naar Buijs; hij zou banden hebben met de in de Clickfonds-affaire tot een voorwaardelijke straf veroordeelde Dirk de Groot. KPMG trof geen relaties aan.

Ook chevalier Boy Zeilstra (met een vermogen van 'ten minste 200 miljoen euro' opgenomen in de Quote 500 van rijke Nederlanders) komt voor in weinig ridderlijke dossiers. Zo is Zeilstra de man achter Finance de Belgique, een bedrijf dat een aantal van fraude verdachte Hindoestaanse vastgoedondernemers tegen zeer hoge rentes van hypotheken voorziet.

De Haagse notaris Pali Sebøk, penningmeester van de 'vastgoedorde', is de huisnotaris van een aantal Haagse vastgoedondernemers, en tevens de hoofdsponsor van de jaarlijkse Miss India Nederland verkiezingen. En ridder Richard Ruijgrok, de honorair consul van Thailand, was vanuit zijn functie betrokken bij een affaire waarbij de Thaise ambassadeur in Nederland illegaal het ambassadegebouw in Amsterdam probeerde te verkopen. De ambassadeur werd uit zijn functie ontheven. Ruijgrok werd na intern onderzoek vrijgepleit en kon blijven zitten.

Toch zijn de motieven van de ridders naar eigen zeggen nobel. Zeilstra bijvoorbeeld zegt ridder te zijn uit betrokkenheid. 'Een giro schrijven is te makkelijk. Ik wil echt betrokken zijn en me ook betrokken voelen.' De vastgoedondernemer wil iets betekenen voor ontwikkelingslanden. 'Weet u, ik ben, in Belgi', consul van Suriname en Roemenië. Dat zijn zeer arme landen. Ik breng bij de ridderorde projecten in uit die landen. Ik ben nu drie jaar lid. De ridderspullen heb ik niet veel aan. Hebt u trouwens mijn riddervisitekaartje al eens gezien?'

Voor Zeilstra, in België ook nog consul van Barbados, staat de zuiverheid van zijn broeders niet ter discussie. 'De ballotage is streng. We stellen vragen. Het moet de aspirantleden niet alleen gaan om de ridderslag. Het ridderschap geeft natuurlijk ook status. Daar zijn sommige mensen op uit, maar die moeten we er niet bij hebben.'

Ook penningmeester Sebøk is vol vertrouwen: 'De orde is zeker geen borrelclub. Ridders spreken elkaar aan op hun gedrag. Als iemand zich misdraagt, gaat hij eruit. Maar dat is nog niet gebeurd in Nederland.'

Sebøk is ridder om dingen voor elkaar te krijgen. 'Wanneer wij helpen met een boot voor de slachtoffers van de tsunami, dan gaan wij die boot ook zelf brengen', zegt hij. 'Al is dat een ongelukkig voorbeeld, want dat hebben we niet gedaan. We doen wel projecten in Bulgarije, met ouderen.'

Troonpretendent

Elke orde, vals of echt, is hi'rarchisch georganiseerd. De Maltezers hebben een strenge gelofte afgelegd en moeten luisteren naar de paus. Die kan hen zelfs oproepen weer naar Jeruzalem op te trekken om de stad te bevrijden van de ongelovigen, mocht dat ooit nodig zijn.

De Johanniters zijn protestants, zelfstandig en dus eigen baas. Interessant is de vraag namens wie prins Bernhard destijds de ridderslag heeft uitgedeeld. 'Niet namens het koningshuis', zegt jonkheer De Savornin Lohman. Nu Bernhard er niet meer is, deelt hij zelf als coadjutor de ridderslag toe. 'Ik doe dat namens het kapittel, het bestuur van onze orde.'

De 'valse' orde luistert niet naar de paus en ook niet naar het koningshuis. De orde heeft een eigen beschermheer, ex-koning Micha'l van Roemeni'. Micha'l werd in 1947 uit Roemeni' verdreven toen dat land communistisch werd. Hij woonde jarenlang in Zwitserland en is nog steeds troonpretendent. Volgens secretaris Guus Marinus heeft 'King Micha'l' daardoor nog de bevoegdheid om mensen tot baron of jonkheer te maken. Dat recht raakte Koningin Beatrix in Nederland in 1994 vrijwel kwijt.

Napoleon

Hans Hoegen Dijkhoff, advocaat te Amsterdam en ridderorde-kenner, promoveerde in september op de legitimiteit van de ridderordes. Volgens Hoegen Dijkhoff zijn er wereldwijd ongeveer 150 duizend ridders, verenigd in tientallen ordes. De vier als echt te boek staande ordes, de Maltezers, Johanniters, de Britse orde van St. Jan en de Duitse Brandenburg-orde, tellen samen 44 duizend leden.

Hoegen Dijkhoff was zelf enige tijd lid van de 'valse' vastgoedorde. Hij wil niet uitleggen waarom hij eruit stapte. Hij onderzocht welke orde echt is en welke niet. Zijn conclusie: 'Ze hebben allemaal even veel of even weinig recht om zich de echte Maltezer orde te noemen.' Over de Nederlandse Johanniters is Hoegen Dijkhoff nog strenger. Prins Bernhard had volgens de promovendus geen recht om mensen tot ridder te slaan.

Voor het riddertje spelen van zowel de echte als de nep-adel ontbreken volgens de advocaat vaak harde juridische gronden. Om dit te begrijpen moet worden teruggegaan naar het ontstaan van de Maltezer orde in de Middeleeuwen. De kruisridders vluchtten naar Malta nadat zij waren verdreven uit Jeruzalem. Dat eiland was tot de Franse Revolutie (1789) in handen van de Maltezers. De orde gaf zich zonder slag of stoot over aan Napoleon, die de orde ontbond. Het merendeel van de ridders vluchtte vervolgens naar Rusland.

Hoegen Dijkhoff zegt in zijn proefschrift dat de Franse Revolutie juridisch gezien het einde betekende van de oorspronkelijke Maltezer ridderorde. Volgens hem is elke orde die hierna opdook in feite nieuw.

Baron van Voorst tot Voorst van de Maltezers en De Savornin Lohman van de Johanniters zeggen de dissertatie niet te kennen. Zij betreuren het dat Hoegen Dijkhoff gedurende zijn jarenlange onderzoek niet de moeite heeft genomen met hen te komen praten.

Interessant vinden de Johanniters en de Maltezers het betoog van de advocaat niet. Ze hebben hun buik vol van de 'vastgoedorde' en overwegen die aan te pakken, al weten ze niet precies hoe.

Juridisch zijn de ridderlijke ordes verenigingen, vergelijkbaar met bijvoorbeeld carnavalsverenigingen. Het staat iedereen in Nederland vrij een vereniging op te richten. De Maltezers en de Johanniters hopen via het merkenrecht hun gram te halen. Beide ordes hebben hun symbolen gedeponeerd. Het kruis waarmee ook koningin Beatrix zich tooit is daardoor beschermd, terwijl de niet-erkende orde nagenoeg hetzelfde kruis hanteert.

Ook de offici'le naam van de orde lijkt erg veel op de gedeponeerde naam van de Souvereine Militaire Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Malta van Rhodes. 'Zo kunnen we proberen ze te pakken', zegt De Savornin Lohman, die samen met Baron van Voorst tot Voorst werkt aan een aanvalsplan.

Volgens secretaris Guus Marinus is er niets mis met zijn orde, die wel degelijk goed werk doet en het ridderschap zuiver houdt. 'Iemand kwam aan met Charles Schwietert (de oud-staatssecretaris die loog over zijn doctorandus-titel, red)', zegt hij. 'Die wilde ook ridder worden maar dat hebben we niet geaccepteerd. Daar zouden we last mee krijgen.'

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.