Zes scenario’s Toekomst van de euro

Richt Italië de euro te gronde?

De nieuwe Italiaanse regering zal zich niets aantrekken van de Europese begrotingsnormen, zo klinkt het in Rome. Er zijn vele miljarden nodig om de traag groeiende Italiaanse economie op gang te trekken. Wat roekeloos begrotingsbeleid kan doen, liet Griekenland al zien. Betekent dit het einde van de euro?

Ja, zeg maar dag tegen de euro, want:

1. De Italiaanse schuldenberg is te hoog, daar is geen redden aan
In 2010 kreeg Griekenland 110miljard euro noodkrediet van de andere eurolanden en het IMF. Dat leek toen voldoende voor drie jaar, maar bleek niet het geval. Ter vergelijking: Italië zou vanwege aflossingsverplichtingen op zijn leningen in 3,5maand door datzelfde noodpakket heenbranden. De staatsschuld van Italië bedraagt een duizelingwekkende 2.400miljard euro, de hoogste van alle eurolanden (Griekenland uitgezonderd). Het overeind houden van Italië zou de andere eurolanden (het IMF doet vrijwel zeker niet meer mee) zo’n 385miljard per jaar kosten. Het Nederlandse aandeel in die noodhulp (6,1 procent) zou circa 23,5miljard zijn. Per jaar. Dat is 8,5 procent van de Nederlandse rijksbegroting. Duitsland zou in zijn eentje bijna een kwart van de Italiaanse staatsschuld moeten financieren. Dat lijkt politiek volstrekt onverkoopbaar.

2. Het redden van Italië richt de euro achteraf alsnog te gronde door ‘moreel gevaar’
Zelfs als de eurolanden of de ECB Italië te hulp schieten, kan die redding uitdraaien op ‘operatie geslaagd, patiënt overleden’. Griekenland heeft via opgelegde bezuinigingen weliswaar zwaar moeten bloeden voor de verleende noodhulp, maar het land is straks wel van een groot deel van zijn staatsschuld af. De eurolanden hebben nog 228miljard euro aan leningen in Griekenland uitstaan, dat is ruim 70procent van de Griekse staatsschuld. Een groot deel daarvan zal in de praktijk nooit worden afgelost. De euro’s waarmee Griekenland die schuld over 30 of 50 jaar moet terugbetalen zijn met dank aan de inflatie nog maar een fractie waard van de euro’s die de eurolanden Athene de afgelopen jaren hebben uitgeleend. Na acht jaar op het strafbankje wacht de Grieken dus een pot met goud aan het eind van de regenboog. Als het reddingsprogramma deze zomer wordt afgesloten, belet niets de Grieken om de begrotingsteugels weer te laten vieren. In dat geval begint de schuldencyclus opnieuw en moet het land over een x-aantal jaar wellicht weer voor noodhulp in Brussel aankloppen. De eurolanden hebben een slechte conduitestaat als het gaat om het onderling afdwingen van begrotingsdiscipline. Als de Italiaanse regering nu ook alle begrotingsregels aan haar laars lapt in de veronderstelling dat daarop geen sancties staan, is het hek van de dam. De notie dat eurolanden en de ECB chantabel zijn omdat ze de euro niet willen opgeven, corrumpeert opportunistische politici. Het na Griekenland ook redden van Italië kan een desastreus domino-scenario van ‘moreel gevaar’ onder regeringen uitlokken. Dan implodeert de eurozone op termijn alsnog.

3. De weerzin tegen de peperdure Italië-noodhulp brengt overal eurosceptici aan de macht
Met elk reddingspakket groeide onder de inwoners van andere eurolanden de weerzin tegen de noodhulp aan Griekenland. Premier Rutte moest zijn plechtige belofte (‘Geen cent meer naar de Grieken’) breken, omdat het voortbestaan van de Europese muntunie op het spel stond. Dat was electoraal gezien kassa voor eurosceptische partijen als de PVV en Forum voor Democratie. Het redden van Italië kost zo veel belastinggeld, dat elke regering die zoiets voorstelt, moet bezuinigen op voorzieningen voor de eigen bevolking en daarmee politieke zelfmoord pleegt. Een extreem duur reddingspakket voor Italië zal in veel eurolanden regeringen aan de macht brengen die weigeren te betalen en desnoods de muntunie willen opblazen.

Carlo Cottarelli, oud-IMF-econoom en deze week nog even beoogd interim-premier van Italië, schat het prijskaartje van de plannen van de nieuwe regering op 109- tot 126 miljard euro.

Nee, de euro zal ook dit weer overleven, want:

De omstandigheden zijn gunstiger dan toen de Griekse crisis uitbrak
De kans dat financieel wanbeheer in Rome het land in de betalingsproblemen brengt, is kleiner dan destijds in Griekenland. De problemen in Athene kwamen uit de lucht vallen. Daardoor wilden investeerders Griekenland van de ene op de andere dag geen krediet meer geven. De zorgelijke toestand van de Italiaanse staatsfinanciën is al lang en breed bekend. Beleggers reageren daarom opmerkelijk kalm op de politieke ontwikkelingen in Rome. De huidige Italiaanse rente van circa 3procent op staatsleningen met een looptijd van 10jaar is vanuit historisch perspectief ontzettend laag. Ten tijde van de Griekse crisis schoot die rente naar 7 à 8procent. Zelfs als de bezorgdheid op de financiële markten de komende maanden toeneemt en de rente op de Italiaanse staatsschuld verder stijgt, is Italië beter beschermd tegen de gevolgen daarvan dan de Grieken destijds. De looptijd van de Italiaanse staatsleningen is na 2010 verlengd naar gemiddeld zeven jaar. Daardoor werkt een rentestijging minder snel door in de financieringslasten van het land en is het risico op acute betalingsproblemen lager. En, misschien wel het allerbelangrijkste: de Europese Centrale Bank (ECB) koopt in het kader van zijn opkoopprogramma (nu nog) een groot deel van de Italiaanse staatsleningen op, wat de rente die Italië moet betalen (kunstmatig) laag houdt.

De politieke wil om de euro koste wat het kost overeind te houden, is enorm
Als de Griekse eurocrisis één ding heeft duidelijk gemaakt, is het wel hoeveel de eurolanden, de ECB en de Europese Commissie ervoor over hebben om de eurozone bijeen te houden. Bondskanselier Angela Merkel noemde de noodhulp voor Griekenland destijds ‘alternatiefloos’ en ECB-president Mario Draghi kalmeerde de financiële markten op het hoogtepunt van de crisis met zijn bezwering dat de ECB ‘alles zou doen’ om de euro te redden. Eurogezinde politici en bestuurders hebben al honderden miljarden geïnvesteerd in Griekenland: als ze Italië vervolgens laten vallen, is dat voor niets geweest. De eurozone heeft sinds 2010 flink ingezet op finan-ciële vangnetten, zoals noodfondsen voor wankelende Europese banken en voor eurolanden die in de problemen komen. Als puntje bij paaltje komt, geven ze waarschijnlijk de voorkeur aan een transferunie (een eurozone waarin de rijke lidstaten de armere landen structureel subsidiëren), boven het laten kapseizen van de muntunie.

De ECB heeft onbeperkte middelen en staat altijd klaar om te redden
Politici hoeven waarschijnlijk niet meer met de pet in de hand naar de eigen bevolking stappen om geld te vragen voor het redden van Italië (het politieke-zelfmoordscenario). De ECB heeft tijdens de Griekse crisis al vaak de kolen uit het vuur gehaald, als politici geen verantwoordelijkheid wilden nemen voor de kosten van de reddingsoperatie. Sinds 2010 heeft de ECB de geldsluizen wijd opengezet en daarmee de rentes in de eurozone laag gehouden. Als de centrale bank dat niet had gedaan, was Italië misschien allang in de problemen gekomen. Dit niet onomstreden ECB-beleid en de ‘whatever it takes’-uitspraak van Draghi uit 2012 hebben de verwachting gewekt dat de ECB in geval van nood altijd klaarstaat om de euro te redden. Alleen al die veronderstelling kalmeert de financiële markten en verkleint de kans op een nieuwe eurocrisis.

Giuseppe Conte is ingezworen als premier. Wat staat de EU te wachten?
Italië heeft de Europese primeur. Wat de PVV in Nederland en Front National in Frankrijk niet lukte en de FPÖ in Oostenrijk maar half, gebeurde vrijdagmiddag in Rome: de installatie van een volledig populistische en eurosceptische regering. Zal de nieuwe Italiaanse premier Conte de Hongaarse huislastpak van EU Orbán doen verbleken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.