Reusachtig en onbeholpen

Morgen kiest Duitsland tussen Helmut Kohl, de belichaming van de Duitse rijkdom, en de 'plasticman' van de Derde Weg, Gerhard Schröder....

Het draaiboek voor de inauguratie van de kandidaat liet niets aan het toeval over. Nauwkeurig was voorgeschreven met welke schijnwerpers en op welk moment hij moest worden belicht. Zodra Conquest of Paradise, dat vreselijke lied, door de zaal klonk, moest de kandidaat enkele stappen vooruit, lachen en zijn armen in de lucht steken zoals een bokser het doet die zojuist zijn tegenstander knock-out heeft geslagen.

De partijvoorzitter diende op dat moment pal, maar ongedwongen naast hem te gaan staan. Eveneens zwaaiend naar het publiek, de gedelegeerden. Zo kwam de eenheid in de top van de Duitse sociaal-democratie goed tot uitdrukking. 'Beiden maken het V-teken.' Volgens het draaiboek moest er ook nog een kindje het podium op. Dat kwam goed uit, want de kandidaat had zojuist zijn vierde eega geëcht, moeder van een leuke peuter.

Gerhard Schröder, de kandidaat, had er voor de gelegenheid een extra haarspoeling tegenaan gegooid en Oskar Lafontaine, de SPD-voorzitter, had zich nieuwe tanden in de mond laten stoppen. De kandidaat-kanselier hield vervolgens een bijna twee uur durende toespraak. Prima dictie, maar toch slaapverwekkend, want inhoudelijk dun en vaag. Hij had het over 'het nieuwe midden', 'gerechtigheid' en 'innovatie'. Hoogste tijd, zo hield de kandidaat samengevat zijn partijgenoten voor, dat Duitsland weer modern wordt.

Ook het applaus was geregisseerd: 'Zaal brengt staande ovatie, alle lichten aan. Schröder en Lafontaine wandelen langzaam de zaal uit.'

De partijvoorzitter had zoals gebruikelijk het laatste woord. Lafontaine immiteerde de beroemde Italiaanse voetbaltrainer Giovanni Trappatoni, die eerder in het jaar voor de tv-camera's buiten zinnen was geraakt over de wanprestaties van zijn spelers, de miljonairs van Bayern München, Duitsland rijkste sportvereniging. In gebroken, zo men wil koddig Duits verklaarde de Italiaan dat hij er genoeg van had. Hij nam ontslag.

Op zondagavond 27 september, na sluiting van de stembussen, zou Helmut Kohl zich volgens Lafontaine op de tv net zo uitdrukken als 'Trap'. Kennelijk vond hij de grap zeer geslaagd, want nog vele malen, tot deze week toe, zou 'der Oskar' het stukje cabaret bij elk optreden herhalen.

Ja, de stemming zat er toen goed in, 'de dikke' was eigenlijk al verslagen.

De voorgaande avond was het ook al feest geweest. In de nieuwe beurs van Leipzig - want daar bevonden we ons op 17 april 1998 - vierde de Sociaal-Democratische Partij van Duitsland in ongedwongen sfeer het 'Schröder-effect', dat de volgende dag door de gedelegeerden met ritmisch geklap zou worden onderstreept. Een maand eerder had Schröder de verkiezingen gewonnen in zijn deelstaat Nedersaksen en kon voorzitter Lafontaine - kanselierskandidaat in 1990 - niet langer om zijn partijvriend heen. In plaats van zichzelf moest hij Schröder voordragen als toekomstig regeringsleider. Een goede keus, zeiden de polls.

Schröder (54) overtrof de populariteit van Willy Brandt en zou zijn tegenstander, de 68-jarige Helmut Kohl, op 27 september verpletteren. Het partijcongres hoefde de beslissing van Lafontaine alleen nog te bevestigen. Schröder was Tony Blair en Bill Clinton in één persoon. New Labour, Derde Weg, Gerechtigheid, Modern. De verbittering over vele jaren oppositie en vier mislukte kanselierskandidaten zou met een klap, namelijk met 'unser Gerd', vergeten zijn. Kortom, het 'Schröder-effect'.

'Modern' betekent in het overwegend blanke Duitsland ook verschillende huidskleuren. Daarom was in Leipzig, op de avond voor het congres, een zwarte zangeres ingehuurd, die een zaal vol uitsluitend wit, maar enthousiast publiek moest opzwepen. Nothing can stop us now, zong een donkere funklady uit de VS. Niemand reageerde, iedereen voelde zich ongemakkelijk. Na afloop wist de artieste niet hoe snel ze weg moest wezen.

De arme Helmut Schmidt, SPD-kanselier van 1974 tot 1982, moest het zich allemaal laten welgevallen. 'Fijn dat je terug bent in het kamp der overwinnaars', zei partijsecretaris Müntefering. Alweer volgens het draaiboek werd de eerbiedwaardige wereldpoliticus van onderen en van boven in het licht gezet door een batterij van veelkleurige spotlights. Er was geen ontkomen aan, de kandidaat en de partijvoorzitter, beiden vooraan toen hun kanselier in 1982 in eigen gelederen werd gesloopt, hielden Schmidt in de houdgreep.

Nee, dan Helmut Kohl, unplugged.

Als Kohl het podium betreedt, staan er alleen een microfoon en een bord waarop de economische Aufschwung wordt gememoreerd. Een echte redenaar is hij niet. Kohl spreekt niet, zoals Schröder, mooi en correct Duits. Door de jaren heen is hij steeds meer gaan lispelen in een voor veel Duitsers lastig te volgen dialect uit de Palts, zijn geboorteland. Een bejaarde vriendin uit het Roergebied beweert zelfs dat ze zich zeer moet inspannen om de kanselier enigszins te kunnen volgen.

Als verschijning is hij reusachtig, maar toch een beetje onbeholpen. Onvolprezen z'n campagneleiders, die hem als olifant hebben uitgebeeld, 'Keep Kohl'. De kanselier (sinds 1982) en CDU-voorzitter (sinds 1973) wordt gepresenteerd als Weltklasse. Hij is de enige die zich zo'n tegenstelling kan veroorloven. Provincie en toch cult, wereldwijd. Wat hij te vertellen heeft, heeft hij al zo vaak verteld dat iedereen er slordig bij zou gaan praten.

Naar schatting 1,5 miljoen mensen heeft Kohl de afgelopen maanden live toegesproken, op het marktplein, in de sporthal en aan het strand. Zijn tournee had soms iets weg van een afscheid, alle oude succesnummers werden nog eens afgedraaid. Van NATO-dubbelbesluit, via Duitse vereniging tot aan euro. Hij wil het graag afmaken: 'Het dak op ons Europese huis is nog niet stormvast.' Het binnenlandse stucwerk - de bezuinigings- en ombuigoperatie uit 1996 - wil hij 'consolideren', opdat het met de werkgelegenheid ook de goede kant uitgaat.

GISTEREN, vrijdag, sloot Kohl zijn campgane af in Mainz, de hoofdstad van zijn politieke Heimat, de Palts. Uit de reacties van het publiek kon weinig worden opgemaakt. Net als in 1983, 1987, 1990 en 1994 klonken hier en daar trillende fluitjes. Vroeger door Kohl verfoeid, thans door hem afgedaan als 'de intellectuele bijdrage van de vakbeweging'. Men staart, juicht, wil hem aanraken. De toeloop - uit bewondering, verbazing, of alleen maar om hem nog een keer van nabij mee te maken - was overal veel groter dan in voorgaande campagnes.

Kohl is allang geen politicus meer, Kohl is een event, zoals ook in het Duits tegenwoordig een geweldige gebeurtenis wordt genoemd. De journalisten in zijn gevolg - vroeger altijd een doorn in 's kanseliers oog - werden vaderlijk toegesproken: 'Dames en heren. Ik hoop dat u bent uitgeslapen, zodat u goed kunt horen wat ik te vertellen heb.'

De hatelijke verslaggeving is eveneens verdwenen. Zelfs de allergrootste Kohl-haters van Der Spiegel erkennen deze week in het laatste nummer voor de verkiezingen het spoor bijster te zijn. In de polls staat Kohl nog steeds op verlies; niettemin: 'Nog nooit was de uitkomst zo ongewis.' Ook de overige Duitse media, die hem vanaf februari dit jaar unaniem hadden afgeschreven, zijn gaan aarzelen. 'Kohl moet weg', in feite het enige programmapunt van kandidaat Schröder, is misschien toch te mager.

Kritiek op Kohl is er de laatste dagen niet meer bij, want zinloos. Telkens als hij op een fout werd betrapt - en dat gebeurde juist in de campagne regelmatig - werden er interessante analyses gecomponeerd waarin de kanselier toch echt zijn eigen glazen had ingegooid. Het effect was averechts, want zijn achterstand op Schröder slonk verder. François Mitterrand heeft het vroeger al eens gezegd: 'Onbegrijpelijk dat zoveel intellectuelen in Duitsland het scherpe verstand van Kohl onderschatten.'

Hoe kan dit fenomeen worden verklaard anders dan met de dooddoener 'hij heeft altijd al gewonnen'?

Het antwoord ligt niet bij Schröder, de plasticman uit Hannover, maar bij de 60,5 (van de 82) miljoen Duitsers die morgen mogen stemmen en ook gáán stemmen met minstens 70 procent. Ongeacht hun politieke voorkeuren zijn ze in overgrote meerderheid zeer behoudend van aard.

Niet voor niets probeert de SPD met een op het eerste oog nauwelijks van Kohl afwijkend programma stemmen te winnen in het 'nieuwe midden'. Waar dat precies ligt, is ook Schröder niet helemaal duidelijk. In ieder geval omvat het de vele tienduizenden midden- en kleinbedrijven, na de oorlog opgerichte familieondernemingen, die over het algemeen tevreden zijn en doorgaans CDU/CSU stemmen.

Juist door deze belangrijke kiezersgroep wordt een fiscale verlichting verwacht, omdat de lasten sinds de Duitse vereniging steeds zwaarder werden en de concurrentie gelijkertijd moordend is geworden. Precies het voornaamste thema in de verkiezingscampagne en precies de zaak waarover de Bondsdag en de door Schröders partij gedomineerde Bondsraad sinds vorig jaar ruzie maken.

Het klinkt saai, maar morgen wordt vooral gestemd over geld, namelijk over een sanering van het peperdure belastingsysteem. Sociaal-democraten en christen-democraten hebben wat dat betreft hetzelfde belang: wie garandeert ons geloofwaardig dat we welvarend blijven?

De extreme behoudzucht van de Duitsers, zo is deze correspondent in de afgelopen acht jaar gebleken, is niet onsympathiek en bovendien begrijpelijk. Duitsland, ook verenigd met de failliete DDR, is steenrijk en welvarend. Na de oorlog, toen alles in puin lag, is het allemaal zelf opgebouwd en verdiend met de continu draaiende betonmolen. Werkloos of niet, de Duitser bouwt en bouwt en bouwt nog steeds.

Cijfers? Tussen 1982 en 1998 hebben de Duitsers hun gezamenlijke geldvermogen op de bank vergroot van 167 miljard tot 5344 miljard mark. Netto bedraagt het gemiddelde jaarinkomen per werknemer circa 40 duizend mark. De Duitsers werken hooguit 38 uur per week en gaan 31 dagen per jaar met vakantie. Tijdens hun buitenlandse verkenningen gaven ze vorig jaar 70 miljard mark uit. Mallorca is inmiddels de zeventiende deelstaat en voor een liter benzine betaalt de Duitser thuis hooguit 1,60 mark: 1,80 gulden. De inflatie is vrijwel verdwenen en de hypotheekrente bedraagt 5,5 procent.

Ze hebben een fijngesponnen verzekeringssysteem, dat alle terreinen bestrijkt en iedereen uitstekende medische verzorging, een goed pensioen of een mooie uitkering garandeert. In geen ander land is het verenigingswezen zo ontwikkeld als in (West)Duitsland. En als ze zich ergeren aan de buren kunnen ze het hele justitiële apparaat, inclusief het gevreesde Ordnungsamt, in werking zetten. Een Rechtsschutz, een verzekering voor juridische bijstand, behoort tot de standaarduitrusting.

De kosten van het sociale vangnet zijn enorm, maar kennelijk te dragen. Bij het uitdelen van de rapportcijfers voor de euro is althans niet gebleken dat Duitsland gebukt gaat onder ondragelijke armoede. Integendeel.

Al deze rijkdom wordt belichaamd door Helmut Kohl, het zwaargewicht dat al zestien jaar regelmatig enkele weken moet 'abspecken' wegens te veel kilo's en wiens credo onveranderd kort maar krachtig luidt: 'Waar gewerkt wordt, wordt ook gefeest.' Buitenstaanders blijft het verbazen hoe snel de Duitser geneigd is het glas te heffen. Elke gelegenheid, hoe simpel ook, wordt aangegrepen voor een feest. Of het ook gezellig is, overigens een in Duitsland minder bekend begrip dan in Nederland, maakt niet uit. 'We hebben het verdiend', zegt de Duitser.

Kohl = Duitsland = welvaart, althans op federaal niveau. Dat hij overal in de wereld inmiddels als raadgever is gevraagd en op de kanselarij in Bonn dagelijks bijna evenveel buitenlandse gasten moet ontvangen als president Clinton in het Witte Huis, vindt de doorsnee Duitser zeer belangrijk. Voor het eerst in de geschiedenis heeft Duitsland overal vrienden en ziet het er niet naar uit dat enig buurland zich bedreigd voelt.

Daarom, geen experimenten. Er zijn historici, zoals Michael Stürmer, die de oorsprong van deze behoefte aan rust, ook wel Duits conservatisme genoemd, zoeken in de 17de eeuw, toen het land en de meerderheid van zijn bevolking tijdens de Dertigjarige Oorlog letterlijk werden vernietigd. Aannemelijk is dat het toch vooral de totale verwoesting, inclusief de morele showdown van 1945 was die nog steeds in het bewustzijn aanwezig is.

Sporen van die verwoesting zijn nog te vinden in Oost-Duitsland, al moet men snel zijn: met de inzet van 1000 miljard mark - een bedrag waarmee de gehele Benelux kan worden opgekocht - is de DDR op de schop genomen en binnen acht jaar bijna geheel gerenoveerd.

Regionaal, in zijn stad, Kreis of deelstaat, houdt de Duitse kiezer zijn eigen belangen goed in het oog en kan het zijn dat hij uit traditie SPD stemt, zoals de meerderheid in de voormalige kolen- en staalregio van Noordrijn-Westfalen. Met progressief of modern heeft dat niets te maken. Men stemt SPD omdat de partij overheidssubsidie garandeert voor een failliete boedel.

De aanhang van de Groenen in Baden-Württemberg kan evenmin 'links' worden genoemd. Om 'verdere aantasting van het milieu' te voorkomen, stemmen de villabewoners aldaar op de Groenen, omdat zij liever geen volkswijken in hun weelderige landschap zien. Federaal stemmen ze CDU.

Zelfs München, de hoofdstad van Beieren, heeft een SPD-burgemeester. In swinging München is het traditie dat de grootstedeling zich afzet tegen het agrarische achterland. Vandaar SPD. Bij de Beierse verkiezingen, twee weken geleden, stemde de stad massaal op CSU-premier Stoiber, omdat het toen even om iets anders ging.

Nee, van een Umbruchstimmung, zoals ten tijde van Willy Brandt, is geen sprake. Ondanks de vier miljoen werklozen. Toch kan Kohl morgenavond zijn verdwenen. Bijvoorbeeld als zijn CDU/CSU tegen alle prognoses in als grootste partij eindigt en gedwongen is een grote coalitie aan te gaan met de SPD omdat andere partners de kiesdrempel niet hebben gehaald. Kohl zou zich winnaar kunnen noemen, maar zal weigeren met de Soz te regeren. Overigens is Schröder in dat geval ook verdwenen.

Er zijn meer scenario's denkbaar, maar daar gaat het hier niet over. De vraag is of Helmut Kohl de verkiezingen wint. Dat is alleen het geval indien zijn zestien jaar oude coalitie met de liberalen van de FDP de meerderheid behoudt en hij kanselier blijft.

In 1994 was het op het randje. Zelfs met een vlieggewicht als kanselierskandidaat, wielrenner Scharping, kwam de SPD krap 150 duizend stemmen tekort om Kohl te verjagen - een meerderheid van twee zetels voor de regering, de komende vier jaar leken een kwelling te worden. Een dag na de verkiezingen lachte het geluk de kanselier opnieuw toe en kreeg hij zomaar een handvol meer restzetels dan de oppositie toebedeeld. Hetzelfde kan morgenavond gebeuren.

Samen met een collega uit Polen - 'We zijn bereid voor Kohl ons leger over de grens te sturen' - houd ik het al sinds de inauguratie van kandidaat Schröder op een zege van Kohl. In de wetenschap dat zijn persoonlijke populariteit altííd al minimaal was. Het Duitse persbureau DPA wijdde er deze week een berichtje aan: 'Koppig houdt de Bonner correspondent van de links-liberale Volkskrant vast aan een overwinning van Kohl.'

Alle overige buitenlandse waarnemers denken er anders over. Ook de echte experts, de Duitse kiezers, schijnen volgens de enquêtes zestien jaar Kohl voldoende te vinden. Een dwaas die het negeert. Daarom: leve kanselier Schröder.

Willem Beusekamp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden