Rheinsberg

Een amoureus weekeinde in 1911 met vriendin Else Weil maakte Kurt Tucholsky een jaar later in één klap beroemd en mét hem het stadje Rheinsberg....

Het debuut van de Duitse schrijver, Rheinsberg. Ein Bilderbuch für Verliebte, verhaalt van de verliefden Claire en Wölfchen die de hectiek van Berlijn gedurende drie dagen inruilen voor de rust en de romantiek van Rheinsberg. In de vrolijke liefdesidylle is al volop de satiricus Tucholsky te herkennen die in latere jaren met zijn pen ten strijde zou trekken tegen veel in het algemeen en machtsmisbruik en militairisme in het bijzonder ('Soldaten sind Mörder').

In feite genoot Rheinsberg al volop faam. Die roem gold niet zozeer het stadje dan wel het weelderige slot aan de oever van het Grienerickmeer. Daar bracht kroonprins Frederik van 1736 tot 1740 'de gelukkigste jaren van mijn leven' door.

Hij was de latere koning Frederik de Grote, der alte Fritz, die de poorten van het slot openzette voor tal van muzen. Voltaire kwam langs, net als Christian Bach en de muzikale broers Graun.

Tussen de bezoeken door hield Frederik zich onledig met componeren, dichten, musiceren en - zijn huwelijk ten spijt - met de herenliefde. Voor dat laatste steekt de hedendaagse slotgids haar hand niet in het vuur, maar ze wil het wel terloops gezegd hebben.

Rheinsberg als muzentempel. Het kost ter plekke weinig moeite zich voor te stellen hoe in die 18de eeuw het slot inspirerend werkte op zijn bewoner en diens gasten. En dan vooral het slot aan de buitenkant, de twee ronde torens, de sierlijke colonnade, de marmeren beelden, het rood van de dakpannen, de crèmekleurige muren. Maar ook het uitzicht over het meer, de spiegeling in het water, het park dat in een halve cirkel om het meer ligt, de obelisk op de westelijke oever, de groene gazons. Tezamen zijn zij verantwoordelijk voor de voorspelling die Tucholsky in 1912 de slotbeheerder in de mond legde: 'U zult de herinnering hieraan uw hele leven bewaren.'

Toen de kroonprins als Frederik II in 1740 de Pruisische troon besteeg, gaf hij slot Rheinsberg aan zijn veertien jaar jongere broer Heinrich cadeau. Ook die hield van de muzen - hij speelde viool - én van de heren, wat bleek uit een zorgvuldig bijgehouden huishoudboekje.

Tot zijn eenzame dood in 1802 woonde Heinrich in Rheinsberg. Hij breidde het park uit, schafte een eigen hofopera aan en liet het theater bouwen waarin nog steeds de muziektraditie uit Frederiks tijd wordt voortgezet. Rheinsberg lag Heinrich na aan het hart, maar af en toe had hij als veldheer verplichtingen elders zoals tijdens de Zevenjarige Oorlog.

Ruimschoots vóór Tucholsky had collega Theodor Fontane Rheinsberg al met een bezoek vereerd. Hij berichtte er over in zijn lijvige reisboek Wanderungen durch die Mark Brandenburg. Voordat Fontane bij het slot aanbelde, ging hij lunchen in de Ratskeller, 'überhaupt geen kelder, maar een vakwerkhuis', en wees hij zijn lezers op 'het dak van prachtige kastanjebomen' rond de Markt.

Die bomen staan er nog steeds, net als de Ratskeller, al heeft die het vakwerk ingeruild voor een gestucte voorgevel. Vanaf het terras van de Ratskeller is het wel en wee van Rheinsberg vrijwel tot in detail te volgen. Wie liever aan het water mijmert, kan terecht op het terras van See-Pavillon 'mit grossem Garten' en een eigenaresse die graag klaagt over de dure euro uit het westen en de koude wind uit het oosten.

Als dank voor zijn aanprijzingen kreeg Fontane een plein. Tucholsy is ruimer beloond: een bomenrijke straat, een naar hem genoemde boekhandel - waar Fontane hem op kwantiteit ruimschoots verslaat - plus twee zaaltjes in de noordelijke vleugel van het slot, de Gedenkstätte. Boeken, foto's, uitvergrote uitspraken, kranten en brieven eren de 'ontdekker' van Rheinsberg, die met Else Weil - die van dat weekeinde - trouwde, maar met haar niet gelukkig werd.

Na de dood van prins Heinrich zette de verwaarlozing van het slot in en verdween een groot deel van de inventaris naar alle windstreken, verkocht door erfgenamen in geldnood.

Tussen 1953 en 1991 fungeerde het slot als sanatorium voor 160 diabetici die - de gids benadrukt het in vrijwel iedere zaal of kamer - omzichtig, eerbiedig zelfs, met het gebouw omsprongen. Nog geen vier weken was het sanatorium dicht toen een grootscheepse restauratie op gang kwam die tot de dag van vandaag voortduurt.

Niet voor niets: in tien jaar trokken slot en park meer dan een miljoen bezoekers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden