Rhino on the rocks

Neushoornpoeder met wijn is hét nieuwe drankje voor Aziatische miljonairs, de hoorns van de beesten daarmee kostbare handel. Auteur/avonturier Jaap Scholten reisde af naar Namibië om te zien wat dat betekent voor de toch al bedreigde neushoorn.

Het is bloedheet. Onder onze voeten niets dan rotsen. Met de rangers van Save the Rhino Trust loop ik niet ver van Palmwag in het noordwesten van Namibië door het rode maanlandschap van Manaraland. De rangers hebben verrekijkers bij zich, maar geen wapens. 'Hij was hier al negen maanden om de actie voor te bereiden', zegt een van de rangers: 'Hij is met een buks en een bijl dit gebied ingetrokken. De mensen uit de buurt hebben ons gewaarschuwd.'


De rangers vonden het neushoornkarkas op Eerste Kerstdag. De hoorns waren er met een bijl afgehakt. Het neushoornkalf was bij het rottende lijk van zijn moeder gebleven. Een volwassen neushoorn kan vijf dagen zonder water, maar het kalf droogde uit en stierf. In een Himba dorp op 10 kilometer van het karkas werd de dader, Tjetuura Tjumbua, opgepakt. De buks waarmee hij de neushoorn doodschoot lag in het huis, de hoorns in het veld begraven. Het is nu, een half jaar later, nog steeds onduidelijk of Tjumbua de neushoorn in opdracht of op eigen initiatief doodde.


Twintig jaar geleden waren de neushoorns in Manaraland zo goed als uitgemoord door stropers. Van nog maar 30 of 40 stuks is het aantal langzaam weer toegenomen, onder meer dankzij Save the Rhino Trust. De rangers van SRT patrouilleren voortdurend, met terreinauto's, per kameel en te voet, de voorraden op de rug van ezels geladen. Zij willen mij om veiligheidsreden niet zeggen hoeveel neushoorns er nu in Manaraland leven. We gaan met grote, trage stappen een berg op. De rotsen hebben de kleur van roest.


Door een onlesbare dorst naar neushoorn in Vietnam - waar de hoorn vermalen wordt en als wondermiddel gebruikt tegen een waaier van ziektes en klachten, maar vooral als anti-kater middel - zijn er de laatste zeven jaar in Afrika 2387 neushoorns gedood. Het stropen gebeurt met kalasjnikovs en .375 buksen, met helikopters en nachtkijkers, met hulp van professionele jagers en corrupte overheidsdienaren en op instigatie van Vietnamese diplomaten en Aziatische smokkelaars. In Zuid-Afrika werden vorig jaar 668 neushoorns gestroopt, in Namibië één. Maar men is bezorgd dat de georganiseerde misdaad uit Zuid-Afrika en Mozambique haar tentakels uitspreidt.


Pierre du Preez, de coördinator van de neushoornbeleid (Chef Conservation Scientist staat op zijn kaartje) van het Namibische ministerie van Toerisme en Natuurbescherming in Windhoek: 'We moeten uitkijken, wat nu in Zuid-Afrika gebeurt, kan ook bij ons gebeuren. We hebben het geluk dat in Namibië nog geen criminele syndicaten actief zijn, want die zijn moeilijk te stoppen. Zij schakelen makkelijk over van drugs-, wapen- of vrouwenhandel naar neushoornstroperij en -smokkel.'


Met mijn zoon Jozsi ga ik naar de woestijn in Manaraland, 600 kilometer ten noordwesten van Windhoek. We hebben een fourwheeldrive gehuurd met dubbele tank, maar met een kapotte brandstofmeter. We hebben twee uitverkoopslaapzakken bij ons, paardrijbroeken, 3 liter water, twee hard gekookte eieren en een in plasticfolie gewikkelde muffin in het handschoenenkastje. Dat de neushoorn, de olifant en de tijger bij mijn leven worden uitgemoord, maakt me somber. Om iets te doen, werk ik aan een boek over de stroperij en smokkel.


Ik heb Jozsi opgehaald in Na'ankusê, een natuurpark nabij Windhoek, waar hij een maand heeft gewerkt. Hij controleerde de hekken, zat 's nachts in uitkijkposten om eventuele stropers te spotten en voerde de leeuwen omdat de andere vrijwilligers de 5 kilo zware paardenbenen niet over het hoge hek geworpen kregen.


Het park wordt uitgebreid met 11 duizend hectare en de zwarte en witte neushoorns zullen in het park worden geïntroduceerd. Tot nu toe richtte Na'ankusê zich op de opvang en heruitzetting van luipaarden, cheetahs, leeuwen en caracals. Vee rovende cheetahs en luipaarden werden van oudsher door de boeren doodgeschoten of vergiftigd - de eenvoudigste methode is een kadaver te overgieten met remvloeistof. Maar er is een verandering gaande. Meer en meer boeren vangen de katachtigen in kooien en bellen Na'ankusê. De Namibische overheid heeft een gedetailleerd programma voor wildschade ontwikkeld. Daarin is vastgelegd welke vergoeding voor welke schade kan worden geclaimd (200 Namibische dollar of 16 euro voor een geit, 20 euro voor een ezel, 40 euro voor een paard, 112 euro voor een koe en 400 euro voor een doodskist en standaard begrafeniskosten voor een gedood familielid).


De landeigenaar of de gemeenschap is in Namibië eigenaar van het wild op zijn land. Jachtwetten bepalen hoeveel en wat er geschoten mag worden. Neushoorns mogen niet gejaagd worden. Het zijn ook de enige dieren die bezit van de staat zijn. Marlice van Vuuren, oprichtster van Na'ankusê: 'Voor de neushoorns geldt een voogdijschap, je adopteert ze als landbezitter. Als de neushoorns jongen krijgt, ontvang je als voogd een bonus, in de gebieden die in gemeenschappelijk bezit zijn deelt de gemeenschap mee bij geboorte van een neushoorn.'


Als een landeigenaar of een gemeenschap in een conservancy (gemeenschappelijke en privé beheereenheid) voogd van een neushoorn wordt, dan gebeurt dat alleen nadat de lokale bevolking daarmee ingestemd heeft. De neushoorn wordt onder verdoving verplaatst - een grote operatie vanwege het gewicht van 2.000 tot 3.000 kilo. Bij aankomst wordt de verdoofde neushoorn naar een plek gebracht waar de buurtbewoners hem kunnen zien en aanraken. Er wordt hem of haar een naam gegeven door de gemeenschap. Daarna wordt-ie pas in de natuur losgelaten.


'De neushoorn is geliefd. Dat de lokale mensen voordeel van de dieren hebben, is cruciaal. De boeren hebben geen last van de zwarte neushoorn, hij eet van de bomen,' zegt Greg Stuart-Hill van het Wereld Natuur Fonds: 'Het geweldige aan wilde dieren is dat ze een constante bron vormen. De neushoorns en olifanten krijgen jongen, zij vullen zichzelf aan en ze kunnen oud worden. Mijn angst is alleen dat handelaren in Azië nu voorraden hoorn aanleggen die zij niet op de markt brengen, maar als belegging oppotten. Deze handelaren willen dat de neushoorn uitsterft, dan zal hun voorraad een godsvermogen waard worden.'


Op 26 augustus 2011 wordt om twee uur 's nachts de glazen deur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam met een moker verbrijzeld. Drie mannen met capuchons over hun hoofd snellen naar binnen, plaatsen een ladder en rammen met de moker de hoog hangende neushoornkop van de muur. De kop davert naar beneden, vlak naast de opgezette tijger. De mannen rauzen de hoorns behendig los en zijn binnen twee minuten weer weg.


De laatste jaren zijn er tientallen inbraken en overvallen gepleegd in natuurmusea in Engeland, Duitsland, Italië, België en Nederland om de hoorns van neushoorns te roven. Vaak overdag, meestal door Engelssprekende mannen, af en toe met geweld- suppoosten werden met stun guns uitgeschakeld. Vermoed wordt dat de Rathkeale Rovers, een Ierse bende die voorheen haar geld verdiende met drugshandel en roofovervallen, verantwoordelijk is.


In 1972 was de consumentenprijs van neushoornhoorn 35 dollar per kilo, in 1991 4.700 dollar per kilo en nu 65 duizend dollar per kilo. Ter vergelijking: de huidige goudprijs is 42 duizend dollar per kilo. De prijs van cocaïne is in Europa 25 duizend euro per kilo. Dit maakt begrijpelijk waarom een Ierse bende zich concentreert op de soft targets van natuurmusea.


Aan het begin van de 20ste eeuw waren er een half miljoen neushoorns in Afrika en Azië. Van de zeventiger tot de negentiger jaren werden de neushoorns intensief gestroopt voor medicatie in Azië en voor de handvatten van Arabische dolken, jambiyas, die jongens krijgen op het moment dat ze man worden. In 1995 bereikte de neushoornpopulatie een broos dieptepunt met 2.410 exemplaren. Dankzij doortastend ingrijpen en goed natuurbeleid zijn er nu weer 20.405 witte neushoorns en 5.055 zwarte neushoorns in Afrika (aantallen 31 december 2012). Van de Aziatische eenhoornige neushoorn zijn er nog 3.000, van de Sumatraanse minder dan honderd en van de Javaanse 35. Een aantal ondersoorten is uitgestorven, van de Chobe zwarte neushoorn zou er nog één leven.


Zuid-Afrika herbergt viervijfde van alle witte neushoorns, Namibië eenderde van alle zwarte. Namibië is een voorbeeldland wat betreft natuurbescherming. Iets minder dan de helft van het land is natuurgebied, een oppervlak tien keer zo groot als Nederland. Het is ondergebracht in nationale parken en in communal en freehold conservancies.


Pierre du Preez, de neushoorncoördinator van het ministerie: 'Wij hebben een uniek systeem van conservancies. Er zijn er nu zeventig. Het zijn gebieden waar een bestuur, gekozen door de bewoners van het gebied, de leiding heeft. In de dorpen bestaan nog de oude structuren, de dorpsoudsten en de chiefs hebben autoriteit. In overleg wordt het natuurbeleid bepaald. De opbrengst van toerisme, trofeejacht en gewone jacht wordt verdeeld. Als er gestroopt wordt, steel je van alle inwoners in het gebied. Het is onmogelijk iedereen om te kopen. De corruptie is vaak, zoals in onze buurlanden Zuid-Afrika en Mozambique, een groot probleem. Vanuit Mozambique wordt veel hoorn naar Vietnam gesmokkeld.'


Bij mijn bezoek aan China en Noord-Korea enkele maanden geleden viel mij op dat ik nergens vogels hoorde fluiten. Natuurbescherming heeft geen prioriteit in Azië. Begin jaren negentig werd er in het Cat Tien Nationaal Park in Vietnam een tiental Javaanse neushoorns ontdekt, van een soort dat op het continent van Azië uitgestorven werd geacht. De dieren hadden de Vietnamoorlog en tonnen napalm en Agent Orange overleefd. In 2010 werd van het laatste exemplaar het karkas gevonden, de hoorn afgezaagd. Nu staan in Vietnam de Aziatische olifant, de Indochinese tijger en de Siamese krokodil op het punt van uitsterven. Maar de Vietnamees lijkt er eerder wakker van te liggen of de aangeschafte Christian Louboutins geen Chinese vervalsingen zijn.


Ik vrees dat de opwaartse sociale mobiliteit in Azië het einde van vele soorten zal betekenen. Het opkomen van een welvarende middenklasse, gecombineerd met een zich sterk uitbreidend Chinees netwerk in Afrika vormt een acute dreiging. 95 procent van de neushoornhoorn gaat naar Vietnam. Volgens Traffic, een dochterorganisatie van het Wereld Natuur Fonds, zijn de rijke middenklasse en overheidsdienaren in Vietnam de grootste gebruikers.


Meer dan de helft van de 80 miljard dollar die wereldwijd naar luxe-goederen gaat, wordt nu in Azië uitgegeven. De plotselinge rijkdom in landen waar men tot voor kort sociaal muurvast zat in een strikte dorps-, familie- of partijstructuur heeft een hysterische drang naar luxe-artikelen losgemaakt. Anders dan in Europa en de Verenigde Staten zijn de consumenten jong, tussen de 20 en 40 jaar oud en met liefde bereid enkele maanden op niets dan noedels te leven om met een Louis Vuitton tas op kantoor te kunnen verschijnen.


De Luxury Summit die in 2012 in Ho Chi Min stad werd gehouden, had de volgende conclusies: de luxeconsument in de Socialistische Republiek Vietnam heeft een hoge merkfocus en een lage merkloyaliteit. Zij zijn hongerig naar het onbekende, ze hebben hoge waardering voor traditie, imago en kwaliteit en zijn gevoelig voor de geliefdheid van een merk; het is belangrijk dat het merk algemeen als vriendelijk wordt ervaren. Men is boven alles op zoek naar erkenning.


De neushoornhoorn wordt geacht de concentratie te vergroten, de man sterker te maken, maar vooral te helpen tegen allerhande kwalen. Het onderzoek van Traffic toont dat het leeuwendeel van de hoorn gebruikt wordt voor een Vietnamees anti-kater-yuppendrankje. De hoorn wordt vermalen en met water aangelengd tot een melkachtige vloeistof. Het is een mengsel met een rokerige smaak, dat vaak gedronken wordt in een groepsritueel, om indruk te maken en je welstand te tonen. Japanse, Koreaanse en Chinese expats in Vietnam drinken het drankje om te verbroederen of een deal te beklinken. Op Vietnamese websites wordt het aangeprezen met de slogan: 'Neushoornpoeder met wijn is de drank voor miljonairs.'


Het 2012 rapport van Traffic spreekt van 'het Ferrari-effect' en noemt typisch gebruik: 'Communistische bureaucraten die niet ziek zijn, maar iets nodig hebben na lange avonden aanzitten aan staatsdiners... Het wordt geacht de juiste behandeling te zijn tegen de symptomen van de nieuwe lifestyle van de rijken: veel eten, drinken en drugs veroorzaakt lichaamswarmte en men denkt die te kunnen elimineren door neushoornpoeder met rijstwijn te drinken.'


Daarnaast waart er de laatste jaren in Vietnam een urban legend rond dat de hoorn zou helpen tegen kanker, maar dat is een kleiner deel van het gebruik. De wanhopigen die voor hun laatste geld om die reden neushoorn of valse neushoorn (van buffel- of koeienhoorn of van samengeperst plastic) kopen, kan ik begrijpen. Hoornleveranciers in Vietnam hebben wachtlijsten van maanden voor deze 'supervitamine' die alles schijnt te kunnen verhelpen. Jammerlijke waarheid is dat je net zo goed je nagels kunt afbijten en doorslikken of geraspte paardenhoeven, want dat heeft dezelfde samenstelling (keratine) en werking (geen).


In Outjo koop ik shirts voor mijn drie zonen met de tekst: Go see a doctor, leave the rhino alone! Namibië is zo groot als Nederland en Turkije tezamen en wordt bewoond door 2,2 miljoen mensen. Een groot deel van het land bestaat uit niet of moeilijk toegankelijk woestijngebied. De bomen worden kleiner en de mensen groter naarmate we verder noordwaarts gaan. Ook de koeien langs de weg veranderen: van amechtig hijgende Europese koeien via brahmanen naar inheemse soorten met grote hoorns om de kop koel te houden en zich te verdedigen en met lange poten om te rennen. Het land is schraal en droog.


Door de namen - riviertjes die Schwarzer Nossob of Bismarck heten, pensions en hotels met namen als Prinzessin Ruprecht, Teufelskrallen, Bitterwasser, Hammerstein of Jahkalsputz en natuurreservaten die met Sperrgebiet worden aangeduid - weet je dat Namibië een Duits protectoraat was. De orde die onze Oosterburen brachten, is blijven hangen. De gemaaide bermen langs de brede asfaltweg zijn van een on-Afrikaanse properheid. De wegen zijn krankzinnig recht. De gestandaardiseerde picknickplekken om de zoveel kilometer met banken, tafel en prullenbak van helder blauw en wit geverfd beton doen aan het Oost-Duitsland van Honecker denken. Na Outjo wordt het landschap steeds desolater.


Bij Khorixas verlaten we de geasfalteerde weg. De volgende 200 kilometer rijden we over grindwegen. De reisgids raadt aan hier altijd in een konvooi van twee auto's te reizen en extra water en brandstof mee te nemen. Het landschap is leeg, soms ossenrood gekleurd, dan paarsachtig grijs, met lage, schrale struiken. In drie uur tijd komen we drie auto's tegen waarvan één met twee Manara's met autopech. We helpen de auto aanduwen. We komen soms enkele hutten van wrakhout tegen en wat ezels met ingevallen flanken. We zien giraffen in een droge rivierbedding, springbokken tussen de struiken en in een oase een woestijnolifant die van een mopane boom eet.


De laatste kilometer naar de Grootberglodge halen we alleen in de lage versnellingen. We overnachten in een houten hut op de rand van een klif met een magnifiek uitzicht over de Klipriver vallei. 's Avonds moeten we onze schoenen binnenzetten omdat de gevlekte hyena die anders misschien pikt. Op de hellingen wemelt het van de bergzebra's. De lodge is eigendom van de 336.400 hectare grootte conservancie Khoadie-//H¿as*. Mijn plan was hier te paard op zoek te gaan naar de zwarte neushoorn, maar de paarden die bij de lodge stonden zijn naar 25 kilometer verderop verplaatst nadat er te veel aan de leeuwen ten prooi waren gevallen. Jozsi is niet rouwig. Paardrijden is zonder leeuwen al niet zijn grootste passie.


We trekken verder noordwaarts, verder het Kunene gebied in. We passeren de veterinaire grens die door het Noorden van Namibië loopt en brengen de nacht door in een tent. De hele nacht hoor ik beesten om ons heen rommelen en wroeten. Jozsi slaapt overal doorheen. Om 5 uur staan we op. We zijn voorbereid op een lange dag. Simson Uri-Knob, de velddirecteur van Save the Rhino Trust, zal ons mee de woestenij innemen, in de hoop dat we een zwarte neushoorn vinden.


We treffen elkaar bij Mai go Ha, het basiskamp van Save the Rhino Trust bij Palmwag. Terwijl we in het donker staan te dralen, vraag ik een van de rangers hoe de man die hier in december een neushoorn stroopte zo snel werd opgepakt. De ranger glimlacht en zegt: 'In Namibië reist het gerucht razendsnel. En we hebben een anonieme tiplijn voor neushoornzaken. Dorpelingen begrepen wat de man aan het doen was en waarschuwden ons en de politie. De stroper stal van ons allen.'


Het is volle maan. In de verte tekenen de palmen van Palmwag zich af tegen de diepblauwe hemel. In vijf minuten wordt het ineens van pikdonker klaarlichte dag. Op de kale aarde lopen koedoes en orixen. Tussen de miljarden rotsen slingert een vaag bandenspoor. We kruipen in onze fourwheeldrive door een desolaat landschap achter een witte pick-up truck aan. De laadbak staat vol met rangers in de donkergroene shirts van Save the Rhino Trust. Bij elke droge bedding springen er enkelen uit de laadbak en speuren naar sporen in het rulle zand.


Na twee uur verdwijnen twee rangers zoekend door een rivierbedding. Wij blijven wachten. Na een kwartier gaan we verder en stoppen even later weer. De rest van de rangers springt uit de bak. Simson wenkt dat we moeten komen. Hij fluistert dat de trackers een neushoorn gevonden hebben. Het is waarschijnlijk Maria, een jong volwassen vrouwtje, bijna 4 jaar oud, die kort geleden haar moeder verlaten heeft en nog niet helemaal is gewend aan het onafhankelijke bestaan. Ze waart onwennig rond in het territorium van haar moeder.


Traag gaan we tussen armzalige mopaneboompjes en schrale koedoestruiken omhoog. We lopen honderden meters de helling op, de zwerm rangers voor ons uit. De neushoorn is een miljoenen jaren oud beest, een soort dinosaurus. Ik denk aan de woorden van Pierre du Preez, de neushoorncoördinator van het ministerie: 'Als je voor het eerst een neushoorn ziet dan denk je: die hoort hier niet. Die had allang uitgestorven moeten zijn. Je kunt het niet geloven dat zo'n groot prehistorisch beest in deze wereld kan leven.'


We bereiken de top van de heuvel. Simson stopt en wijst. Daar. Ze is 200 meter van ons af, een grijze vlek. Het is niet de sensatie van Du Preez die over mij komt. Het is meer zoals toen ik president Jeltsin zag in Sint Petersburg: ik had hem al zo vaak op foto's en televisie gezien dat-ie in het echt een beetje tegenviel en eigenlijk nogal gewoontjes overkwam. Het duurt even voordat ik Maria vang in de kijker. Ze eet bladeren van een laag boompje en kwispelt met haar staart, die als een oude schoenveter van haar billen hangt. Haar onhandigheid ontroert me.


Het nieuwe goud


In 1972 was de consumentenprijs van neushoornhoorn 35 dollar per kilo, in 1991 4.700 dollar per kilo en nu 65 duizend dollar per kilo. Ter vergelijking: de huidige goudprijs is 42 duizend dollar per kilo. De prijs van cocaïne is in Europa 25 duizend euro per kilo. Dit maakt begrijpelijk waarom een Ierse bende zich concentreert op de soft targets van natuurmusea.


Tongklikken


De leestekens in de naam Khoadie-//H¿as staan voor klikklanken die bepaalde Afrikaanse volken en stammen in hun spraak gebruiken. Er zijn verschillende soorten kliks, die elk een ander gebruik van de tong vergen en allen hun eigen specifieke geluid hebben; van een zacht, kort 'tzk'-geluid tot scherpere, meer knallende kliks. Elke klik heeft zijn eigen leesteken.


Voor dit stuk is gebruik gemaakt van het 2012 Traffic-rapport: The South-Africa - Viet Nam Rhino Trade Horn nexus; A deadly combination of institutional lapses, corrupt wildlife industry professionals and Asian crime syndicates. Zie verder: savetherhinotrust.org en traffic.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden