Reus in kabouterland

Paulus de Boskabouter werd zijn beroemdste schepping, maar Jean Dulieu was even sterk in het vrijere werk, zoals een boek en een expositie aantonen.

Decennialang was hij een begrip, maar wie is opgegroeid met smartphones en iTunes zal niet meteen z'n oren spitsen bij het horen van de naam Jean Dulieu. Welnu, hij was de schepper van Paulus de Boskabouter, de heks Eucalypta, de uil Oehoeboeroe, Gregorius, Krakras en vele andere helden.


In het recente, 47ste nummer van De Bouterbode schrijft Maarten J. de Meulder dat deze Dulieu veel meer in zijn mars had dan het maken van pentekeningen over die figuren in Het Grote Bos. En hij kan weten, want al in 1985 richtte De Meulder het Paulus Archief op, dat zich ten doel stelt het oeuvre van de tekenaar te bewaken en te etaleren.


Zo is in het Nederlands Stripmuseum te Groningen de komende maanden een tentoonstelling te zien rond 'De kunst van Jean Dulieu' en afgelopen week verscheende bijbehorende catalogus. Interessant aan boek en expositie is dat het niet louter draait om Paulus, maar dat ook ruimte is gemaakt voor het vrije werk van Dulieu, dat hij bij leven zelden kon laten zien: reisimpressies in aquarel en olieverf, talloze boomstudies, duistere illustraties in gothic stijl en portretten van tijdgenoten als Mann, Camus en Elsschot.


Dat hij een virtuoos tekenaar was staat buiten kijf: weinig stripmakers kunnen de lichaamstaal van hun personages zo expressief weergeven, en in zulke gevoelvolle krasjes. Maar juist daardoor bekruipt je bij het doorbladeren van de catalogus het gevoel dat Dulieu zijn volle potentieel nooit heeft bereikt. Vooral zijn boomstudies geven daartoe aanleiding, want er zit zoveel verwrongen emotie in die barokke takken en wortels dat je je afvraagt hoe ver hij had kunnen komen in een meer autonome manier van werken.


Jean Dulieu, die werd geboren als Jan van Oort (1921-2006), was zoon van een concertzanger en kleinzoon van de befaamde cartoonist Johan Braakensiek. Hij werkte aanvankelijk als tweede violist bij het Concertgebouworkest, maar toen de Tweede Wereldoorlog het spelen onmogelijk maakte, viel Dulieu terug op zijn andere grote talent: het tekenen. Hij creëerde Paulus de Boskabouter, die tot de komst van Rien Poortvliets rivaliserende kabouter Neerlands populairste miniatuurmens zou worden.


Dat kwam niet alleen door de bijna 3.600 afleveringen van de strip die Dulieu voor onder meer dagblad Het Vrije Volk tekende, maar ook door de 900 afleveringen van de hoorspelversie van Paulus de Boskabouter die de VARA tussen 1955 en 1964 uitzond. Dulieu deed alle stemmen zelf, behalve die van Prinses Priegeltje, die werd ingesproken door zijn dochter Dorinde.


Na 1972 produceerde de tekenaar nog eens 2.300 stroken met avonturen van Paulus. Hij was toen geëvolueerd tot een ambachtsman van hoog niveau, die kon spelen met de wetmatigheden van zijn stiel. De Meulder schrijft in de catalogus: 'De kaderlijnen waren geen partij meer voor de vrolijk experimenterende kunstenaar. Regelmatig maakten ze deel uit van het verhaal, werden neergehaald, lek geprikt of kromgebogen.'


Soms lijkt het of de personages in die periode verwoede pogingen doen om zich uit de stripkaders te bevrijden. En ook dat zegt misschien iets over de frustraties van Dulieu: een reus, gevangen in kabouterland.


Maarten J. de Meulder: De kunst van Jean Dulieu.

De Meulder; 96 pagina's; € 14,90.


ISBN 978 90 6447 136 0.


Expositie tot en met 9 april 2012 in het Nederlands Stripmuseum, Groningen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden