Ridder in de voetballerij

‘Ook ik kon de verleidingen niet weerstaan.’ Maar Peter Baars kreeg genoeg van de hebzucht in de voetbalwereld en hield ermee op als spelersmakelaar....

Op de helling van zijn favoriete Italiaanse berg Schiavone, aangeraakt door de kosmische energie ter plekke, zoefde deze zomer de voetballerij toch weer voorbij. Peter Baars had dan wel gebroken met de wereld van Peter Stuyvesant, hij ontkwam er niet aan om terug te kijken op die jaren van verslavende miljoenendeals, vijfsterrenhotels en het opportunisme van de mens.

Niet dat de makelaar – die de zaken regelde voor nationale en buitenlandse voetballers – naar die tijd terugverlangde; hij had genoeg van die onzuivere drijfveren en manipulatieve geesten.

Genietend van de ‘piramidepower’ van de Schiavone passeerde ook zijn tijd in Roemenië. Hoe hij daar, als officieel beëdigde FIFA-voetbalmakelaar, altijd verdomde goed om zich heen moest kijken.

Alles was mogelijk, zegt hij in een Haags wegrestaurant, nippend van zijn thee. ‘Mijn grote angst was dat ik in een Dr. Zhivago-achtig winterlandschap zou worden omgelegd. Dat ik lang vermist zou worden en na jaren teruggevonden. Dood, ergens in Roemenië.’

Ja, hij zit het nu wel luchtig te vertellen, en hij is natuurlijk zelf niet klein en kwetsbaar uitgevallen. Maar de bedrijfstak waarin hij vijftien jaar opereerde, had in zijn ogen weinig te maken met zonnig beschenen voetbalvelden, wonderschone voetbewegingen of strepen in de kruising. Hij voelde zich vaak als Parcifal, een naïeve, jonge ridder uit de Middeleeuwen die in een narrenpak de boze wereld was losgelaten. ‘Ik zag mezelf als een ridder in de voetballerij, al klinkt het pathetisch. Ik was vaak verbijsterd waar ik nu weer terecht was gekomen.’

In Roemenië mochten de door Baars begeleide spelers alleen in het grootste geheim met hem praten, op straffe van een afranseling. Hij sliep altijd in een vast hotel. Hij was bang dat er drugs in zijn koffer waren gestopt en hij in een Roemeense gevangenis terecht zou komen.

Op een dag zat Baars in het Roemeens-Joegoslavisch grensgebied voor een afspraak met een lokale scout. In de hoek van het restaurant zat Arkan, de beruchte Servische militieleider Zeljko Raznatovic, die als opperhooligan aan de club Rode Ster Belgrado verbonden was en in 2000 zou worden vermoord. Arkan! Vlak bij Peter Baars, zoon van een Haagse bloemist.

En deze Peter Baars (51) is dus uit de voetballerij gestapt en organiseert nu pelgrimstochten en retraiteweken in Noord-Italië. Wie deze zinnen snel achter elkaar leest, beseft Baars, gelooft het niet. Een voormalig voetbalmakelaar die nu als directeur van het geleerde genootschap Academia Cadorina probeert het bewustzijn van mensen te verhogen. Die vertelt over creativiteit, liefde en bezieling, over magische bergpassen wil lopen en hoopt dat mensen willen slapen in rifugio’s (berghutten).

Een citaat van Epicurus (341 v. Chr.) mag in zijn ogen zeker niet ontbreken: ‘Rijkdom bestaat niet in het hebben van grote bezittingen, maar in het hebben van weinig behoeften.’

Maar als er een beroepsgroep is met een inhalig imago, is het dat van voetbalmakelaar, waarvan er alleen al in Nederland 107 zijn. Patsers en proleten – de exacte omschrijvingen zijn er in vele variaties. Niet zo lang geleden bleek dat de Servische voetbalmakelaar Vlado Lemic PSV in zijn greep had. Voetbalclubs beklagen zich al langer over machtige makelaars die te veel invloed hebben, en die over de ruggen van spelers en clubs miljoenen verdienen.

Baars: ‘De voetbalwereld is een wereld van ontrouw, met de makelaar als spin in dit web. De meeste voetbalagenten verkopen hun moeder voor een gulden, en hun dochter erbij als ze de deal kunnen maken. Iedereen probeert elkaar te flessen.’

Hij was eind jaren tachtig in de voetballerij terecht gekomen. Net voor zichzelf begonnen als fiscaal jurist, bedacht hij dat de voetbalvakbond VVCS iemand nodig had. Zijn eerste deal deed hij samen met de toenmalige vakbondman Rob Jansen. Ajacied Rob Witschge werd naar de Franse club St. Etienne ‘gebracht’. Leuk! Onderhandelen met grote zakenmannen. Contact met voetballers en hun familie.

Wat volgde was een droombaan – anders kan hij het niet zeggen. Het waren de gouden jaren van Sport Promotion, de commerciële tak van de voetbalvakbond VCCS. Een hele generatie in de jaren negentig leek te worden vertegenwoordigd door Rob Jansen. En zo volgden er deals van onder anderen Brian Roy, Marciano Vink, Jan Wouters, Richard Witschge, Marc Overmars, John van Loen en Peter van Vossen.

De mooiste deal kwam in 1993, de transfer van Dennis Bergkamp en Wim Jonk naar Internazionale. In het Haagse restaurant Julien zat hij aan tafel met voorzitter Pellegrini, en Rob Jansen. Baars wist via een list de partijen bij elkaar te krijgen. Hij bracht het verzilveren van de populariteit van de spelers Bergkamp en Jonk in.

Begin jaren negentig paste Baars in de voetballerij als eerste toe wat in veel bedrijven al de normaalste zaak van de wereld was. Het intellectueel eigendom van bedrijven, zoals merken en recepten, werd ondergebracht in bedrijven die deals sloten met vennootschappen op de Nederlandse Antillen.

Baars bedacht deze Antillenroute voor tientallen voetballers en hun imagorechten. Dat leverde een flink fiscaal voordeel op voor spelers en clubs. Deze vondst, door belastingwetenschappers in orde bevonden, leidde tot voorspoed bij Sport Promotion. Baars kwam samen met de andere vakbondsjongens (‘Rooier dan rood, moedig strijdend tegen de uitbuiters van de wereld’) in een glamourleven terecht – de grootste hotels, de beste restaurants. De mooiste vrouwen werden op hen afgestuurd om deals voor elkaar te krijgen, bordelen werden afgehuurd om transfers te bezegelen, luxe villa’s aangeboden en aktetassen met geld kwamen voorbij.

‘In het begin waren er idealen, en natuurlijk de normen en waarden die we van huis hadden meegekregen. Kon dit allemaal wel? We waren in een hedonistische, superkapitalistische wereld terechtgekomen. Wij moesten voor de spelers opkomen, dat was ons morele uitgangspunt.

‘Ik zat daar als het lulletje, ik deed niet mee en dat werd geaccepteerd. Maar ook ik kon de verleidingen niet weerstaan. Mijn huwelijk is eraan ten onder gegaan.’

Ook in de VVCS waren er spanningen over de fiscale trucs en de ongebreidelde luxe. Werd er wel geopereerd vanuit de vakbondsmoraal? Uiteindelijk braken Rob Jansen en de VVCS, en ging ook Baars zelfstandig verder. Hij haalde zijn FIFA-makelaarsexamen en ging samenwerken met Mino Raiola, de Italiaanse Nederlander die de belangen behartigt van wereldsterren als Zlatan Ibrahimovic.

Hij moest zelf op zoek naar spelers. Hij wilde zich laten zien als een eerlijk, deskundig en integer zakenman, en richtte zich op Nederlandse voetballers van Noord-Afrikaanse origine, zoals Adil Ramzi (AZ, PSV) en Yousouf Fertout (AZ). Zijn rechterhand was Marokkaans en zijn tweede vrouw Tunesisch.

Het viel niet mee, daar kwam het op neer. In Nederland was de markt in zijn ogen verdeeld, en zaten veel makelaars aan de clubs en hun bestuurders vast. Toen hij, via zijn Tunesische zwager, Hatem Trabelsi ontdekte en voor hem een prachtige loopbaan in Nederland voorzag, zocht hij contact met Ajax. Nee, geen interesse, kreeg hij te horen, terwijl het aankoopbedrag toch maar twee ton bedroeg. Later werd dezelfde Trabelsi voor een veel hoger bedrag, via een andere spelersmakelaar, alsnog aan Ajax gesleten. ‘Ik denk dat ik niet goed kan verdelen’, verklaart Baars deze gang van zaken. ‘Zo gaat dat in deze wereld. Je moet iedereen mee laten delen, ook bij clubs.’

Hij zag dat spelers wier belangen hij behartigde van de ene op de andere dag wegliepen. Hij focuste zich op de Roemeense markt, en wilde filialen in Frankrijk en Italië openen.

En er was een inval van de FIOD in zijn kantoor, voorjaar 2001. De fiscale recherche deed onderzoek naar Ajax en hij had voor de Georgische spits Shota Arveladze, wiens transfer centraal stond in deze naspeuringen, een keer geholpen met zijn boekhouding.

De zaak liep voor hem met een sisser af, maar hij voelde zich de ridder die zijn diensten aan de verkeerde had verleend.

Werd het niet eens tijd uit deze wereld te stappen? Hij dacht het jarenlang. Niet dat er een specifiek moment was dat hem aanzette tot het beëindigen van zijn loopbaan. Het stapelde zich op, zegt hij. Nadat zijn kantoor Wolf Osnabrug Baars in 2005 fuseerde en hij opstapte als managing director, nam hij een sabbatical year. Hij bereidde als het ware zijn ommekeer voor.

‘Ik luisterde niet naar de stem van mijn hart. Die wist al lang dat de voetballerij voor mij zou leiden tot een diepe put. Ik wilde eruit, maar het lukte niet. Ik zat er aan vastgeplakt.’

Baars begon in de avonduren een studie theologie. Hij wilde de wereld begrijpen en dacht dat hij, als katholiek gedoopt jongetje, eerst de kern van alle wereldgodsdiensten moest doorgronden.

De zoektocht hield niet meer op, vertelt hij. Hij kwam in contact met het Broederschap van de Orde van St. Jacob, de oudste ridderorde van het land, waar hij gelijkgestemde zielen vond. ‘Dat zijn mensen die spiritueel onderlegd zijn en de goede vragen durven stellen.’

En er ontstond een idee om iets te doen met de plek waar hij als sinds 1964 komt, in het noorden van Italië. Daar in Cadore, een stek met druïdeplaatsen en waterbronnen, eeuwenlang een toevluchtsoord voor geleerde vrijdenkers, ontwikkelde hij een pelgrimsroute. Hij is er drie jaar mee bezig geweest, met het uitzetten van de wandeltochten ‘in een omgeving waar je God continu om je heen ziet’.

En nu is het zover. Baars weet dat dit zijn nieuwe leven is, in plaats van aan tafel zitten met louche voetbalbestuurders of uit de wieg gevallen voetbalmiljonairs. Daar in de bergen wil hij mensen leren ‘dicht bij hun ziel te komen’. Hij raadt het werkgevers en werknemers aan daar gezamenlijk aan de slag te gaan, om samen in retraiteweken berghutten te huren. ‘Misschien wel mensen uit de voetbalwereld, als ze zo’n bewustzijnsverandering aankunnen.’

In naam is hij nog steeds FIFA-makelaar, en als het moet verschaft hij een adviesje hier of daar, en misschien ontfermt hij zich over een aanstormend talent. Maar echt actief noemt hij zichzelf niet meer. Zijn laatste grote wapenfeit was zijn bemoeienis met Go Ahead Eagles-voetballer Niels Kokmeijer, die na een vliegende tackle in 2004 van Spartaan Rachid Bouazouan nooit meer bleek te kunnen voetballen. Hij stond Kokmeijer bij in de lange nasleep van de aanslag.

‘Ik wil geen wraak op de voetballerij, dat ben ik allemaal voorbij. Ik ben een nederig mens, ik wil inzicht geven. Het gaat niet om mijn waarheid, maar het gaat om de waarheid voor iedereen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden