Revolutie in de polder

Waterschappen en polderdistricten veranderen drastisch. Hun aantal is in zes jaar gehalveerd en agrarische belangen krijgen niet meer vanzelfsprekend voorrang....

IN HET begin, zegt Thea van der Veen-Sciarone (38), was het wel even schrikken voor de boerenmannen in de polder. Een 'groene' in het bestuur van het polderdistrict. Daarbovenop ook nog eens vrouw, zwanger en wel. En dat in een eeuwenoud boeren- en mannenbolwerk. Een voodoo-priester die zich kandideert voor de raad van ouderlingen in Staphorst was niet verbaasder aangekeken. De polderbestuurders waren bijna even onthutst als Thea van der Veen onzeker was. 'Ze hadden zoiets van: wat nu?'

Niet dat ze meteen vijandig waren, zegt ze. 'Ze zijn wel boeren, maar boeren met stropdas.' Maar om te zeggen dat ze serieus werd genomen, nou nee. 'Bij feestjes schoof ik altijd als laatste aan tafel. Ik werd geaccepteerd als tafeldame, niet als discussiepartner.'

Nu draait ze alweer een paar jaar mee in het bestuur van polderdistrict Groot Maas en Waal, als groene bestuurder. Dat ze zich tegenwoordig als een vis in het water voelt is overdreven. 'Het blijft David tegen Goliath.' Maar ze koestert haar bescheiden overwinningen.

Zoals het proefproject 'natuurvriendelijke oevers' dat ze voor elkaar kreeg. Langs een aantal waterkanten worden geen paaltjes meer gezet. 'Dat kost meer land, maar het is beter voor de dieren.' Vroeger zouden de boeren in het polderdistrict zoiets nooit hebben gepikt.

'Nu begint dat te lopen. Dat ze zeggen: oké, het zij zo.' Dat is winst, vindt ze. 'Ik zit er niet om direct dingen te bereiken, maar meer voor verandering op lange termijn.'

De zegeningen van het Hollandse poldermodel zijn in binnen- en buitenland bejubeld. Maar dat het instituut waarnaar het model is vernoemd de afgelopen jaren een kleine revolutie heeft doorgemaakt, is aan vrijwel ieders aandacht ontsnapt. In zes jaar is het aantal waterschappen en polderdistricten door schaalvergroting en fusie gehalveerd, van 110 naar 57. In 1950 waren er nog drieduizend.

Zeker zo belangrijk is dat de waterschappen ook een kwalitatieve omwenteling hebben doorgemaakt. De oude boerenrepublieken, zoals de noordelijke dijkgraaf A. van Hall ze ooit noemde, zijn gevallen. De waterschappen nieuwe stijl hebben een groen randje gekregen.

Waterschappen, heemraadschappen, hoogheemraadschappen, polderdistricten - verschillende aanduidingen voor ongeveer hetzelfde - zijn de oudste democratische bestuursvormen van Nederland. De eerste ontstonden in de dertiende eeuw in het Rijnland, het gebied tussen Gouda en Haarlem.

Het proces ging overal op dezelfde manier. Buurtschappen en boeren die gezamenlijk het waterbeheer regelden of een dijk beheerden, sloten zich aaneen tot grotere eenheden waaruit de waterschappen ontstonden.

In het bestuur maakte de adel de dienst uit, vandaar de term water- en dijkgraven. Hoe belangrijk het waterbeheer was, moge blijken uit het feit dat een watergraaf zelfs de doodstraf kon opleggen. Nog steeds is de dijkgraaf alleenheerser op zijn dijk als het water tot crisishoogte stijgt. Als hij zegt dat een huis weg moet, gaat het weg.

Al is de graaf de baas, de waterschappen kennen vanaf het begin inspraak, zegt G. van de Ven, hoogleraar Waterstaatsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. 'De graaf van Holland wilde een sluis maken in het Spaarne. De mensen in de polder waren tegen, omdat de dijk zou worden verzwakt. Ze kwamen in opstand. Goed, zei de graaf, ik zal nooit meer iets doen zonder jullie erin te kennen. Vanaf nu zijn jullie medebestuurders.' Het poldermodel was geboren.

N

A DE teloorgang van de adel namen boerenorganisaties begin vorige eeuw het roer over. Ze hadden jarenlang de alleenheerschappij. Waterschappen kenden een vorm van democratie met als credo: 'Wie betaalt, bepaalt.' De boeren betaalden het meest, dus bepaalden het meest.

Jarenlang dienden de waterschappen de boerenbelangen. De laatste tientallen jaren beginnen andere groepen zich te roeren. Agrarische belangen krijgen niet meer vanzelfsprekend voorrang. Natuur- en milieu-overwegingen spelen een steeds belangrijker rol.

Ook de waterschappen ontkwamen er niet aan. In 1995 werd een nieuwe categorie bestuurders ingevoerd: ingezetenen, die optreden namens alle bewoners in het gebied van een waterschap. Inmiddels kunnen alle Nederlanders om de vier jaar rechtstreeks hun afgevaardigden kiezen in het waterschapsbestuur.

Milieugroeperingen hebben dat aangegrepen om eigen kandidaten naar voren te schuiven. Met succes. De waterschappen hebben ongeveer 250 groene bestuurders, eenvijfde van het totaal.

Dick Schrier werd in 1995 gekozen in het bestuur van waterschap Rijn en IJssel. Schrier is gepensioneerd en lid van natuurvereniging IVN. 'Wat ik aantrof was een echt boereninstituut. Je werd een beetje vreemd bekeken als groene bestuurder. Er werd de draak met ons gestoken. Wat kom jij nou hier doen?, zeiden ze. Wij zijn de hele dag al groen bezig.'

De agenda werd beheerst door boeren. Boeren willen twee dingen: veilige dijken en droge grond, zodat ze vroeg het land op kunnen met hun machines. Maar langzamerhand zijn de prioriteiten aan het verschuiven, zegt Schrier.

In het Rijnstrangengebied bij Zevenaar stierven rietvelden af omdat het waterpeil te laag was. Nu ligt dat hoger. Mede dankzij Schrier. 'De invloed is beter verdeeld. Maar ik moet zeggen dat ook in de agrarische hoek jongeren zijn gekomen die welwillender staan tegenover het milieu.'

G

ROENE bestuurders zijn met de stroom meegegaan, vindt Carla Oosterhof, die namens Natuur en Milieu de provinciale milieufederaties ondersteunt die op hun beurt de groene bestuurders bijstaan. 'Er was al een trend naar integraal waterbeheer. Daarom is het moeilijk aan te geven hoeveel effect groene bestuurders precies hebben gehad.' De opkomst van groene bestuurders heeft nergens tot confrontaties geleid, zegt Oosterhof. Dat past ook niet in een overlegmodel bij uitstek.

Zelf zit ze in het bestuur van waterschap Rijn en IJssel, waar ze met haar kennis en interesse respect heeft afgedwongen van haar medebestuurders. 'Maar je blijft een groene. Wij staan voor ecologisch waterbeheer. Door sommigen wordt dat nog steeds gezien als iets dat niet thuishoort bij het waterschap.'

De boeren zijn goed georganiseerd en kunnen daardoor hun stempel drukken op het waterbeleid. Maar de opmars van de groenen is onstuitbaar. 'Onze verkiezingscampagnes worden professioneler. De laatste trend is dat steeds meer groenen in het dagelijks bestuur worden gekozen.' Dat is belangrijk, vindt Oosterhof, want daar wordt werkelijk beleid gemaakt.

Oud-dijkgraaf J. van Leeuwen is een polderbestuurder van de oude stempel. Zijn familie pacht sinds vorige eeuw een boerderij bij Elst, waar de schoenen bemodderd met rivierklei bij de voordeur staan. Van Leeuwen is stevig geworteld in het agrarisch old boys-netwerk.

Hij bekleedde dertig jaar lang tal van functies in landbouworganisaties en zat 32 jaar in het bestuur van polderdistrict Betuwe, de laatste zeven jaar als dijkgraaf. Van Leeuwen maakte twee hoogwaters (1993 en 1995) mee waarbij de dijken bijkans op springen stonden. In 2000 werd hij 65 en moest hij aftreden.

Het polderdistrict heeft een cultuuromslag doorgemaakt, zegt Van Leeuwen. 'Dat zag je bij de dijkverhoging. We hebben de mensen uitgenodigd om mee te praten. Heel wat anders als de NS met de Betuwelijn.' En de groene bestuurders waren in het begin dan wel een vreemde eend in de bijt, erkent Van Leeuwen, 'maar ze zijn toch goed opgenomen. Het is één club geworden.'

Tegelijkertijd is de wereld van het water enorm veel groter geworden. Het is voor een polderbestuurder niet meer genoeg om te weten waar het kwelwater omhoog komt en welk stukje dijk het eerste gaat schuiven.

De moderne waterschapsbestuurder moet meepraten over het broeikaseffect, klimaatveranderingen, de stijgende zeewaterspiegel, de ecologische hoofdstructuur, waterzuivering, integraal waterbeheer, bouwplannen, milieuvergunningen.

W

ATERSCHAPPEN zijn bezig zich snel te professionaliseren. Van Leeuwen juicht dat toe. Maar het goede van weleer moet bewaard blijven, zegt de oud-dijkgraaf. Hij is er mordicus op tegen om van de waterschappen een ambtelijke dienst te maken, net als Rijkswaterstaat. Verkiezing van waterschapsbestuurders is volgens hem essentieel.

'Doordat wij worden gekozen door de bevolking krijgen we mensen binnen met gebiedskennis. Dat is goud waard.' Dat maar een kwart van de kiezers de moeite neemt om te stemmen op een volslagen onbekende kandidaat, doet daar voor hem niets aan af.

'Dat moet meer worden. We moeten die beslotenheid doorbreken, we moeten naar buiten treden. Dat past niet bij de cultuur van het polderdisctrict die er een is van mond houden en doorwerken. Maar het moet. We moeten naar de burger toe.'

Het belangrijkste kenmerk van het waterschap is dat het een 'functionele democratie' is, legt de oud-dijkgraaf uit. Het waterschap gaat alleen over water, maar gaat ook als enige over water. 'Het is fundamenteel dat dit zo blijft. De veiligheid van de dijk mag nooit worden vermengd met een discussie over een nieuw bejaardentehuis of extra politie. Want dan weet je wel wat er gebeurt.' Bij laag water is de keuze voor meer politie zo gemaakt.

Ook van hoogleraar Van de Ven mogen de waterschappen blijven. 'Het werkt echt heel goed. Waterschappen zijn pragmatisch, ze gaan niet mee in de waan van de dag. Zolang ze zich maar bij water houden en de band met de streek niet verliezen. Dat is heel belangrijk.'

Ze zijn ook zo oer-Hollands, zegt Van de Ven. 'Onze waterschappen zijn uniek in de wereld. De dijkgraaf van Delfland is ooit gevraagd te bemiddelen in een conflict over water in Kenia. Hij stelde voor een waterschap te vormen. Dat viel niet in goede aarde.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden