Retromania

Nostalgie is alom tegenwoordig in de popcultuur. Niet alleen bij luisteraars van de Top 2000, ook onder de hipsters. Staat de pop stil?

ANALYSE DE GROTE HANG NAAR HET EIGEN RECENTE VERLEDEN IN DE POP - Vorige week was Peter Hook voor enkele optredens in Nederland. Hook was eind jaren zeventig de bassist in de legendarische band Joy Division en ging, na de zelfmoord van zanger Ian Curtis in 1980, mee in de transformatie van de groep tot New Order.


Daarnaast speelde Hook de afgelopen decennia ook in zijn eigen bands Revenge en Monaco. Hun platen flopten, geheel conform de kwaliteit ervan, en als ze in Nederland optraden kwam er nauwelijks publiek naar hun concerten.


Maar afgelopen donderdag kreeg Hook de Amsterdamse Melkweg vol, met zijn nieuwe band The Light. Op de affiche werd dan ook iets bijzonders beloofd: de integrale uitvoering van het Joy Division-album Closer, uit 1980. Het tweede album van de band dat verscheen twee maanden nadat Curtis zich had opgehangen. Het was de zwanenzang van een groep die het in zich had de belangrijkste rockband van de wereld te worden. De bewondering van Joy Division-liefhebbers grensde aan heiligenverering. Er zou na Closer nog veel mooie muziek gemaakt worden, ook door New Order. Maar zo mooi, zo intens, zo ontroerend zou rock nooit meer worden.


En al helemaal niet op het concertpodium. Dus wat dacht die malle Peter Hook eigenlijk toen hij 31 jaar na het verschijnen aankondigde Closer integraal te gaan spelen? Kon dit wel, moesten we hier heen? Met die vraag zaten kennelijk velen. Aanvankelijk was donderdag het balkon en een van de bars van De Melkweg gesloten. Maar op het laatste moment leken de twijfelaars om te zijn gegaan, de zaal liep vol. De twee uur die Hook vervolgens met The Light op het podium stond, behoren wat mij betreft tot de mooiste die ik dit jaar in het live-circuit beleefd heb.


Gek toch, een van mijn lievelingsplaten werd er uitgevoerd door een band waarin, los van Hook, geen van de originele leden zitting had. De liedjes werden niet gezongen door Curtis, maar door Hook. En die had dan wel een basgitaar omgegespt, maar deze was niet ingeplugd. De bas werd gespeeld door zijn zoon.


En toch was het prachtig. Je had echt het gevoel dat de nummers niet beter gespeeld konden worden.


Had iemand twintig jaar geleden voorgesteld om naar zo'n band te gaan kijken, we zouden geschaterd hebben van het lachen, Peter Hook waarschijnlijk zelf het hardst. Maar nu, anno 2011 is het eigenlijk niet zo bijzonder. Bands die hun klassieke werk uitvoeren? Ze trekken er vaak meer publiek mee dan met hun nieuwe werk. My Bloody Valentine en de Pixies trokken de afgelopen jaren veel meer publiek dan in de jaren tachtig en negentig.


De zucht naar nostalgie is alom tegenwoordig in de popcultuur. Niet alleen bij de grote massa luisteraars die tussen Kerst en Oud en Nieuw aan Radio 2 gekluisterd zit om bij de Top 2000 vast te stellen dat het nooit meer zo mooi wordt als in de jaren zeventig, toen Queen en The Eagles tenminste nog echte muziek maakten. Maar ook onder de hipsters van nu, die vorig jaar massaal uitrukten om naar Pavement, het heropgerichte rammelbandje uit de jaren negentig, te gaan kijken. Of naar de ooit baanbrekende hybride van dance en rock die Primal Scream dit jaar vergeefs probeerde te reanimeren.


En wat te zeggen van het eerder dit jaar in Paradiso zo succesvolle Thin Lizzy? Zanger Phil Lynott is al meer dan vijfentwintig jaar dood, maar met dezelfde gitarist (Scott Dorham) en drummer (Brian Downey) als tijdens de artistieke piekjaren (1974-1978) klonk het allemaal precies zoals we gehoopt hadden.


Had dezelfde band op het podium gestaan met louter nieuw werk: ik was thuisgebleven. Human League die alleen het nieuwe album komt spelen? Laat maar. Behalve als ze óók hun klassieke plaat Dare uit 1981 erbij spelen natuurlijk.


Retromania heet dit verlangen naar oude popmuziek. Een betrekkelijk nieuwe term, gebezigd door de Britse muziekjournalist Simon Reynolds. Zijn boek Retromania - Pop Culture's Addiction To Its Own Past (uitgeverij Faber) is misschien wel het belangrijkste muziekboek van 2011. Reynolds stelt daarin vast dat er geen kunstuiting is waarbinnen zo'n grote hang naar het eigen recente verleden bestaat, en onderzoekt hoe dit zo ontstaan is.


Want dat de popcultuur zich meer op het verleden lijkt te richten dan dat het naar de toekomst kijkt, is volgens hem een betrekkelijk nieuw verschijnsel.


Verzamelboxen

Popmuziek was lange tijd bijna per definitie toekomstgericht. Bands of artiesten brachten ieder jaar een nieuwe plaat uit. Die bleef met een beetje geluk een tijdje in de handel, maar verdween niet zelden al snel uit de catalogus. Wie vandaag de dag een platenwinkel binnenstapt, struikelt over de grote verzamelboxen met luxe heruitgaves van klassieke popplaten. Zo verschenen er alleen afgelopen maanden al dozen met Nirvana's Nevermind, U2's Achtung Baby, Some Girls van de Rolling Stones en The Smile Sessions van The Beach Boys.


Heruitgaven maken een groot deel uit van de muziekconsumptie. Dat is pas ontstaan toen de compact disc eind jaren tachtig zijn intrede deed in de huiskamers en muziekliefhebbers hun collectie elpees vervingen voor deze zilveren schijfjes met dezelfde muziek.


Reynolds herinnert zich nog goed dat hij in de platenzaak in de jaren tachtig geen platen aantrof die ouder waren dan de punkexplosie (1977). Niet dat hij daarmee zat, want - en dat was een belangrijke drijfveer voor het schrijven van zijn boek - de nieuwe muziek was zo opwindend, zo fris en zo vernieuwend dat hij domweg niet taalde naar oude pop.


Hoe kan het dat ook hij, die zo betrokken was bij nieuwe ontwikkelingen, en die na de postpunk van Joy Division en Talking Heads bovendien meemaakte hoe hiphop, house en jungle de popmuziek toch steeds nieuwe impulsen gaven, zo gegrepen raakte door het verleden?


Reynolds kan niet anders dan constateren dat in het hele brede spectrum van de popmuziek, tot aan de avant-garde toe, vooral wordt teruggekeken. De vraag is echter: komt dat omdat de ontwikkelingen in de pop stil staan? Of staan de ontwikkelingen in de pop stil omdat iedereen zich teveel met het verleden bezighoudt?


Reynolds trekt, en dat is meteen de zwakte van zijn boek, niet echt partij. Hij past weliswaar voor uitspraken als 'vroeger was alles beter', maar hij komt in zijn opsomming van artiesten die hij ondanks hun 'retro'-invloeden toch belangwekkend vindt niet verder dan marginale fenomenen als Ariel Pink en Gonjasufi.


Niet iedereen is zo voorzichtig. In Vanity Fair van deze maand ziet schrijver en journalist Kurt Andersen het allemaal heel helder: het culturele landschap, waaronder ook dat van de popmuziek, oogt precies hetzelfde als twintig jaar geleden. Tussen Lady Gaga en Madonna is nauwelijks verschil.


Het is waar: significante nieuwe stromingen zijn er sinds hiphop (vroege jaren tachtig) en house (eind jaren tachtig) niet gekomen, of het moet de altijd wat marginaal gebleven drum & bass zijn die midden jaren negentig opkwam en zich doorontwikkelde tot dubstep.


Andersen stelt, harder dan Reynolds dat doet, dat deze stilstand vooral het gevolg is van nieuwe technologische ontwikkelingen. Popmuziek heeft zich dan weliswaar weinig ontwikkeld, de manier waarop we de muziek tot ons nemen (denk: iPod) des te meer. Bovendien is het aanbod dankzij YouTube en Spotify veel groter en toegankelijker geworden. Alle muziek van alle tijden is door iedereen met een simpele handeling te beluisteren. Hedendaags werk moet de concurrentie aangaan met een eeuw aan opgenomen muziek.


Dat heeft zijn gevolgen voor muziekconsumptie, maar ook voor muziekproductie. Het aanbod oude muziek is zo groot dat het welhaast intimiderend moet zijn voor aspirant-muzikanten. Toen Ian Curtis jong was kon hij met een beetje geluk een oude Velvet Underground- plaat op de kop tikken, verder moest hij alles zelf bedenken. Wie nu iets nieuws probeert te maken, wordt onmiddellijk met het verleden geconfronteerd.


Ook op een andere wijze is de nieuwe muziekconsumptie van invloed op de muziekproductie. Iedere muziekliefhebber vindt binnen het enorme aanbod van YouTube, Spotify en iTunes al snel zijn eigen niche, of het nu black metal, witch-house, polka of powerpop betreft. Het muziekpubliek is versplinterd. Dat er zich geen echt nieuwe genres hebben aangediend, maar ook dat er nauwelijks nieuwe wereldsterren bij zijn gekomen, heeft hier mee te maken. Iedereen vindt zijn eigen helden op het internet, niemand hoeft meer te wachten op dat ene nummer van die ene artiest in dat ene televisieprogramma dat per week aandacht aan popmuziek geeft.


Het weinige dat muziekliefhebbers nog lijkt te verbinden, is de zucht naar het verleden. Al zoekend en scrollend in de muziekbibliotheek die YouTube en Spotify zijn geworden, komt de nieuwsgierige muziekliefhebber bijvoorbeeld tot de conclusie dat Joy Division inderdaad echt zo goed is als vaak wordt beweerd . En jeetje, die plaat van The Stone Roses uit 1989, die is wel echt heel bijzonder. Logisch dat die de hele Britse popcultuur op zijn kop zette. Als die nog eens bij elkaar komen.....


Want hoewel ze niet bekend stonden als uitmuntende live-band, verkochten The Stone Roses onlangs hun drie reünieconcerten in een recordtijd uit. Tweehonderdtwintigduizend bezoekers gaan deze zomer naar Heaton Park in Manchester, méér dan in de hoogtijdagen van de band.


Daar kan geen Lady Gaga, zelfs geen Adele tegenop.


Het is dus niet altijd nieuwe muziek die ons het meest bekoort. Ik verheug me nu al op Echo & The Bunnymen, een band die ik in zijn hoogtijdagen (1980-1984) al vaak zag. In Paradiso komen ze in januari hun eerste twee albums integraal spelen.


Je weet wat je krijgt, en toch wil je het niet missen. Sterker nog: ik ben blij dat ze geen nieuw werk spelen. Ook ik ben ten prooi gevallen aan retromania. Maar het is niet alleen nostalgie die me drijft. Net als de muziek van Joy Division is de muziek van Echo & The Bunnymen op z'n best gewoon ijzersterke rock 'n roll.


Van alle tijden dus.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden