Restschuld dreigt voor jonge huizenbezitters

Bij vier van de tien huizenbezitters onder de 35 jaar is de hypotheekschuld nu groter dan de waarde van het huis. Dit blijkt uit een dinsdag gepubliceerd onderzoek van de Vereniging Eigen Huis. 517 duizend van de 3,5 miljoen huishoudens zouden een restschuld hebben als ze nu hun huis zouden verkopen. Daarbij gaat het om een bedrag van 15,7 miljard euro (30 duizend euro per huishouden).

AMSTERDAM - Het onderzoek is in opdracht van de Vereniging Eigen Huis uitgevoerd door De Argumentenfabriek. 'In alle discussies over de situatie op de huizenmarkt worden vaak verschillende getallen gebruikt. Als Vereniging Eigen Huis wilden we al die cijfers een keer op een rijtje hebben zodat we over dezelfde problemen praten', zegt woordvoerder Hans André de la Porte.


Uit het onderzoek blijkt dat Nederlandse huishoudens internationaal gezien een hoge hypotheekschuld hebben van 665 miljard euro. De redenen zijn dat sinds 2001 steeds meer mensen een eigen huis hebben gekocht (van 52 naar 60 procent) en daarvoor ook steeds meer hebben geleend ten opzichte van de waarde van de woningen (van 89 naar 102 procent). Daarnaast wordt steeds minder afgelost. Nog maar 6 procent van de uitstaande hypotheeksom bestaat uit lineaire of annuïteitenhypotheken. Daar staat tegenover dat de Nederlandse huishoudens ook relatief veel vermogen hebben (vooral pensioentegoeden) en de banken dankzij de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) goedkoop op de kapitaalmarkt terecht kunnen.


De totale waarde van de woningen is met 1.157 miljard euro nog bijna tweemaal zo hoog als de uitstaande hypotheekschuld. Het totaalbeeld voor Nederland is daarom genuanceerd. De uitzonderingen vormen de jonge huizenbezitters die op de piek van de markt hebben gekocht. Zij hebben een hoge potentiële restschuld, weinig gespaard en veel geleend. 'Zij kochten duur, leenden veel ten opzichte van hun inkomen en worden eerder ontslagen', zo luidt de conclusie van het onderzoek. En daarnaast lopen ze ook nog de grootste kans op een echtscheiding.


De prijzen op de huizenmarkt zijn de afgelopen drie jaar al gedaald en het aantal huizenverkopen is ingezakt van 217 duizend per jaar tot 122 duizend. Uit de cijfers blijkt dat bij een verdere prijsdaling van 10 procent 770 duizend huishoudens een restschuld na verkoop van hun woning zouden overhouden. Bij een prijsdaling van 20 procent is dat al bijna een miljoen. De gemiddelde restschuld zal dan oplopen tot 50.000 euro.


Op dit moment zit de pijn vooral bij de groep van 25 tot 35 jaar - juist de leeftijdscategorie die voor het eerst op de woningmarkt komt. Hun hypotheekschuld is nu 5,1 maal het bruto-inkomen. Formeel mogen banken niet meer dan 4,5 maal het bruto-inkomen aan hypotheek verstrekken, maar een groot deel staat al langer uit. 'Voor 2008 konden huizenkopers wel zes keer het bruto-inkomen lenen. De banken bekeken elk individueel geval apart. Wie als arts begon, kon relatief meer lenen dan wie een ander beroep had. Maar nu worden meer algemene regels gehanteerd', aldus La Porte. Bij de groep onder 25 jaar is de schuld zelfs meer dan 5,7 maal het jaarinkomen, maar die groep is klein en vaak wordt dat gefinancierd door de ouders.


In de afgelopen tien jaar kostte de hypotheekrenteaftrek de staat ook steeds meer geld. Het verlies aan inkomsten is sinds 2001 gestegen van 12,4 miljard tot 14,5 miljard euro per jaar. Aan de andere kant loopt de overheid ook steeds meer risico voor de kosten van een vastgoedcrisis op te draaien. Zo staat de overheid via de Nationale Hypotheek Garantie borg voor een schuld van 140 miljard en bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw voor 85 miljard euro.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden