Retrospectief Amerikaanse kunstenaar in Centre Pompidou in Parijs Morris' kunstwerken drijven in oceaan van woorden

Robert Morris, retrospectief, tot en met 23 oktober in het Centre Pompidou in Parijs. Catalogus: FF 200,-...

Een doosje, met een grote letter I - 'ik', is in een notedop het artistieke portret van Robert Morris. Het staat in een vitrine op zijn retrospectief, dat het Newyorkse Guggenheim in samenwerking met het Centre Pompidou in Parijs maakte. Identity, een naakte man in een streng geometrisch, uiterst minimalistisch kistje.

Het is een grappig doosje. Maar wat bedoelt Morris? In de vitrine liggen ook hersens, aan de wand hangt een emmer (Fountain - een allusie op Marcel Duchamp's pissoir) en over vele zalen verspreid zie je die bekende strakke, meetkundige vormen die Morris maakte, 'primary structures'.

In Beaubourg hangt Morris' encefalogram, zijn zelfportret, een conceptueel werk. Zijn oeuvre is een continu vraagproces: wat is kunst? Individualiteit? Vorm? Wat betekent de ratio? Hoe verhoudt een menselijk lichaam zich tot de ruimte en de tijd? Het zijn onderzoeken, met als uitgangspunt het kijken, naar de vele betekenissen van kunst en tegelijk naar de hartslag van de kunstenaar.

Morris was (en/of is) danser, performer, neo-dadaïst, minimalist, conceptueel kunstenaar en figuratief schilder. De laatste jaren schilderde hij steeds meer of 'beitelde' hij letterlijk duivels en andere monsters op manshoge, in stukken versneden schilderslijsten. Zijn werk is heterogeen; zijn 'inspiraties' zijn uiterst ongrijpbaar. Lange tijd schilderde hij abstract-expressionistische doeken, in de trant van Jackson Pollock, met vele slierten en bobbels verf. Maar hij had ook grote bewondering voor de sculpturen van Constantin Brancusi, voor die fijne minimalistische en ranke beelden waarover hij tijdens zijn studie kunstgeschiedenis een proefschrift schreef. Morris balanceert 'tussen ziel en ratio'.

Morris is een kunstenaar voor wie het fysieke een belangrijke rol speelt, het lijf dat danst, schildert en transpireert. Dat tonen zijn Wheels uit 1963, een strenge karrewiel-constructie waarmee de kunstenaar met ontbloot lichaam koketteert. Maar tegelijk maakt hij ook ogenschijnlijk puur rationele vormen, en is de man in de I-box (zoals bij Leonardo da Vinci) een zuivere geometrische structuur. Die doos in de vitrine is de sleutel.

Morris, geboren in 1931 in Kansas City (Missouri), heeft altijd een buitengewone belangstelling gehad voor zowel kunsten als wetenschap. Hij maakte choreografieën, liep in het voetspoor van John Cage en bedacht werk voor het beroemde Newyorkse Living Theatre. Hij bestudeerde filosofen, las de boeken van Sigmund Freud, was onder de indruk van het oeuvre van Samuel Beckett, flirtte met Fluxus. Morris is een erudiet kunstenaar.

Een van zijn eerste minimalistische werken, een choreografie voor het Living Theatre, toont een gladde balk die als een rechtopstaande figuur opgetild wordt en vervolgens valt. Een vorm, hoe eenvoudig ook, biedt vele variaties. Morris betrekt het publiek bij zijn werk; ze worden toeschouwers in een 'theater'.

Hij is, met Donald Judd, Carl Andre en Sol Lewitt een van de bekendste Amerikaanse minimalisten, maar hij is ook een conceptueel kunstenaar. Card file uit 1962 is een fichier met gegevens over het ontstaan van het werk. De vastgelegde files verwijzen uitsluitend naar het werk, het archief of kaartgeheugen bevat letterlijk niets anders dan wetenswaardigheden daarover. De Box with the sound of its own making is net zo'n parodie, het doosje brengt het geluid van het maakproces voort: een kunstwerk verwijst naar niets anders dan naar zichzelf. Morris persifleert die door veel kunstenaars over het paard getilde 'autonomie van het werk'.

Het werk van Morris, zo verscheiden als het is, tendeert naar taal - naar concepten, commentaren, ironie, spel en metaforen. Zijn geschriften, geschreven in de grote traditie van de sofisten, zijn grand guignol waarmee de niet verwittigde of onaandachtige kijker/lezer al gauw om de tuin wordt geleid. De kunstwerken, zegt Morris, drijven 'in een oceaan van woorden', in een taalspel. In de nouveau roman is literatuur niet meer het verslag van een avontuur, maar het avontuur van dat verslag - zo is bij Morris zijn kunst een voortdurend wisselend rationeel/irrationeel spel met vormen, sentimenten, plekken, tijd, kunstgeschiedenis en met de toeschouwers.

Hij heeft een voorliefde voor palimpsesten, waarop na wegmaking van het eerst geschrevene voor de tweede maal iets geschreven is, of voor palindromen, woorden die van achteren naar voren gelezen het zelfde woord opleveren. Veel van zijn teksten zijn satires of pastiches, uitgesproken ironische commentaren op kunst - ook op zijn werk.

Die teksten brengt Morris op de expositie in werken als Hearing of Voice tot klinken. Het zijn alomtegenwoordige mysterieuze stemmen, Big Brothers die de toeschouwers verontrusten. De stemmen komen als het ware 'vanachter het behang'; het zijn spionnen die in opdracht van McCarthy of een of andere tiran ons bespieden. De dwingeland achtervolgt je, niemand ontsnapt aan het totalitaire karakter van de twintigste eeuw.

Het lijkt althans alsof Morris ons dat duidelijk wil maken. Hij is zeer door de geschriften van Michel Foucault beïnvloed. Mensen worden door hun omgeving, de plek waar ze zich bevinden, in het oog gehouden; ze zijn er door geconditioneerd - zoals een sculptuur door de plek waar het beeld staat geconditioneerd is en andersom.

In 1970 stelt hij zich voor als 'artiste à engager'. Robert Morris, 'available for commissions anywhere in the world'. Hij wil met zijn kunst als het ware binnendringen in de samenleving. Morris is een geëngageerd kunstenaar.

Een van zijn grootste earth

works, het Observatorium in Nederland uit 1977, is een monumentale constructie in aarde waarmee Morris de stand van de zon wilde markeren - een 'modern' Stonehenge. Veel van zijn sculpturen hebben zulke gigantische afmetingen, alsof het bouwsels van demiurgen zijn. In Parijs loop je door een witgeschilderde spiraalvormige gang, langs een labyrint, een onmogelijke en verwarrende vorm zoals het Scheve Huis van Bomarzo nabij Rome. Telkens opnieuw zet Morris, als een 'eigentijdse Piranesi', de rationaliteit van de ingenieur of architect tegenover zulke raadselachtige en ondefinieerbare wonderen.

Zijn kistjes of trouvailles, hommages aan Duchamp, zijn minder bekend dan zijn minimalistische of juist uitgesproken overweldigende sculpturen. Nochtans geven ze, op een enigszins poëtische manier, precies weer wat Morris wil: hij onderwerpt rationele processen aan kritiek (duidelijk in zijn buitelende sculptuur Three L-Beams, drie gekantelde L-vormen), rationaliseert met volkomen uit de lucht gegrepen theorieën een of ander waargenomen fenomeen, parafraseert werken/filosofieën uit de kunstgeschiedenis en zet daarmee elke precieze definitie op losse schroeven.

Morris is een sceptisch en melancholisch type. Zijn werk, zegt Catherine Grenier, 'heeft een sombere kant'. Vele van zijn werken herinneren aan Albert Dürer's Melencolia I, waarin deze de ars geometrica oproept met een portret van een homo melancholicus. Zowel in die bekende prent van Dürer als in het werk van Morris herken je die tegenstelling tussen rationaliteit - de alomtegenwoordige wiskundige figuren - en de 'menselijk, al te menselijke' sentimenten.

%%wsPaul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden