Richard Wagner: Parsifal

De strijd van lichaam en geest, verbeeld in vlezig rood en verheven koralen.

BIËLLA LUTTMER

Het rood van een wond, van een gemis, van een gefnuikt verlangen - het is alom tegenwoordig in de eerste akte van de nieuwe productie van Parsifal bij De Nederlandse Opera. Anish Kapoor, de Brits-Indiase vormgever, schepper van kunstwerken als CLOUD GATE en Marsyas en meester van de materie begint Wagners Bühnenweihspiel met een kleur die zwaar is van betekenissen. Hij laat een diepe krater vallen in een rode rots. De oppervlakte van die krater verandert, wordt van onaanraakbaar tot houtachtig en krijgt tot slot een fysiek glimmende bloederigheid.

Lijnrecht tegenover dat vlezige rood staat de muziek. Die schrijdt met de trage onverstoorbaarheid van een processie voort. Dirigent Iván Fischer kiest voor transparantie, met verheven koperkoralen van de meesterblazers van het Concertgebouworkest en fijn gepenseelde lijntjes van het hout. In de pure eenvoud gaat de orkestklank een lastige relatie aan met het beeld van Kapoor, alsof de thematiek van Parsifal- de strijd tussen lichaam en geest, tussen de kuisheidsgelofte van de ridders en hun aardse verlangens - er al in besloten ligt.

Ruim vijf uur duurt de voorstelling, maar de tijd vliegt voorbij. Gaandeweg worden de kleuren zachter, met in de tweede akte een verlokkende explosie van natuurtinten en ten slotte gedempte loutering. De gang van Parsifal, de reine dwaas, de enige die de graalridder Amfortas kan verlossen van zijn wond, ga je als toeschouwer na zoveel uren in je vezels voelen, ook als je na afloop constateert dat het toneelbeeld van de eerste akte los blijkt te staan van de fantastisch spiegelende cirkel in de tweede en derde akte.

De regisseur Pierre Audi, 25 jaar geleden bij DNO begonnen met een enscenering van dezelfde Parsifal, is een man van lijnen, van gebaren, van symbolen. Hij is groots in het perspectief geven aan de verhoudingen tussen het grote speelvlak en de personages, tussen mensenmassa en individu. Mooi is het idee van de sekseloze wezens die zich in de loop van de voorstelling steeds geprononceerder ontwikkelen tot vrouw of man. Aan het begin van de voorstelling dragen ze dezelfde rok, hetzelfde ridderhemd. Zelfs Kundry, De Vrouw en daarmee gevaarlijk als vleesgeworden verleidster, houdt haar lange haar verborgen. En ook de verlokkende bloemenmeisjes dragen boven hun veelkleurige zijden gewaden een kuise kap.

Bij Kundry (een sterke rol van Petra Lang) gaat de kap in de tweede akte af. Pas dan kan ze het Parsifal (knap gezongen en geacteerd door Christopher Ventris) moeilijk maken zijn kuisheid vol te houden. Jammer dat Amfortas (Alejandro Marco-Buhrmester), die zijn genot moet bekopen met een levenslang bloedende wond, in zijn lendendoek en zijn met bloeddoordrenkte verband, iets te zwaar wordt neergezet als Christusfiguur. In de solistencast pakken de rollen van deze Amfortas, de kwaadaardige Klingsor (Mikhail Petrenko) en de goed verstaanbare ridder Gurnemanz (Falk Struckmann) het sterkst uit.

De indringendste verlossing komt van Iván Fischer. Hij zet bij de slagwerkers van het Koninklijk Concertgebouworkest Thaise en Javaanse gongs in voor een machtige akoestische ervaring.

Alejandro Marco-Buhrmester, Mikhail Petrenko, Falk Struckmann, Christopher Ventris, Petra Lang, Koor van De Nederlandse Opera, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer. Regie: Pierre Audi.

Decor: Anish Kapoor. Amsterdam, Muziektheater, 12/6. Tot 8/7. Live op grootscherm in Oosterpark: 25/6. Uitzending: 30/6 via Radio 4.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden